|
Mensen die een infectie hebben doorgemaakt kunnen soms langdurige klachten en beperkingen ervaren. Die klachten en beperkingen worden samengevat in de algemene term
‘postacuut infectiesyndroom’ (PAIS). Ondanks overeenkomsten in symptomen en impact op het dagelijks functioneren, verschillen de syndromen onderling in aanleiding
(het uitlokkende micro-organisme) en beloop. Ook de behandelmogelijkheden kunnen variëren per syndroom. Postcovid staat momenteel het meest in de belangstelling
als voorbeeld van een PAIS, maar het fenomeen zelf is niet nieuw. Ook na infecties met bijvoorbeeld het Epstein-Barr-virus (EBV), Borrelia burgdorferi,
Coxiella burnetii of na sepsis komen langdurige klachten frequent voor. Biologisch gezien is het aannemelijk dat influenza ook kan leiden tot een PAIS,
maar het wetenschappelijk bewijs hiervoor is beperkt. De groeiende aandacht voor PAIS leidt tot fundamentele vragen in de klinische praktijk; wanneer is er sprake
van een ‘syndroom’ en wanneer van restklachten na infectie? Wat weten we over de ontstaanswijze en behandelmogelijkheden? Hoe kunnen we de diagnose nauwkeurig vaststellen en
patiënten adequaat begeleiden? Wat is de waarde van het biopsychosociale model bij deze klachten? In dit artikel zetten we de recente wetenschappelijke inzichten op een
rij en formuleren we een standpunt over deze discussievragen. Bronnen:
|
|||||||||||