voorheen Amersfoortse - Stad Rotterdam ASR), een Nederlandse verzekeringsgroep, thans een merknaam
A/
=
anamnese
a
=
arteria
AA (of aa)
=
Arst-Assistent
AA
=
Aggregatibacter actinomycetemcomitans
AA
=
Anonieme Alcoholisten
AA
=
algemene achteruitgang
AA
=
anterograde amnesie, een vorm van geheugenverlies; aplastische anemie, beenmergdepressie, een zeldzame vorm van bloedarmoede, waarbij het beenmerg te weinig bloedcellen aanmaakt
AA
=
aorta-aneurysma
aa
=
arteriae
AAA
=
Andersom Aortae Abdominalis. Dit is een verwijding van de aorta in de buik.
AAA
=
Aneurysma Aortae Abdominale
AAA
=
aneurysma aortae abdominalis, een plaatselijke verwijding van de grote lichaamsslagader in de buik
Aaa
=
achterhoofdsligging, achterhoofd achter
AAAA
=
Acuut Aneurysma Aortae Abdominale
AAAA
=
Acuut Aneurysma Aortae Abdominalis (wordt ook 4A genoemd). Dit is een verwijding van de aorta die acuut gaat bloeden.
Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (1976-1998), een voormalige inkomensvoorziening voor langdurig zieke of gehandicapte niet-werknemers
AB0
=
A-B-Nul, aanduiding van het bloedgroepensysteem A, B, 0 (nul) en AB (Zie ook ABO)
AB
=
antibiotica
ABA
=
Adviescommissie Behoeftebepaling Artsen; Applied Behaviour Analysis, een therapie om gedragswijzigingen aan te leren
ABBE
=
aandoeningen aan het bewegingsapparaat in de bovenste extremiteit
ABC
=
ABortus Curretage
ABC
=
Airway (luchtweg), Breathing (ademhaling), Circulation (circulatie), (> ABC-protocol, een protocol (richtlijn) bij acute zorg
ABC
=
Airway Breathing Circulation
ABC
=
Aneurysmatische BotCyste
ABCD
=
Airway, Breathing, CPR (cardiopulmonale reanimatie), Defibrillation, een protocol bij acute zorg
ABCDE
=
Airway, Breathing, Circulation, Disability, Exposure (> ABCDE-methode), een protocol bij acute zorg
abd
=
abdomen
ABEP
=
auditory brainstem-evoked potentials
ABG
=
Arterieel Bloedgas (een andere term hiervoor is “astrup”)
abg
=
arterieel bloedgas
ABI
=
Ankle Brachial Pressure Index
ABIM
=
American Board of Internal Medicine
ABMR
=
Antibody-mediated Rejection
ABO
=
Association Belge d’Orthoptie (Zie ook AB0 = AB Nul)
ABP
=
androgeenbindend proteine
ABPA
=
allergisch bronchopulmonaal aspergillose
ABPM
=
ambulatory blood pressure monitoring (ambulante bloeddrukmonitoring); American Board of Preventive Medicine; American Board of Pain Medicine
ABR
=
Auditory Brainstem Response
ABS
=
Apneu, bradycardie, saturatiedaling
ABS
=
Artificial Bowel Sfincter
Ac-G
=
Accelerator globuline
AC
=
Buikomtrek
AC
=
abdominale circumferentie
AC
=
anticonceptie
ac
=
acenocoumarol
ac
=
ante coenam
ACA
=
a. cerebri anterior
ACA
=
acrodermatitis chronica atrophicans
ACC
=
Adenoid Cysteus Carcinoom
ACC
=
American College of Cardiology
ACCM
=
Accreditation Commission of Colleges of Medicine
ACE
=
angiotensine-converterend enzym; Apothekers Coöperatie Eemland, een samenwerkingsverband van apothekers (Amersfoort)
ACE
=
angiotensine-converting enzyme
acetyl-CoA
=
acetylco-enzym A
ACH
=
Apothekers Coöperatie Haaglanden, een samenwerkingsverband van apothekers (Den Haag)
ACH
=
arm chest hip (index)
ACh
=
acetylcholine
ACI
=
arteria carotis interna
ACIDO
=
Anemie, Cyanose, Icterus, Dyspnoe, Oedeem
ACIDOT
=
Anemie, Cyanose, Icterus, Dyspnoe, Oedeem, Turgor
ACL
=
Anterior Cruciate Ligament. Het Engelse woord voor de voorste kruisband.
ACL
=
Apothekencoöperatie Lekstroom, een samenwerkingsverband van apothekers (Nieuwegein)
ACL
=
acuut coronair lijden
ACLS
=
advanced cardiac life support (ook wel: advanced cardiovascular life support)
ACM
=
a. cerebri media
ACM
=
aritmogene cardiomyopathie
ACNES
=
Anterior Cutaneous Nerve Entrapment Syndrome
ACNES
=
abdominale intercostale neuralgie
ACS
=
Acuut Coronair Syndroom. De verzamelnaam voor hartinfarcten en instabiele angina pectoris.
ACS
=
acuut coronair syndroom, een verzamelnaam voor een acuut myocardinfarct (AMI) en instabiele angina pectoris (IAP)
ACS
=
acuut coronaire syndroom
ACT
=
Assertive Community Treatment
ACT
=
activated clotting time, een bloedtest
act
=
activated clotting time
ACTA
=
Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam
ACTH-RH
=
ACTH-releasing hormone
ACTH
=
adrenocorticotroop hormoon (corticotropine)
ACTH
=
adrenocorticotroop hormoon
ACZOU
=
Apothekers Coöperatie Zuidoost Utrecht, een samenwerkingsverband van apothekers (Bilthoven)
AD (1)
=
Auris Dexter. Het rechteroor.
AD (2)
=
Amenorroeduur. De periode dat een vrouw niet ongesteld is geweest. Dit wordt vaak gebruikt om de zwangerschapsduur te meten.
ad lib.
=
ad libitum, naar behoefte (recept)
ad us. ext.
=
ad usum externum, voor uitwendig gebruik (recept)
ad us. int.
=
ad usum internum, voor inwendig gebruik (recept)
AD
=
Alzheimer's Disease
AD
=
Autosomaal dominant
AD
=
amenorroeduur
AD
=
artrotische deformatie
AD
=
auriculus dexter
ADA
=
American Diabetes Association
ADA
=
adenosine deaminase
ADAS-Cog
=
Alzheimer's Disease Assessment Scale - Cognition
ADC
=
AIDS-dementie complex
ADC
=
Apparent Diffusion Coëfficient
ADCA
=
autosomaal dominante cerebellaire ataxie
ADCC
=
antibody-dependent cell-mediated cytotoxicity
ADD
=
aandachtstekortstoornis
ADD
=
attention deficit disorder
ADEM
=
acute disseminated encephalomyelitis (acute gedissemineerde encefalomyelitis), een immuungemedieerde hersenziekte
ADEMD
=
Adequate Dossiervoering met het Elektronisch Medisch Dossier
ADEPD
=
Adequate Dossiervorming met het Elektronisch Patiënten Dossier
ADH
=
aldehyde dehydrogenase
ADH
=
antidiuretisch hormoon
ADHD
=
attention deficit hyperactivity disorder (ADHD)
ADHD
=
attention deficit hyperactivity disorder
ADI
=
aanvaardbare dagelijkse inname, de maximale hoeveelheid van een stof die men levenslang dagelijks mag binnen krijgen zonder noemenswaardige gezondheidseffecten
Atriumfibrilleren. Dit is hetzelfde als boezemtrillen, een ritmestoornis van het hart.
AF (2)
=
Ademfrequentie. Het aantal ademteugen per minuut.
AF (3)
=
Alkalisch Fosfatase. Een labuitslag.
AF
=
adem frequentie
AF
=
alkalisch fosfatase
AF
=
atriumfibrileren, (ook AFib), ook: atriumflutter of boezemfibrilleren, in België ook wel voorkamerfibrilleren; atrial fibrillation (boezemfibrilleren); ademfrequentie; alkalische fosfatase, een enzym dat fosfaatgroepen van moleculen kan verwijderen
AF
=
atriumfibrilleren
AFib
=
atriumfibrileren (ook AF)
AFO
=
ankle-foot orthosis
AFO
=
autonoom functie onderzoek
AFP
=
Alfafoetoproteïne. Een tumormarker.
AFP
=
alfa-foeto-proteïne
AFP
=
arteria femoralis profunda
AFS
=
Arteria Femoris Superficialis
AFS
=
arteria femoralis superficialis
AG
=
ademgeruis
Ag
=
Antigeen
AGA
=
appropriate for gestational age
AGB
=
Algemeen Gegevensbeheer; de AGB-code is een uniek codenummer van Nederlandse zorgaanbieders of zorgverleningsinstanties
AGB
=
Algemene gegevensbeheercode (een code voor de identificatie van zorgaanbieders ten behoeve van hun declaraties bij zorgverzekeraars)
AGC
=
Atypische Glandulaire Cellen
AGD
=
anogenital distance
AGEP
=
acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose
aggz
=
ambulante geestelijke gezondheidszorg
agiko
=
assistent-geneeskundige in opleiding tot klinisch onderzoeker (verouderde term, is nu AIOS-KO)
agio
=
assistent-geneeskundige in opleiding (verouderde term, is nu AIOS)
agnio
=
assistent-geneeskundige niet in opleiding (verouderde term, is nu ANIOS)
AGO
=
Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek
AGREE
=
Appraisal of Guidelines, Research and Evaluation
AGS
=
adrenogenitaal syndroom
AGZ
=
Algemene Gezondheidszorg
AH
=
Ademhaling
AH
=
assisted hatching
AHF
=
antihemofiliefactor
AHI
=
apneu-hypopneu-index, het aantal ademstilstanden per uur
AHI
=
apnoe/hypopnoe index
AHO
=
ademhalings oefeningen
AHS
=
African horse sickness, (Afrikaanse paardenpest) (APP), een dierziekte
AHT
=
Arterial HyperTension
AI
=
aorta-insufficiëntie
AI
=
apneu-index, een bepaling bij slaaponderzoek; aviaire influenza, Vogelgriep, een voor vele vogelsoorten dodelijke virusziekte, met een klein besmettingsrisico voor mensen
amyotrofe laterale sclerose, een neurodegeneratieve ziekte; Advance Life Support, gevorderde levensondersteuning bij ongevallen, een protocol bij acute zorg
ALS
=
antilymfocytenserum
ALSG
=
Advanced Life Support Groep, een particulier opleidingsinstituut voor zorgprofessionals in acute zorg en rampenhulpverlening
ALT (-flap)
=
anterolateral thigh (-flap)
ALTE
=
Apparent Life Threatening Event
AMA
=
algemeen militair arts
AMAN
=
acute motorische axonale neuropathie
AMC
=
Academisch Medisch Centrum, sinds 2018 Amsterdam UMC
Arzneimittelgesetz (wet in Duitsland en in Oostenrijk inzake geneesmiddelen)
AMH
=
anti-müller hormoon
AMHK
=
Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, thans organisatie Veilig Thuis
AMI
=
Acuut Myocard Infarct
AMI
=
acuut myocardinfarct
AMK
=
Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, thans organisatie Veilig Thuis
AML
=
acute myeloïde leukemie
AMLC
=
Amsterdam UMC Multidisciplinair Lymeziekte Centrum
AMP
=
adenosinemonofosfaat
AMPLE
=
A allergieen, M medicijn gebruik, P past, L last meal, E event beleving.
AMR
=
Antimicrobial Resistance
Amref
=
African Medical & Research Foundation
AMS
=
Arbeidsvoorwaardenregeling Medisch Specialisten in algemene ziekenhuizen; Arteria mesenterica superior, slagader voor de bloedvoorziening van de dunne darm en van een deel van de dikke darm
Alert, Verbal, Pain, Unresponsive, een protocol om het niveau van bewustzijn te testen bij acute zorg
APZ
=
Algemeen Psychiatrisch Ziekenhuis
AQ
=
autismespectrumquotiënt
AR
=
autosomaal recessief
ARAS
=
ascenderend reticulair activatie systeem
ARB
=
angiotensine receptor blokker
Arbo
=
Arbeidsomstandigheden(wet)
arbo
=
arthropod borne (-virus)
ARC
=
AIDS-related complex
ARD
=
acute-respiratory-disease (virus)
ARDS
=
acute respiratoire distress syndroom
ARfD
=
acute referentiedosis, een schatting van de maximale hoeveelheid van een stof die men binnen 24 uur kan innemen zonder noemenswaardige gezondheidseffecten
ankyloserende spondylitis, de ziekte van Bechterew; Asperger's syndrome, de Engelse naam van het syndroom van Asperger
AS
=
ankyloserende spondylitis
AS
=
aortastenose
AS
=
apgar score
AS
=
auriculus sinister
As
=
arseen
as
=
antistolling
ASA
=
Almeers Samenwerkingsverband Apotheken, een samenwerkingsverband van apothekers (Almere)
ASA
=
Aspirine (Acetylsalicylic Acid)
ASA
=
acetylsalicyl acid (aspirine)
ASA
=
antispermatozoa-antistof
ASAT
=
Aspartaat Amino Transferase
ASAT
=
Aspartaataminotransferase. Eén van de leverenzymen.
ASAT
=
aspartaat-aminotransferase (een enzym)
ASB
=
Assisted Spontaneous Breathing
ASD
=
Atrium Septum Defect. Een gaatje tussen de hartboezems.
ASD
=
atriumseptumdefect
ASG
=
Achterste Schedel Groeve
ASKA
=
Associatie van Ketenapotheken, een Nederlandse branchevereniging van ketenapotheken
ASMR
=
autonomous sensory meridian response, een gevoelssensatie
ASP
=
apotheker service point
ASPO
=
Associatie van Sociaal-Psychologische Onderzoekers
ASR
=
antistreptolysine reactie
ASS
=
Autisme Spectrum Stoornis
ASS
=
acute stress-stoornis
ASS
=
arginine succinezuur synthetase
ass
=
assistent
AST
=
Anti-streptolysine titer
ASVZ
=
Algemene Stichting Voor Zorg- en dienstverlening, voorheen Stichting Algemene Vakantiehuizen voor Zwakzinnigen, een zorginstelling voor mensen met een beperking
ASZ
=
acetylsalicylzuur (Aspirine)
ASz
=
Albert Schweitzer Ziekenhuis (Dordrecht, Zwijndrecht, Sliedrecht, Ridderkerk)
AT
=
a terme
AT
=
atriale tachycardie
AT
=
À terme. De uitgerekende datum van de bevalling.
ATA
=
Arteria Tibialis Anterior
ATB
=
Arteria Temporalis Biopt
ATC
=
Anatomisch Therapeutisch Chemisch Classificatie, een internationaal gebruikte indeling voor geneesmiddelen
ATE
=
Adenotonsillectomie. Verwijderen van de keel- en neusamandelen.
ATE
=
adenotonsillectomie
ATG
=
anti(-humaan) thymocyten immunoglobuline
ATG
=
anti-T-celglobuline
ATG
=
antithymocytenglobuline, een medicijn op basis van paardeneiwitten tegen bepaalde vormen van bloedarmoede; anti-T-celantilichamen
ATIS
=
(Vereniging) Algemene Thuiszorg In Samenwerking (1977-1993), een voormalige thuiszorgorganisatie, met zetel in Bunnik
ATLS
=
Advanced Trauma Life Support, gevorderde levensondersteuning bij ongevallen, een protocol bij acute zorg
ATLS
=
advanced trauma life support
ATMF
=
Acces to Medicine Foundation (Stichting Access to Medicine)
ATMP
=
advanced therapy medicinal product, een geneesmiddel gebaseerd op een gen, cel of weefsel
ATN
=
acute tubulus necrose
ATODS
=
Applanatie Tonometrie Oculus Dexter Sinister (Intra-oculaire druk rechter/linker oog gemeten met de applanatie tonometer volgens Goldmann)
ATP
=
Arteria Tibialis Posterior
ATP
=
adenosinetrifosfaat
ATS
=
anti-tetanus serum
ATT
=
arginine tolerantietest
AU
=
allergy unit(s)
AUA
=
American Urological Association
AUB
=
Abnormale Uterine Bloeding
AUC
=
area under curve
AUC
=
area under the ROC (receiver operating characteristic) curve
AUE
=
abdominale uterus extirpatie
AUL
=
acute ongedifferentieerde leukemie
ausc
=
auscultatie
Australian
=
ociety for Medical Research
AV-blok
=
atrioventriculair blok
AV-knoop
=
atrioventriculaire knoop
AV
=
Algemene Verkoop (met betrekking tot de verkoop van geneesmiddelen)
AV
=
atrioventriculair
AVA
=
arterioveneuze anomalie
AVB
=
Apothekers Vereniging Breda, een samenwerkingsverband van apothekers
AVC
=
accident vasculaire cérébral, cerebrovasculair accident (CVA), een plotselinge verstoring van de doorbloeding van de hersenen
AvF
=
anteversieflexie
aVF
=
augmented voltage foot
AVG (1)
=
Arts Verstandelijk Gehandicapten
AVG (2)
=
Algemene Verordening Gegevensbescherming
AVG
=
arts voor verstandelijk gehandicapten
avg
=
algemene voorgeschiedenis
AvL
=
Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis
aVL
=
augmented voltage left arm
AVM
=
arterio-veneuze malformatie
AVM
=
arterioveneuze malformatie
AVMN
=
Apothekersvereniging Midden-Nederland, een samenwerkingsverband van apothekers (Utrecht)
AVNRT
=
Atrio-Ventriculaire Nodale Re-entry Tachycardie
AVNRT
=
atrioventriculaire nodulaire re-entry tachycardie
AVNT
=
atrioventriculaire nodale tachycardie
AVOA
=
Apothekers Vereniging Oost Achterhoek, een samenwerkingsverband van apothekers (Winterswijk)
AVOD
=
acies visus oculi dextri (rechter oog)
AVOS
=
acies visus oculi sinistri (linker oog)
AVOZL
=
Apothekersvereniging Oostelijk Zuid-Limburg, een samenwerkingsverband van apothekers (Heerlen)
AVP
=
Afrikaanse varkenspest, een besmettelijke virusziekte bij varkens, waarvan vooralsnog geen gevaar voor mensen is aangetoond
Carcinoom. Dit is de medische term voor kanker. Bijvoorbeeld: “mamma ca” = borstkanker.
CAA
=
cerebrale amyloïdangiopathie, een hersenziekte
CABG
=
Coronary Artery Bypass Graft. Dit is een omleiding van de kransslagaders van het hart. Soms wordt ook het aantal omleidingen genoemd, bijvoorbeeld CABG-3.
CABG
=
Coronary Artery Bypass Graft
CABG
=
coronary artery bypass grafting (overbruggingsoperatie of bypass-operatie)
CaBP
=
calcium-bindend proteïne
CAC
=
coronary arterial calcium, een maat voor de aanwezigheid van calciumafzetting in het hart
CAD (1)
=
Catheter à demeure. De medische term voor verblijfskatheter.
CAD (2)
=
Coronary Artery Disease. De Engelse term voor bepaalde hartziekten.
CAD
=
Cervical acceleration-deceleration
CAD
=
Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs
CAD
=
Coronary artery disease
CAD
=
catheter a demeure (verblijfs catheter, urine)
CAD
=
computer-aided diagnosis;; Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs;; coronary artery disease, een aandoening aan de kransslagaders
CAG
=
Coronair Angio Grafie
CAG
=
Coronaire Angiografie. De medische term voor hartkatheterisatie.
CAG
=
coronairangiografie, synoniem van hartkatheterisatie
CAGS
=
Congenital Adrenogenital Syndrome
CAHAL
=
Centrum Aangeboren Hartafwijkingen Amsterdam-Leiden
CAKUT
=
congenital anomalies of the kidney and urinary tract, aangeboren afwijkingen aan de nieren en urinewegen
CAL
=
Centraal Apotheek Leiden
Cal
=
Calcium
CALLA
=
common acute lymphoblastic leukemia antigen
CAM
=
complementaire en alternatieve geneeskunde
CAMICU
=
Confusion Assessment Methode for the Intensive-Care Unit
cAMP
=
cyclisch Adenosine MonoPhosphate
cAMP
=
cyclisch adenosinemonofosfaat
CAMs
=
celadhesiemoleculen
CAN
=
Cannabinoïden Adviesbureau Nederland
CANS
=
complaints of arms, neck and/or shoulders
CAP
=
Community Acquired Pneumonia. Dit is een longontsteking (pneumonia) die de patiënt heeft opgelopen buiten het ziekenhuis. Het tegenovergestelde is een Hospital Acquired Pneumonia (HAP).
CAP
=
community aqcuired pneumonia
CAP
=
community-acquired pneumonia, in de omgeving opgelopen longontsteking
CAPD
=
continue ambulante peritonaal dialyse
CAPITA
=
Community-Acquired Pneumonia Immunization Trial in Adults, een onderzoek naar een vaccin tegen longontsteking
let op voor (niet echt een afkorting, maar komt uit het Latijn)
CAVH
=
continue arterioveneuze hemofiltratie
CAVHD
=
continue arterioveneuze hemofiltratie + dialyse
CAWF
=
Coöperatieve Apothekersvereniging West-Friesland, een samenwerkingsverband van apothekers (Grootebroek)
CB-arts
=
consultatiebureau-arts
CB
=
consultatie bureau
CBAG
=
coronair bypass angiografie
CBAVD
=
congenitale bilaterale afwezigheid vas deferens
CBBBI
=
caput beweeglijk boven bekkeningang
CBD
=
Corticobasale degeneratie
CBD
=
cannabidiol
CBD
=
common bile duct
CBG
=
College ter Beoordeling van Geneesmiddelen
CBG
=
cortisol-binding globulin
CBO
=
Centraal BegeleidingsOrgaan, een voormalig kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg
CBPS
=
chronisch benigne pijnsyndroom
CBR
=
complementbindingsreactie
CBS
=
Charles Bonnet syndrome (Syndroom van Charles Bonnet), een aandoening waarbij verstandelijk gezonde mensen last hebben van hallucinaties
CBS
=
Corticobasale degeneratie syndroom
CBT
=
cognitive behavioral therapy
CBZ
=
Centrale Burgerlijke Ziekeninrichting, een ziekenhuis in Batavia (thans Jakarta) in de eerste helft van de twintigste eeuw
CC
=
cranio-caudaal
cc
=
cum correctione
CCA
=
Common Carotid Artery
CCAML
=
Congenitale cystische adenomatoïde malformatie van de long
CCD
=
central core disease;; Centrale Commissie Dierproeven, een commissie die op basis van de Wet op de dierproeven een projectvergunning kan verlenen voor onderzoek met proefdieren
CCE
=
Centra voor Consultatie en Expertise
CCE
=
Centrum voor Consultatie en Expertise, een ondersteunend team van specialisten bij de zorg voor individuele cliënten met ernstige gedragsproblemen
CCE
=
counter current electrophoresis
CCF
=
carotis-cavernosus fistel
CCI
=
Charlson comorbidity index
CCK
=
cholecystokinine
CCl4
=
tetrachloorkoolstof
CCMO
=
Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek
CCMS
=
Centraal College Medische Specialismen
CCN
=
Cardiologie Centra Nederland, een organisatie van behandelcentra voor hart- en vaatziekten
CCOA
=
Canadian Certified Optometric Assistant
CCP
=
complement controle proteïne
CCPD
=
continue cyclische peritoneale dialyse
CCSVI
=
chronische cerebro-spinale veneuze insufficiëntie
CCT
=
controlled clinical trial
CCT
=
motor central conduction time
CCU
=
Coronary Care Unit. Dit is de afdeling hartbewaking.
CCU
=
Coronary care unit
CCU
=
coronary care unit (hartbewakingsafdeling)
CD
=
cluster of differentiation/designation
Cd
=
cadmium
CDC
=
Centers for Disease Control and Prevention (Centra voor Ziektebestrijding en -preventie) (USA)
Covid-19 vaccinatie informatie- en monitoringsysteem
CIN
=
cervicale intra-epitheliale neoplasie
CINAHL
=
Cumulatieve Index of Nursing and Allied Health Literature
CINP
=
Collegium Internationale Neuro-Psychopharmacologicum (1957-2004)
CIOS met ROS
=
Chronisch Idiopathisch ObstipatieSyndroom met Rectale OntledigingsStoornis
CIP
=
Critical-illness Polyneuropathie
CIRC
=
Centre International de Recherche sur le Cancer (Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek)
CIS
=
carcinoma in situ
CIZ
=
Centrum Indicatiestelling Zorg, een uitvoeringsinstantie van het ministerie van VWS; Centrale Israëlietische Ziekenverpleging, een voormalig Joods ziekenhuis in Amsterdam (1916-1979)
CIZ
=
Centrum Indicatiestelling Zorg
CJD
=
Creutzfeldt-Jakob disease, Ziekte van Creutzfeldt-Jakob, een prionziekte
cardiotocograaf (weeënmonitor); Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
CTG
=
cardiotocogram
Ctg
=
College tarieven gezondheidszorg, toezichthouder krachtens de Wet tarieven gezondheidszorg (Wtg), werkzaam tot 1 oktober 2006, thans Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
CTR
=
Cardiothoracic ratio. De verhouding tussen de grootte van het hart en de borstholte.
CTS
=
Carpale tunnel syndroom
CTS
=
carpaletunnelsyndroom
CTV
=
Clinical Target Volume (GTV+micro uitbreidingen)
CTX
=
cerebrotendineuze xanthomatose
CTx
=
Chemotherapie
CU
=
colitis ulcerosa, een ontstekingsziekte van de dikke darm
CU
=
colitis ulcerosa
CUSA
=
cavitron ultrasonic surfield aspirator
CV
=
corpus vitreum (glasvocht)
CVA
=
Cerebrovasculair Accident. Dit is een beroerte, zoals bij een herseninfarct of een hersenbloeding.
CVA
=
cerebrovasculair accident
CVC
=
Centraal Veneuze Catheter
CVC
=
Central Venous Catheter
CVD
=
centraal veneuze druk
CVD
=
centraal-veneuze druk, de bloeddruk in de centrale aders (centrale venen)
CVI
=
Clinical and Vaccine Immunology, een wetenschappelijk tijdschrift over microbiologie
CVI
=
chronische veneuze insufficiëntie
CVIC
=
Cardiovasculair Interventie Centrum
CVID
=
common variable immunodeficiency
CVK
=
Centraal Veneuze Katheter
CVL
=
Centraal Veneuze Lijn
CVRM
=
Cardiovasculair Risicomanagement. Dit zijn maatregelen om hart- en vaatziekten te voorkomen, zoals meer sporten en stoppen met roken.
CVRM
=
cardiovasculair risicomanagement
CVS
=
chronisch vermoeidheids syndroom
CVS
=
chronischevermoeidheidssyndroom
cvs
=
critical view of safety
CVST
=
cerebraal veneuze sinustrombose
CVTM
=
Coördinatie van Vrijwillige Thuiszorg en Mantelzorg, een voormalige subsidieregeling
CVVH
=
Continuous Veno-Venous Hemofiltration
CVVHD
=
continue veno-veneuze hemofiltratie dialyse
CVZ
=
College voor Zorgverzekeringen, sinds 2014 het Zorginstituut Nederland, een zelfstandig bestuursorgaan
CWD
=
chronic wasting disease, een prionziekte bij hertachtigen
CWK
=
Cervicale Wervel Kolom. Dit zijn de wervels in de nek.
CWK
=
cervicale wervelkolom
CWZ
=
Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (Nijmegen)
Cx
=
Chirurgie / chirurgisch
Cx
=
Circumflex artery. Een van de kransslagaders.
CZ
=
CZ, voorheen Centraal Ziekenfonds, thans een handelsmerk van CZ Groep
CZE
=
Catharina Ziekenhuis Eindhoven
CZS
=
Centrale Zenuwstelsel
CZS
=
centraal zenuwstelsel
cô
=
controle
D.
=
da, geef (recept)
d.
=
dentur, er worde gegeven (recept)
d.c.f.
=
detur cum formula, het worde gegeven, het recept worde op het etiket overgeschreven (recept)
d.d.
=
de die, zoveel maal daags (recept)
d.s.
=
da signa, geef (recept)
d.t.d.
=
da tales doses (geef zodanige dosis)
D
=
dioptrie
DA
=
Doktersassistent
DADS
=
distal acquired demyelinating syndrome
DAF
=
decay-accelerating factor
DAG
=
diacylglycerol
DALK
=
Diepe anterieure lamellaire keratoplastiek
DALY('s)
=
disability-adjusted life years
DALY
=
Disability-adjusted life years, levensjaren gecorrigeerd voor beperkingen
DAMP
=
deficits in attention, motor control and perception (tekorten in aandacht, motoriek en waarneming), een psychiatrisch concept
DAP
=
dienst apotheek
DAPT
=
Dual Antiplatelet Therapy
DARE
=
database of abstracts of reviews of effectiveness
DAS
=
disease activity score
DASH
=
Disability of Arm, Shoulder and Hand (score)
DAT
=
daling algemene toestand
DAVF
=
durale arterioveneuze fistel
DBC
=
Diagnose Behandel Combinatie
DBC
=
diagnosebehandelingcombinatie
DBE
=
Dubbel Ballon Endoscopie
DBS
=
deep brain stimulation (diepe hersenstimulatie)
DBS
=
deep brain stimulation
DC
=
Decompensatio Cordis
DC
=
decompensatio cordis (hartfalen); Diagnostisch Centrum (> DC Klinieken: Diagnostisch Centrum Klinieken)
DC
=
ductus choledochus
DCC
=
Dutch Cochrane Centre
DCD
=
developmental coordination disorder (dyspraxie)
DCIS
=
ductaal carcinoma in situ
DCM
=
Detailed Clinical Model, een specificatie van zorginhoudelijke gegevens ten behoeve van gegevensuitwisseling tussen zorgverleners
DCN
=
Diëtisten Coöperatie Nederland
DCRF
=
Dutch Clinical Research Foundation
DCRM
=
Dutch Congress of Rehabilitation Medicine (Nederlands Revalidatiecongres)
DCS
=
damage control surgery
dd (1)
=
Dienstdoende (bijv. de dienstdoende internist)
DD (2)
=
Differentiaaldiagnose
DD
=
Dubbeldiagnose
DD
=
differentiaal diagnose
dd
=
de die, per dag, daags
DDAVP
=
1-deamino-8-D-arginine-vasopressine
DDD
=
discrepantie draaglast-draagkracht
DDK
=
diadochokinese
DDR
=
digitale r
dec cordis
=
decompensatio cordis
DEC
=
Dierexperimentencommissie
DEET
=
diethyl meta toluamide
DEET
=
diethylmetatolueenamide (DEET), een insectenwerende stof
Def
=
Defecatie. De medische term voor ontlasting.
def
=
defaecatie
DEFG
=
don't ever forget glucose
dep.
=
depuratus, gezuiverd (recept)
DES
=
Drug Eluting Stent
DES
=
drug-eluting stent
des
=
diethylstilbestrol (-dochter/moeder)
DESG
=
Diabetes Education Study Group Nederland
DEXA
=
Dual Energy X-ray Absorptiometry (> DEXA-meting of bot-densitometrie; ook afgekort als DXA)
DEXA
=
Dual Energy X-ray Absorptiometry (botdichtheid meten)
DFSP
=
DermatoFibroSarcoom Protuberans
DG-HAL
=
dopplergeleide ligering van hemorroïdale arteriën (zie ook: THD)
dg
=
diagnose
DGGE
=
denaturerende gradiënt gel-elektroforese
DGH
=
Dringende Geneeskundige Hulpverlening, de organisatie, in België, die alle zieken en gewonden, die dringend medische hulp nodig hebben, van een snelle verzorging verzekert
DGU
=
Deutsche Gesellschaft für Unfallchirurgie
DGV
=
(Stichting) Doelmatige Geneesmiddelenvoorziening, thans Instituut Verantwoord Medicijngebruik
DGZ
=
Deutsche Gesellschaft für Zellbiologie (ook: GSCB)
dhat
=
dhatsyndroom
DHD
=
Dutch Hospital Data
DHEAS
=
DeHydroEpiAndrosterone Sulfate
DHS
=
diagnostische hysteroscopie
DHS
=
dynamische heupschroef
DHT
=
dihydrotestosteron
DI
=
Desaturatie-index, een waarde voor hypoxemie bij slaapapneu-onderzoek
DIA
=
Drug Information Association
diast
=
diastole
DIC
=
diffuse intravasale coagulatie, bloedstolling in de bloedvaten
DIC
=
disseminated intravascular coagulation
DIEP (-flap)
=
Deep Inferior Epigastric Perforator (-Flap)
dig.
=
digere, laat het verteren (recept)
DIG
=
Digitus, de Latijnse naam voor vinger of teen.
DiHAG
=
Diabetes Huisartsen Advies Groep
dim.
=
dimidium, de helft (recept)
DIOS
=
distaal intestinaal obstructie syndroom
DIP
=
Distaal Interphalangeaal gewricht. Het gewrichtje tussen het tweede en derde kootje bij de vinger of teen.
DIP
=
desquamatieve interstitiële pneumonie
DIP
=
distale interfalangeale gewricht
DIS
=
Diffuse intravasal stolling
DIS
=
diffuse intravasale stolling, bloedstolling in de bloedvaten
eosinofiele fasciitis, ook genoemd ziekte van Shulman of Shulmansyndroom, een huidaandoening
EFCC
=
European Federation of Clinical Chemistry (thans European Federation of Clinical Chemistry and Laboratory Medicine (EFLM)
EFDH
=
Expertisecentrum Farmaceutische zorg Departement Haaglanden (Den Haag), een samenwerkingsverband van apothekers; European Dental Hygienists Federation, de Europese Federatie van Mondhygiënisten
EFLM
=
European Federation of Clinical Chemistry and Laboratory Medicine
EFMI
=
European Federation of Medical Informatics
EFO
=
ElektroFysiologisch Onderzoek
EFPA
=
European Federation of Psychologists’ Associations
EFQM
=
European Foundation on Quality Management
EFSA
=
European Food Safety Authority, de Europese Voedselveiligheids Autoriteit
EFW
=
estimated fetal weight
EGF
=
epidermale groeifactor
EGF
=
epidermische groeifactor
EGFR
=
epidermale groeifactor receptor
eGFR
=
estimated glomerular filtration rate (geschatte glomerulaire filtratiesnelheid), een nierfunctietest
eh
=
eenheden
EHA
=
Eigen Huisarts
EHBO
=
Eerste Hulp bij Ongelukken
EHBO
=
eerste hulp bij ongevallen
EHEN
=
European Human Exposome Network, een Europees onderzoeksnetwerk
EHH
=
eerste hart hulp
EHIC
=
European Health Insurance Card
EIA
=
enzyme immunoassay
EIEC
=
entero-invasieve Escherichia coli
EIM
=
extra-intestinale manifestaties
EJCN
=
European Journal of Clinical Nutrition
EJN
=
European Journal of Neuroscience
EKD
=
elektronisch kinddossier
EKR
=
Eiwit Kreatinine Ratio
ELD
=
externe lumbale drain
ELISA
=
enzyme-linked immunosorbent assay
ELISPOT
=
enzyme-linked immunosorbent spot
ELM
=
eerste dag laatste menstruatie
ELV
=
Eerstelijns Verblijf
EM
=
electtronenmicroscopie
EMA
=
European Medicines Agency (Europees Geneesmiddelenbureau)
EMB
=
ernstig meervoudige beperking
EMBL
=
European Molecular Biology Laboratory
EMBO
=
European Molecular Biology Organization
EMCV
=
encefalomyocarditis virus
EMD
=
Electromechanical Dissociation
EMD
=
elektronisch medicatiedossier
EMDR
=
eye movement desensitization and reprocessing (een therapeutische behandelmethode bij PTSS)
EMDR
=
eye movement desensitization reprocessing
EMEA
=
European Medicines Evaluation Agency (2004-2009), thans European Medicines Agency (EMA) (Europees Geneesmiddelenbureau)
EMF
=
erythrocyte-maturation factor
EMG
=
Elektromyografie
EMG
=
electromyografie
EMG
=
elektromyografie; exomfalos-macroglossie-gigantisme, een synoniem voor het syndroom van Beckwith-Wiedemann
EMGZ
=
Extramurale gezondheidszorg
EMJ
=
Emergency Medicine Journal
EML
=
Essential Medicines List (Lijst van essentiële medicijnen, opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO))
EMV
=
Eye opening, best Motor response, best Verbal response
EMV
=
Eye, Motor, Verbal. De onderdelen van de Glasgow Coma Scale.
EMV
=
eyes movement verbal
EMWA
=
European Medical Writers Association
EN
=
Ergotherapie Nederland, beroepsvereniging van ergotherapeuten
empty nose syndrome, een door overmatige chirurgische ingrepen fysiologisch verminkte neus; in feite een iatrogene aandoening
EoE
=
eosinofiele oesofagitis
EOG
=
elektro-oculogram
EOR
=
elektrische ontaardingsreactie
EP
=
evoked potentials
EPAR
=
European public assessment report
EPB
=
Eerste polikliniekbezoek
EPD
=
Elektronisch Patiënten Dossier.
EPD
=
elektronisch patiëntendossier
EPDS
=
Edinburgh postnatal depression scale
EPE
=
Extra Prostatic Extension
EPEC
=
enteropathogene Escherichia coli
EPF
=
early pregnancy factor
epi
=
episiotomie
EPO
=
eosinofiel peroxidase
EPO
=
erytropoëtine
epp
=
erytropoëtische protoporfyrie
ePRO
=
electronic Patient Reported Outcome
EPS
=
extrapiramidale symptomen
EPSA
=
European Pharmaceutical Students' Association
EPSP
=
excitatoire postsynaptische potentiaal
ept
=
endoscopische papillotomie
ER (1)
=
Emergency Room. De Engelse term voor de Spoed Eisende Hulp (SEH).
ER (2)
=
Estrogen Receptor
ER
=
endoplasmatisch reticulum, een component van een dierlijke cel
ER
=
endoplasmatisch reticulum
ERAS
=
Enhanced Recovery After Surgery
ERCP
=
Endoscopische Retrograde Cholangio- en Pancreaticografie. Bij dit onderzoek wordt een buisje in de slokdarm gebracht om de galwegen en alvleesklier te bekijken en soms ook direct te behandelen.
European Research Institute of the Biology of Ageing
ERNA
=
equilibrium radionuclide angiogram
ERV
=
expiratoir reservelongvolume
ery('s)
=
erytrocyt(en)
Ery
=
Erytrocyt. De medische term voor rode bloedcel.
ES
=
Eind systole
ES
=
extrasystole
ESAT
=
Early Screening of Autistic Traits (Questionnaire)
ESBL
=
Extended Spectrum Beta Lactamases (E-coli)
ESBL
=
extended-spectrum bèta-lactamase
ESBL
=
extended-spectrum-beta lactamase (bacterie)
ESCT
=
echogeleide sclerocompressietherapie
ESE
=
European Society for Endodontology
ESES
=
elektrische status epilepticus (tijdens) slaap
ESRD
=
End stage renal disease
ESS
=
extracellular slime substance
EST
=
elektroshock therapie
ESTT
=
(Directie) Eenheid Secretariaten Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg en Toetsingscommissies Euthanasie (van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
ESV
=
eindsystolisch volume
eswl
=
extracorporal shockwave lithotrypsy (vergruizing)
ET
=
Essentiële trombocytose
ET
=
embryo transfer
ET
=
endotracheal (tube)
ETEC
=
enterotoxische Escherichia coli
ETS
=
Emergo Train System, een opleiding op het gebied van acute zorg
ETZ
=
Elisabeth Tweesteden Ziekenhuis, een fusie-ziekenhuis in Tilburg en Waalwijk
EUG
=
Extra Uteriene Graviditeit (Buitenbaarmoederlijke zwangerschap)
EUG
=
Extra Uteriene Graviditeit
EUR
=
Erasmus Universiteit Rotterdam
EUS
=
echo- oesofagusscopie
EUS
=
endoscopic ultrasound
EUS
=
esophageal ultrasonography
eV
=
elektronvolt;(energie verandering van vrij deeltje met lading 1e wanneer het in een elektrisch veld een weg aflegt tussen 2 punten die een onderling potentiaal verschil van 1 volt hebben)
EVAR
=
EndoVascular Aneurism Repair
EVC
=
expiratoire vitale capaciteit
EVD
=
Externe Ventrikel Drain
EVD
=
externe ventriculaire drain
EVO
=
enkel-voet orthese
EVV
=
eerstverantwoordelijk verzorgende
EWS
=
Early Warning Score
EWS
=
Early Warning System
EXIT
=
ex utero intrapartum treatment
Exp
=
Expecatief
exp
=
expiratie
extr
=
extremiteiten
EZD
=
eerste ziektedag
F-factor
=
fertility factor
f-NSIP
=
fibrotische niet specifieke interstitiele pneumonie
F.
=
fiat, het worde gereedgemaakt (recept)
F/E
=
Flexie/Extensie
F
=
Flatulentie/winderigheid
F
=
fundus (oog)
FA
=
Familie-anamnese
FA
=
Friedreich's ataxia
FA
=
familieanamnese
FA
=
fanconi anemie
FAB
=
Frontal assessment battery
Fab
=
antigen-binding Fragment
FACS
=
Fellow of the American College of Surgeons
FACT
=
Functional Assertive Community Treatment
FADS
=
female androgen deficiency syndrome
FAG
=
fluorescentie-angiografie
FAGG
=
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (België)
FAIMER
=
Foundation for Advancement of International Medical Education and Research
fALS1
=
familiaire amyotrofe laterale sclerose, met mutaties in het gen SOD1 (superoxide dismutase)
FANC
=
Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, de Belgische toezichthouder voor de nucleaire sector
Female Sexual Interest/Arousal Disorder, verminderde zin in seks, probleem bij vrouwen
FSL
=
Free style Libre (glucosemeter)
FSME
=
Frühsommer-Meningoenzephalitis
FT
=
fysiotherapie
FTA-abs
=
Fluorescent Treponemal Antibody absorbed test (syfilistest)
FTD
=
Fronto Temporale Dementie
FTD
=
frontotemporale dementie
FTF
=
Fit-to-Fly
ftg
=
full thickness graft
FTK
=
Farmacotherapeutisch kompas
FTO
=
Farmacotherapeutisch Overleg, een programma van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM)
FTO
=
Farmacotherapie Overleg
FTP
=
flexible transgastric peritoneoscopy
FTT
=
failure to thrive
FTTO
=
Farmacotherapeutisch Transmuraal Overleg
FU
=
Follow up
FU
=
Follow-up. Dit betekent een controle afspraak.
FVC
=
Forced vital capacity\
G-banding
=
Giemsa (stain) banding
G-cel
=
gastrine cel
G-CSF
=
Granulocyte colony stimulating factor
G-plek
=
Gräfenberg plek
G-spot
=
Gräfenberg spot
G6PD
=
Glucose-6-fosfaat dehydrogenase (deficiëntie)
G6PDD
=
Glucose-6-phosphate dehydrogenase deficiency
Ga
=
gallium
ga
=
geen afwijkingen
GABA
=
Gamma-aminoboterzuur
GABA
=
gamma-aminobutyric acid (gamma-aminoboterzuur), een ?-aminozuur (een niet-proteïnogeen aminozuur) dat in het lichaam fungeert als neurotransmitter
GAD
=
glutamaat-decarboxylase
GAG('s)
=
glycosaminoglyca(a)nen
GAIA
=
Gemeenschappelijke Accreditatie Internet Applicatie, een onderdeel van de KNMG)
GALA
=
Gezond en Actief Leven Akkoord, een preventieprogramma van de Raad van de Volksgezondheid
GALT
=
gut-associated lymphoid tissue
GAS (-score)
=
Global Assessment of Functioning -score
GAS
=
Groep A streptococ
GAS
=
gegeneraliseerde angststoornis
gave
=
gastric antral vascular ectasia
GAVI
=
Global Alliance for Vaccines and Immunizations
gavkb
=
geen afwijkingen van klinische betekenis
gb
=
geen bijzonderheden
GBGB
=
Geen Bericht, Goed Bericht
GBM
=
Glioblastoma multiforme
GBM
=
glomerulaire basale membraan
GBq
=
gigabecquerel
GBS
=
Guillain-Barré syndroom
GBS
=
Guillain–Barré syndrome, Syndroom van Guillain-Barré, een vorm van polyneuropathie
GBS
=
geen bodem wyndroom
GBS
=
groep B betahemolytische streptokok
GBS
=
hemolytische groep-B-streptokokken
GBZ
=
Goed beheerd zorgsysteem, zorgsysteem dat voldoet aan eisen voor aansluiting op de basisinfrastructuur in de zorg.
GCP
=
Good Clinical Practice (Goede klinische praktijken)
GCP
=
good clinical practice
GCS
=
Glasgow Coma Scale
GCS
=
Glasgow-comaschaal (Glasgow Coma Scale; Glasgow Coma Score)
GCS
=
Groep C streptococcen
gda
=
geen duidelijke afwijkingen
GDBM
=
geen duurzaam benutbare mogelijkheden, een indicatie bij de uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
gdc
=
glucose dagcurve
GDM
=
gestational diabetes mellitus
GDNF
=
Glial cell line-derived neurotrophic factor
GDS
=
Gastroduodenoscopie. Dit is een onderzoek van de maag en het eerste deel van de dunne darm.
GDS
=
Geriatric Depression Scale, een vragenlijst om depressie bij ouderen te meten; geneesmiddel distributiesysteem, een verpakking van medicijnen verdeeld in eenheden per toedieningstijdstip voor een individuele cliënt
GDS
=
Geriatrische Depressiviteits Schaal
GDS
=
gastro duodenale scopie
GE-itis
=
Gastro-enteritis
GE
=
Gastro-Enteraal. Dit betekent de buikorganen. Een GE-chirurg is een buikchirurg.
GE
=
gastro-enteritis
GE
=
gastro-enterologie
gentech
=
genetische technologie of gentechnologie, ook wel genetische modificatie, een vorm van biotechnologie waarbij het DNA van een organisme wordt aangepast
GEO
=
geavanceerd echoscopisch onderzoek
GER
=
gastro esophageal reflux
GER
=
glad endoplasmatisch reticulum
GERD
=
Gastro-Esophageal Reflux Disease
GERD
=
gastro esophageal reflux disease
GERD
=
gastroesophageal reflux disease (met synoniem: gastro-oesophageal reflux disease (GORD), het terugvloeien van maagzuur in de slokdarm
GET
=
graded exercise training
gFOBT
=
guaiac Fecal Occult Blood Test
GFR
=
Glomerular Filtration Rate. Een getal dat de nierfunctie aangeeft.
GFR
=
glomerular filtration rate (glomerulaire filtratiesnelheid), een nierfunctietest
hemorroïdale arteriële ligatie, een techniek voor de verwijdering van aambeien
HANS
=
Head and Neck Support, ondersteuning van hoofd en nek; > HANS-systeem
HAP (1)
=
Huisartsenpost
HAP (2)
=
Hospital Acquired Pneumonia. Dit is een longontsteking (pneumonia) die de patiënt heeft opgelopen in het ziekenhuis, mogelijk door een ziekenhuisbacterie. Het tegenovergestelde is een Community Acquired Pneumonia (CAP).
HAP
=
Hospital Acquired Pneumonia
HAP
=
Huisartsenpost
HAP
=
huisartsenpraktijk
HAP
=
hydroxylapatiet (composietmateriaal)
HAPE
=
high-altitude pulmonary edema
HAR
=
hemagglutinatie-remmingsreactie
HAV
=
hepatitis A virus
Hb(A)
=
hemoglobine (volwassenen)
HB-donor
=
heart-beating donor
HB
=
Huisbezoek
Hb
=
Hemoglobine, een onderdeel van de rode bloedcel. Bij een te laag Hb is er sprake van een bloedarmoede.
Hb
=
hemoglobine(gehalte)
Hb
=
hemoglobine, een bloedeiwit
HbA1
=
hemoglobine alpha 1
HbA1c
=
geglyceerd hemoglobine, de verbinding van hemoglobine met glucose
HbA1c
=
hemoglobine alpha 1c
HBAb
=
hepatitis B antibody
HBAg
=
hepatitis B antigeen
HBB
=
hypothalamus-hypofyse-bijnier (> HHB-as)
HbCO
=
carboxyhemoglobine
HBDH
=
hydroxyboterzuur dehydrogenase
HBE
=
His Bundle Electrogram
HbE
=
hemoglobine E (-ziekte)
HBeAg
=
Hepatitis B e-antigeen
HbF
=
foetaal hemoglobine
HbO22
=
oxyhemoglobine, de verbinding van hemoglobine met zuurstof
HBOT
=
hyperbaric oxygen therapy
HBs-Ag
=
Hepatitis B virus surface antigeen
HbS
=
hemoglobine Sikkelcel
HBsAl
=
Hepatitis B virus surface antistoffen
HBV
=
hepatitis B virus
HC
=
Hoofd omtrek
HC
=
Hypercholesterolemie
HC
=
high care (afdeling)
HCAWA
=
hereditary cerebral hemorrhages with amyloidosis, een erfelijke hersenziekte, ook bekend als de Katwijkse ziekte
HCC
=
Hepatocellulair Carcinoom
HCC
=
hepato cellulair carcinoom
hCG
=
humaan choriongonadotrofine
HCK
=
Hartcatheterisatiekamer
HCl
=
waterstofchloride
HCM
=
hypertrofische cardiomyopathie
hCS
=
humaan somatomammotropine
HCT
=
hematocriet (ook HT)
HCT
=
hydrochloorthiazide
HCU
=
high care unit
HCV
=
hepatitis C virus
HD (1)
=
Hemodynamisch
HD (2)
=
Hemodialyse
HD (3)
=
Hernia Diafragmatica
HD
=
Huntington's Disease (ziekte van Huntington, een ongeneeslijke, erfelijke aandoening van de herenen
HD
=
heamodialyse
HD
=
hernia diaphragmatica
HDAg
=
hepatitis D (delta) antigeen
HDF
=
Hemodiafiltratie
HDL
=
High-density lipoprotein
HDL
=
high-density-lipoproteïne
HDL
=
huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen
HDV
=
hepatitis D (delta) virus
HDYO
=
Huntington's Disease Youth Organization
HeLa
=
Henrietta Lacks; HeLa-cel, "onsterfelijke" cel, afstammend van baarmoederhalskankercellen van Henrietta Lacks
HELLP
=
Hemolysis, Elevated Liver enzymes, Low Platelets
HELLP
=
hemolysis elevated liver enzymes and low platelets (HELPP)
Huntington KennisNet Nederland, een patiëntenvereniging
HKP
=
Hiel-Knie Proef
HKRS
=
hemorragische koorts met renaal syndroom
HKZ
=
(stichting) Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector (HKZ)
HL
=
Hodgkinlymfoom
HL
=
hodgkin lymfoom
HLA
=
humaan leukocytenantigeen
HLA
=
humaan leukocytenantigenen, de antigenen die aanwezig zijn op de oppervlakte van alle lichaamscellen (behalve op de oppervlakte van rode bloedcellen)
HM
=
human milk
HMC
=
Haaglanden Medisch Centrum (Westeinde, Antoniushove en Bronovo), tot 2016 Medisch Centrum Haaglanden
HMG-CoA
=
3-hydroxy-3-methyl-glutaryl-CoA (reductase)
hMG
=
humaan menopauzaal gonadotrofine
HMGCR
=
3-hydroxy-3-methylglutaryl-CoA reductase
HMM
=
heavy meromyosin
HMO
=
hmo human milk oligosaccharid
HMSN
=
Hereditary motor and sensory neuropathy
HMSN
=
hereditaire motorische en sensorische neuropathieën
HMV
=
hartminuutvolume
HMZ
=
hyalienemembranenziekte
HNA
=
hereditaire neuralgische amyotrofie
hnb
=
handelen naar bevinden
HNP
=
Hernia Nuclei Pulposi. Dit is een hernia in de rug of nek.
HNP
=
Hernia Nuclei Pulposi
HNP
=
hernia nuclei pulposi, een aandoening van de rug of de nek door een uitgestulpte tussenwervelschijf
HNPCC
=
Hereditair non-polyposis colorectaal carcinoom
HNPP
=
hereditary neuropathy with liability to pressure palsies
hnRNA
=
heterogeen nucleair RNA
HNSHA
=
Hereditary Non-Spherocytic Hemolytic Anemia
HOCM
=
hypertrofische obstructieve cardiomyopathie
HOED
=
Huisartsen Onder Eén Dak
HOED
=
huisartsen onder één dak
HOH
=
Horacio Oduber Hospital, een algemeen ziekenhuis op Aruba
HOOG
=
Huisartsenorganisatie Oost-Gelderland, een huisartsenorganisatie in Apeldoorn
HP
=
heup prothese
HP
=
hoofdpijn
HPF
=
high power field
HPFB
=
Health Products and Food Branch (Canada)
hPL
=
humaan placentair lactogeen
HPO
=
Hypertrophic pulmonary osteoarthropathy
HPP
=
Haemorrhagia Post Partum
HPPD
=
hallucinogen persisting perception disorder
HPU
=
hemopyrrollactamurie
HPV
=
humaan papillomavirus
HR
=
Heart Rate
HR
=
Herhaalrecept
hr
=
high risk (bij hr-HPV)
HRCT
=
hoge resolutie CT (computertomografie) scan
HRF
=
Homologous restriction factor
HRS
=
Hepatorenaal syndroom
HRT
=
hormone replacement therapy
HS
=
Hoofdstift
HSAN
=
Hereditary Sensory and Autonomic Neuropathy
HSG
=
Hysterosalpingografie
HSG
=
hysterosalpingogram
HSM
=
hepatosplenomegalie
hsm
=
huisstofmijt
HSMR
=
hospital standardised mortality ratio
HSMR
=
hospital standardized mortality ratio
HSP
=
Henoch Schönlein purpura
HSP
=
hereditaire spastische paraparese
HSP
=
hoogsensitief persoon (ook: highly sensitive person); hereditaire spastische paraparese, een spierziekte; henoch-schönleinpurpura, purpura van Henoch-Schönlein, een ontsteking van kleine bloedvaatjes
hsp
=
hyper sonore percussie
HSS
=
Henoch Schönlein syndroom
HSV
=
Herpes Simplex Virus
HSV
=
hoge selectieve vagotomie
HT (1)
=
Hypertensie. Dit is hoge bloeddruk.
Ht (2)
=
Hematocriet. De dikte van het bloed.
HT
=
5-hydroxytryptamine (serotonine)
HT
=
Hoffman Trömner (reflex)
HT
=
hematocriet (ook HCT); hypertensie
HT
=
hypertensie
Ht
=
hematocriet
HTA
=
health technology assessment
HTG
=
Hemato-TachoGrafie
HTIG
=
human tetanus immune globulin
HTLV
=
human T(hymus)-cell leukemia virus
HTN
=
hypertensie
HTT
=
heparine tolerantie test
HTX
=
harttranspantatie
HU-waarde
=
Hounsfield Unit-waarde
HUS
=
hemolytisch uremisch syndroom
HV (1)
=
Hechtingen Verwijderen
HV (2)
=
Helder Vloeibaar (dieet)
HV (3)
=
Hallux Valgus
HV (4)
=
Hulpvraag
HV (5)
=
Huishoudelijke Verzorging
HV (6)
=
Hyperventilatie
HV
=
Hechtingen verwijderen
HV
=
Hoofdvijl
hv
=
hoofdverband
HVG
=
host-versus-graft
HVRC
=
Huisarts en Verpleeghuisarts Registratie Commissie
HVRC
=
Huisartsen en Verpleeghuisartsen Registratie Commissie
Logical Observation Identifiers Names and Codes, een databank met standaarden voor medische laboratoriumobservaties
LOK
=
Linkeronderkwab (van de longen)
LOK
=
lichamelijk onverklaarde klacht
LOK
=
linker onderkwab long
LOOB
=
Last tot onmiddellijke onthouding van de beroepsactiviteiten, een ingreep door de IGJ
LOOP
=
(Stichting) Landelijk Overkoepelend Orgaan voor de Podologie, een branche-organisatie voor podologen
LOPH
=
Lokaal Opleidings Plan Heelkunde (LUMC)
LOTx
=
Longtransplantatie
Lp(a)
=
lipoproteïne-A
LP
=
Lumbaalpunctie. Dit is een ruggenprik waarbij er hersenvocht (liquor) wordt afgetapt.
LP
=
lumbaal punctie
lp
=
levendige peristaltiek
LPF
=
Lymphocyte promoting factor
LPFB
=
linker posterieur fasciculair blok
LPH
=
Left Posterior Hemiblock
LPH
=
lipotrophic hormone
LPS
=
Lipopolysaccharide
LQTS
=
Lange QT (-tijd) Syndroom
LR+
=
positive likelihood ratio
LR-
=
negative likelihood ratio
LR
=
lichtreactie
lr
=
low risk (bij lr-HPV)
LRK
=
Landelijk Register Kinderopvang
LS
=
lichen sclerosus, een huidziekte, ook: LSA of LSEA
LSA
=
lichen sclerosus, ook: LS, een huidziekte, met synoniem: lichen sclerosus et atrophicans (LSEA)
LSCC
=
laryngeal squamous cell carcinoma
LSD
=
Lysergine zuurdiëthylamide
LSD
=
least significant difference
LSD
=
lumpy skin disease, nodulaire dermatose, een besmettelijke virusziekte bij runderen en andere hoefdieren; Lysergeenzuurdi-ethylamide, een synthetische hallucinogene drug
LSEA
=
Lichen sclerosus et atroficus
LSEA
=
lichen sclerosus et atrophicans, ook: LS, een huidziekte, synoniem van lichen sclerosus (LSA)
LSH
=
Laboratorium voor Speciële Hematologie van het LUMC
LSH
=
licht schedel hersenletsel
LSHL
=
licht schedel hersenletsel
LSHTM
=
London School of Hygiene and Tropical Medicine
LSP
=
Landelijk schakelpunt, de organisatie die de ZIM exploiteert.
Nederlandse Academie voor Eetstoornissen, een vereniging voor professionals die werken met patiënten met voedings- en eetstoornissen
NAFLD
=
Non-Alcoholic Fatty Liver Disease
NAFLD
=
non-alcoholic fatty liver disease, een aandoening van de lever
NAG
=
normaal ademgeruis
NAH
=
Niet Aangeboren Hersenletsel
NAH
=
niet-aangeboren hersenletsel
NAHT
=
Neo Adjuvant Hormoon Therapie
NAITP
=
neonatale allo-immunotrombocytopenie
NALT
=
nose-associated lymphoid tissue
NAM
=
National Academy of Medicine (US)
NAN
=
Nederlandse Apotheek Norm
NAO
=
Niet Anders Omschreven
NAS
=
neonataal abstinentie syndroom
NAS
=
neonataal abstinentiesyndroom
NASH
=
niet-alcoholische steatohepatitis, een aandoening van de lever
NASH
=
non-alcoholische steatohepatitis
Nationaal
=
ctieprogramma Diabetes (2009-2013)
National
=
cademy of Sports Medicine (US)
NAZ
=
Niet Acuut Ziek
NAZB
=
Netwerk Acute Zorg Brabant
NAZL
=
Netwerk Acute Zorg Limburg
NAZMN
=
Netwerk Acute Zorg Midden-Nederland
NAZrZ
=
Netwerk Acute Zorg regio Zwolle
NAZW
=
Netwerk Acute Zorg West
NB (1)
=
Niet Beademen.
NB (2)
=
Nota Bene. Dit betekent “let op!”
NBT
=
nitroblue tetrazolium (testen van leuco's tav immuniteit)
NCAB
=
Nationale Commissie Aids Bestrijding †
NCBD
=
Nederlandse Christelijke Bond van Doven
NCC
=
Niercelcarcinoom
NCC
=
nested case-control
NCD
=
Newcastle disease, Ziekte van Newcastle of pseudovogelpest, een zeer besmettelijke ziekte bij vogels, die ook ziekteverschijnselen veroorzaakt bij de mens (zoönose)
NCDR
=
National Cardiovascular Data Registry, sinds 2017 de Nederlandse Hart Registratie (NHR)
NCFS
=
Nederlandse Cystic Fibrosis Stichting, een patiëntenorganisatie
NCH
=
Neurochirurgie
NCHS
=
National Center for Health Statistics (USA)
NCI
=
National Cancer Institute, een onderdeel van de National Institutes of Health (NIH) (USA)
NCSE
=
niet-convulsieve status epilepticus
NCSM
=
Stichting Nederlandse associatie voor legale cannabis en haar stoffen als medicatie
NCV
=
Nederlandse Coeliakie Vereniging, een patiëntenorganisatie
NDF
=
Nederlandse Diabetes Federatie
NDFB
=
Nederlandse Donor Feces Bank (LUMC)
NDT
=
neurodevelopmental treatment
NEC
=
necrotiserende enterocolitis, een ernstige darmziekte bij te vroeg geboren baby's
NEC
=
necrotiserende enterocolitis
NecstGen
=
Netherlands Center for the Clinical Advancement of Stem Cell and Gene Therapies (Leiden)
NEJM
=
New England Journal of Medicine
NEMO
=
Nuclear factor kappa b Essential Modulator (gene)
NER
=
Nucleotide Excisie Reparatie
NET
=
Neuroendocriene tumor
NEU
=
Neurologie
nf#
=
nierfunctiestoornis
NF
=
neurofibromatose
NFA
=
Non Functioning Adenoma
NFD
=
Nefrodrain
NFG
=
normal fasting (nuchtere) glucose
NFI
=
Nederlands Forensisch Instituut
NFK
=
Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties
NFN
=
Nederlandse Federatie voor Nefrologie
NFOP
=
niet fris onder petje (patient die het allemaal niet snapt)
NFS
=
nefrotisch syndroom
NFU
=
Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra
NG
=
Nucleaire Geneeskunde
NGF
=
nerve growth factor (zenuwgroeifactor)
NGT
=
normale glucose tolerantie
NGU
=
niet-gonorroïsche urethritis
NH
=
Naar Huis. Dit wordt gebruikt bij ontslag van de afdeling.
NH
=
naar huis
NHB-donor
=
non-heart-beating donor
NHDI
=
Nederlandse Hervormde Diaconessen Inrichting (1891-1969), uiteindelijk in 2013 opgegaan in OLVG
NHG
=
Nederlands Huisartsen Genootschap. Deze organisatie beheert de NHG-standaarden, die de huisarts vaak als richtlijn gebruikt voor behandelingen.
NHG
=
Nederlands Huisartsen Genootschap
NHL
=
Non-hodgkinlymfoom
NHL
=
non-hodgkin lymfoom
NHO
=
neurogene heterotope ossificatie
NHR
=
Nederlandse Hart Registratie
NHS
=
National Health Service (Nationale Gezondheidsdienst) (Verenigd Koninkrijk)
NHTR
=
Niet-hemolytische transfusiereactie
NI
=
nierinsufficientie
NIA
=
National Institute on Aging, een onderdeel van de National Institutes of Health (NIH) (USA)
NIADM
=
niet-insulineafhankelijke diabetes mellitus
NIAID
=
National Institute of Allergy and Infectious Diseases (Nationaal Instituut voor Allergieën en Besmettelijke ziekten), een onderdeel van de National Institutes of Health (NIH)
NIAZ
=
Nederlands Instituut voor Accreditatie in de Zorg, sinds 2020 Qualicor Europe
NIBP
=
Non-invasive Blood Pressure
NICM
=
niet-ischemische cardiomyopathie
Nictiz
=
voorheen Nationaal ICT-Instituut in de Zorg (thans een merknaam), het kenniscentrum voor Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) in de zorg
NICU
=
Neonatal Intensive Care Unit. Een IC voor baby’s.
NICU
=
neonatale intensive-care unit
NIDA
=
National Institute on Drug Abuse (van NIH)
NIDDM
=
non-insulin dependant diabetes mellitus
NIFP
=
Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie
NIGZ
=
Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie
NIH
=
National Institutes of Health (USA)
NIMH
=
National Institute of Mental Health, een instituut van de National Institutes of Health
NIOG
=
Nitrosamine Implementation Oversight Group, een overleggroep van het Europees Geneesmiddelenbureau
NIP
=
Niet-specifieke interstitiële pneumonie
NIPPV
=
Niet Invasieve Positive Pressure Ventilation
NIPT
=
Niet Invasieve Prenatale Test
NIPT
=
Niet-invasieve prenatale test
NISB
=
Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen
NIV
=
Nederlandse Internisten Vereniging
NIV
=
Non-Invasieve Beademing
Nivel
=
Nederlands Instituut Voor onderzoek van de EersteLijnsgezondheidszorg (Nivel), thans Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg
NIZ
=
Nederlands Israëlietisch Ziekenhuis (1804-1943, Amsterdam) (†)
NKI
=
Nederlands Kanker Instituut
NKOC
=
Nationaal Kinder Oncologisch Centrum
NKR
=
Nederlandse Kankerregistratie, een gegevensbank van patiënten met kanker
Nl Ft
=
Normale Fontanel
nl rom
=
normal range of motion
NLM
=
National Library of Medicine (US)
NLT
=
normal lymphocyte transfer (test)
NLV
=
Nederlandse Leverpatiënten Vereniging
NMA
=
neuromusculaire aandoening
NMB
=
Nieuw-Malthusiaanse Bond (1881-1940), thans NVSH
NMDA
=
N-methyl-D-asparaginezuur
NMDL
=
Nederlands Moleculair Diagnostisch Laboratorium (Rijswijk ZH)
NMMV
=
Nederlandse Maatschappij Medisch Voetzorgverleners, de beroepsvereniging van rijkserkende medisch pedicures
NMO
=
neuromyelitis optica
NMR
=
(proton) nucleaire magnetische resonantie
NMS
=
Neus-maagsonde
NMS
=
neusmaagsonde
NMT
=
Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde, thans KNMT
nn.
=
nervi
NNGC
=
Nederlandsch Natuur- en Geneeskundig Congres (1887-2017)
NNH
=
numbers needed to harm
NNRTI
=
Non-nucleoside reverse-transcriptase inhibitor
NNT
=
number needed to treat
NOA
=
Nuchter Op Afdeling
NOAC
=
New Oral Anticoagulant. Een andere naam voor DOAC, een bloedverdunner.
NOAC
=
nieuwe orale anticoagulantia, antistollingsmiddelen (Non-vitamin k antagonist Oral Anti-Coagulants); ook: directe orale anticoagulantia (DOAC)
NODO
=
nader onderzoek doodsoorzaak
NOG
=
Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
Non-stemi
=
non ST-elevatie myocardinfarct
NOR
=
Nucleolus organizer region
norm
=
normaal
Normop
=
normale peristaltiek
NOS
=
not otherwise specified
NOTES
=
natural orifice transluminal endoscopic surgery
NOTR
=
Nederlandse Orgaan Transplantatie Registratie
NOV
=
Nederlandse Orthopaedische Vereniging
NOVF
=
Nederlandse Vereniging voor Orofaciale Fysiotherapie (een vereniging voor kaakfysiotherapie))
NP
=
Nieuwe Patiënt. Dit betekent dat de patiënt de polikliniek voor de eerste keer bezoekt. Meestal is er dan meer tijd gepland voor het gesprek.
NP
=
Nurse Practitioner
NP
=
nieuwe patiënt
NP
=
normale peristaltiek
np
=
niet palpabel
NPaV
=
Nederlandse Psychoanalytische Vereniging
NPBI
=
Nederlandse Productielaboratorium Bloedtransfusieapparatuur en Infusievloeistoffen (NPBI)
NPCF
=
Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie (thans Patiëntenfederatie Nederland (PN))
NPH-insuline
=
Neutral Protamine Hagedorn-insuline (ook wel isophane insuline, middellangwerkend)
NPH
=
normal-pressure hydrocephalus
NPO (1)
=
Niets Per Os. Dit betekent dat de patiënt niets mag eten of drinken.
Nederlandse Transplantatie Stichting, een stichting ter bevordering van orgaan- en weefseldonaties
NTS
=
Nederlandse Transplantatie Stichting
NTS
=
Nederlandse Triage Standaard
NTvG
=
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde
NTvH
=
Nederlands Tijdschrift voor Heelkunde; Nederlands Tijdschrift van Hematologie
NTVT
=
Nederlands Tijdschrift Voor Tandheelkunde
NTx
=
Niertransplantatie
nv
=
niet veranderd
nv
=
niet verricht
nv
=
niet verschenen
NVAB
=
Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde
NVCO
=
Nederlandse Vereniging voor Chirurgische Oncologie (Nederlandse Vereniging voor Kankerchirurgie, een ondervereniging van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVVH))
NVD
=
Nederlandse Vereniging van Diëtisten
NVDEC
=
Nederlandse vereniging van dierexperimentencommissies
NVDO
=
Nederlandse Vereniging voor Diabetes Onderzoek
NVDV
=
Nederlandse Vereniging van Dermatologie en Venereologie
NVEPC
=
Nederlandse Vereniging Esthetische Plastische Chirurgie
NVFB
=
Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie bij Bekkenproblematiek, evenwel meestal genoemd Nederlandse Vereniging voor Bekkenfysiotherapie
NVFK
=
Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie van Kinderen, thans Nederlandse Vereniging voor Kinderfysiotherapie
NVGE
=
Nederlandse Vereniging voor GastroEnterologie
NVGIC
=
Nederlandse Vereniging voor GastroIntestinale Chirurgie, een ondervereniging voor maagdarmchirurgie van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVVH)
NVH
=
Nederlandse Vereniging voor Hepatologie
NVI
=
(voormalig) Nederlands Vaccin Instituut (2003-2010)
NVIC
=
Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum; Nederlandse Vereniging voor Intensive Care
NVK
=
Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
NVKC
=
Nederlandse Vereniging voor Kinderchirurgie (een ondervereniging van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVVH); Nederlandse Vereniging van Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
NVKG
=
Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
NVLA
=
Nederlandse Vereniging voor Laboratoriumartsen † (in 1992 opgegaan in Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM)
NVLD
=
Niet-verbale leerstoornis
NVM
=
Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten
NVMBR
=
Nederlandse Vereniging voor Medische Beeldvorming & Radiotherapie (2003)
NVMDL
=
Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen, een medische beroepsvereniging
NVMG
=
Nederlandse Vereniging voor Medische Geschiedenis
NVML
=
Nederlandse Vereniging van bioMedisch Laboratoriummedewerkers
NVMM
=
Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie; Nederlandse Vereniging voor Medische Milieukunde
NVMO
=
Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie; Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs
NVMP
=
Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie (1969), thans Artsen voor Vrede
NVMSR
=
Nederlandse Vereniging voor Medisch Specialistische Rapportage
NVN
=
Nierpatiënten Vereniging Nederland
NVNG
=
Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde
NVO
=
niet vorderende ontsluiting
NVOG
=
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
NVOM
=
Nederlandse Vereniging voor Ouders van Meerlingen; Nederlandse Vereniging van Oefentherapeuten Mensendieck (thans VvOCM)
NVOO
=
Nederlandse Vereniging voor Overgewicht & Obesitas
NVPC
=
Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie
NVRO
=
Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie
NVSG
=
Nederlandse Vereniging voor Sociale Geriaters, gefuseerd 2005 met NVVA, sinds 2009 Verenso
NVSH
=
Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming
NVT
=
Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie (een ondervereniging van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVVH)); Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie; Nederlandse Vereniging van Tandartsen
NVU
=
Nederlandse Vereniging voor Urologie, een wetenschappelijke beroepsvereniging voor medisch specialisten in de urologie
NVU
=
Niet vorderende uitdrijving
NVVA
=
Nederlandse Vereniging van Verpleeghuisartsen (1972-2009), thans Verenso
NVvAKI
=
Nederlandse Vereniging voor Allergologie en Klinische Immunologie
NVVC
=
Nederlandse Vereniging voor Cardiologie
NVVE
=
Nederlandse Vereniging Voor Endodontologie; Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie, sinds 2006 Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE)
NVVG
=
Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde
NVvH
=
Nederlandse Vereniging voor Handchirurgie; Nederlandse Vereniging voor Heelkunde; Nederlandse Vereniging voor Hematologie
NVvL
=
Nederlandse Vereniging voor Longchirurgie (een ondervereniging van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVVH)
NVVO
=
Nederlandse Vereniging van Orthoptisten
NVVP
=
Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten (†)
NVvR
=
Nederlandse Vereniging voor Radiologie
NVVS
=
Nederlandse Vereniging voor Seksuologie, thans Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie
NVvV
=
Nederlandse Vereniging voor Vaatchirurgie (een ondervereniging van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVVH)
NVW
=
negatieve voorspellende waarde
NVZ
=
Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen
NVZA
=
Nederlandse Vereniging van ZiekenhuisApothekers
NVZB
=
Niet Verschenen Zonder Bericht
NVZD
=
Nederlandse Vereniging van Bestuurders in de Zorg (voorheen Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisdirecteure (NVZD))
NWB
=
Non Weight Bearing (pt mag niet steunen)
NWS
=
Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie (voorheen Nederlandse Vereniging voor Seksuologie (NVVS))
NWVT
=
Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging van Tandartsen
Nza
=
Nederlandse Zorgautoriteit, toezichthouder krachtens de Wet marktordening gezondheidszorg (2005)
NZf
=
Nederlandse Zorgfederatie (1991-1999), een voormalige koepelorganisatie, thans ActiZ en NVZ
O/
=
onderzoek
OA
=
oral appliance (snurkbeugel)
OAB
=
overactieve blaas
OAC (1)
=
Orale Anticonceptie. Dit is de pil.
OAC (2)
=
Orale Anticoagulantia. De medische term voor bloedverdunners.
OAC
=
orale anti coagulantia
OAC
=
orale anticonceptie; orale anticoagulantia
OAC
=
orale anticonceptie
OAE
=
Otoacoustische emissies (gehoortest)
OAS
=
Orale anti-stolling
OAZ
=
Organisatie van Algemeene Ziekenfondsen (1941-1968)
OBG
=
obstetrie en gynaecologie
OBS
=
Obstetrie. Verloskunde.
OCB
=
oxcarbazepine
OCD
=
osteochondritis dissecans (ook afgekort als OD); obsessive–compulsive disorder (obsessieve-compulsieve stoornis)
OCM
=
Organisatie Cytodiagnostische Medewerkers, een beroepsorganisatie voor medewerkers in de zorg
OCS
=
obsessieve-compulsieve stoornis, ook: obsessief-compulsieve stoornis of dwangstoornis
OCS
=
obsessieve-compulsieve stoornis
OCT
=
optische coherentietomografie
OCT
=
ornithine carbamoyltransferase
OD
=
Oculo dextra
OD
=
Oculus Dexter. Dit is het rechteroog.
OD
=
osteochondritis dissecans (ook afgekort als OCD)
ODAP
=
Orphan Drug Access Protocol; oxalyldiaminopropionzuur
ODDI
=
oblique diameter difference index (%)
ODI
=
O2-desaturatie index
ODS
=
Oculo dextra et sinistra
ODS
=
Oculus Dexter et Sinister. Dit zijn de beide ogen.
Out-of-Hospital Cardiac Arrest. Een hartstilstand buiten het ziekenhuis.
OHCA
=
out of hospital cardiac arrest
OHK
=
Oogheelkundige Historische Kring (2018), een werkgroep van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG)
OHR
=
Out-of-Hospital Resuscitation. Dit is een reanimatie die buiten het ziekenhuis is opgestart.
OHRA
=
OHRA, voorheen Onderlinge voor Hogere Rijks Ambtenaren (zorgverzekering); thans een handelsmerk van onderdelen van de NN Group en de CZ Groep
OHS
=
obesitas-hypoventilatiesyndroom
OHSS
=
Ovarieel Hyperstimulatie Syndroom
OI
=
opportunistische infectie
OI
=
osteogenesis imperfecta
OIN
=
onderzoek in narcose
OK
=
Operatiekamer. Soms wordt de afkorting OK ook gebruikt voor operatie.
OK
=
operatie (kamer)
OKC
=
Operatiekamercomplex
OKD
=
okselklierdissectie
OKT
=
Okselkliertoilet
OLK
=
onverklaarde lichamelijke klacht
OLO
=
Onverwacht Lange Opnameduur
OLT
=
orthotope levertransplantatie
OLVG
=
Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (1898-2015), sinds 2015 OLVG, een ziekenhuis in Amsterdam
OLWI
=
Onderste luchtweginfectie. Dit is bijvoorbeeld een longontsteking.
OLWI
=
onderste luchtweg infectie
OMA
=
Otitis Media Acuta. De medische term voor middenoorontsteking.
OMA
=
Otitis Media Acuta
OMC
=
Oogheelkundig Medisch Centrum, aanduiding voor een zelfstandige oogheelkundige kliniek
OMC
=
otitis media chronica
OMD
=
ouderdoms maculadegeneratie
OME
=
Otitis Media met Effusie
OMIN
=
Online Mendelian Inheritance in Man (een medische databank)
OMS
=
opsoclonus-myoclonussyndroom; Orde van Medisch Specialisten (in 2015 opgegaan in Federatie Medisch Specialisten)
OMT
=
Outbreak management team
ONO
=
orienterend neurologisch onderzoek
ONVZ
=
ONVZ, voorheen Onderlinge Nationale Verzekering tegen Ziekenhuiskosten, thans een handelsmerk
OOA
=
Onderzoekschool Oncologie Amsterdam
OOG
=
Oostelijk Oogheelkundig Gezelschap, een regionale afdeling van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG)
OPCA
=
olivopontocerebellaire atrofie
OPCAB
=
off-pump coronary artery bypass
OPG
=
Oculo-plethysmografie
OPS
=
organisch psychosyndroom
OPT
=
Orthopantomogram. Dit is een röntgenfoto van de tanden, kiezen en kaken.
OPV
=
oraal poliovaccin
OR
=
odds ratio
OR
=
organ at risk
ORIF
=
Open Reduction Internal Fixation
ORL
=
otorinolaryngologie (in België); keel-, neus- en oorheelkunde (of keel-neus-oorheelkunde) (in Nederland)
ORP
=
Orchidopexie
ORS
=
Oral Rehydration Salts
ORS
=
Oral Rehydration Solution
OS
=
Oculo sinistra
OS
=
Oculus Sinister. Dit is het linkeroog.
OS
=
openingssnap (extra harttoon na 2e toon, bij mitralisstenose)
OSAS
=
Obstructieve Slaapapneu Syndroom
OSAS
=
obstructief slaap apneu syndroom
OSAS
=
obstructieveslaapapneusyndroom, een dichtvallen tijdens de slaap van de bovenste luchtweg door wand of tong
OSG
=
onderste spronggewricht
OSM
=
Osteosynthesemateriaal
OSM
=
osteosynthese materiaal
OT
=
orthostatische tremor, een neurologische aandoening, gekenmerkt door onwillekeurige trillingen in de benen
OT
=
oxytocine
OTC
=
over the counter (geneesmiddel)
OTO
=
Opleiden, Trainen en Oefenen, een programma binnen een netwerk voor acute zorg
OU
=
oculus uterque (beide ogen)
OUS
=
onderste uterussegment
OVAA
=
Onderlinge Verzekering van Artsen Automobilisten † (thans VvAA)
OVB
=
oogvolgbewegingen
OVCF
=
osteoporotische vertebrale compressiefractuur
OVIT
=
oncolytische viro-immunotherapie
OVN
=
Optometristen Vereniging Nederland
OWG
=
Oncologiewerkgroep
OWI
=
onderwandinfarct
OZG
=
Ommelander Ziekenhuis Groningen
OZO
=
Overijsselse Ziekenomroep, een regionale ziekenomroep in Nijverdal, verzorgd door vrijwilligers in verpleeghuizen en verzorgingstehuizen in Midden-Overijssel
p.c.
=
post cenam, na het eten (recept)
p.r.n.
=
pro re nata, zo nodig (recept)
P/
=
plan
P
=
Pols. Dit is één van de vitale functies.
P
=
Pyrosis, zuurbranden
P
=
pols
P
=
portio
PA (1)
=
Physician Assistant
PA (2)
=
Pathologie. Het onderzoek van een lichamelijk weefsel.
Prikkelbare Darm Syndroom Belangenorganisatie (bedoeld is: prikkelbaredarmsyndroom), een patiëntenorganisatie
pdt
=
photo dynamische therapie
PE (1)
=
Pre-Eclampsie. Zwangerschapsvergiftiging.
PE (2)
=
Pulmonary Embolism. Het Engelse woord voor longembolie.
PE
=
pre-eclampsie
PE
=
pulmonaal embolie/longembolie
PEA
=
Pigment Epitheel Alteraties
PEA
=
Pulseless Electrical Activity
PEARL
=
Pupils Equal And React(ive) to Light
PEARRL
=
Pupils Equal And Round, Reactive to Light
PEC
=
Percutaneous endoscopic colostomy
PEEP
=
Positive End Expiratory Pressure
PEF
=
peak expiratory flow
PEG
=
Percutane Endoscopische Gastrostomie. Een PEG-sonde is verbinding door de buikwand naar de maag, om voeding en medicijnen te geven.
PEG
=
Percutane Endoscopische Gastrostomie
PEH
=
psychiatrische eerste hulp
PEJ
=
percutane endoscopische jejunostomie
PENI
=
psycho-endocrino-neuro-immunologie, een interdisciplinair onderzoeksgebied naar de wisselwerking tussen psyche, zenuwstelsel en immuunsysteem (zie ook: PNI)
PEP
=
post expositie profylaxe (HIV preventie)
perc
=
percussie
perist
=
peristaltiek
PERL
=
Pupils Equal and React(ive) to Light
PESA
=
percutane epididymale sperma aspiratie
PET
=
positronemissietomografie
PF
=
plaatjesfactor
PF
=
plasmafiltratie
PFA
=
platelet function analyzer
PFGE
=
pulsed-field gel electrophoresis
pfn
=
pertrochantaire femur nail
PFP
=
perifere facialisparese
PG
=
Peak gradient
PG
=
prostaglandine
PGB
=
persoonsgebonden budget
PGD
=
Pré-implantatie Genetische Diagnostiek
PGD
=
pre-implantatiegenetische diagnostiek; Patiënten, Gehandicapten en Ouderen (een voormalig fonds waarvan de taken zijn overgenomen door DUS-I)
PGO
=
persoonlijke gezondheidsomgeving, een digitaal bestand met persoonlijke gezondheidsgegevens
PH
=
pulmonaal hypertensie
pH
=
Potential Hydrogen (zuurgraad uitgedrukt als negatieve logaritme van H+ ionenconcentratie)
PHA
=
Phytohaemagglutinin
PHA
=
Primair hyperaldosteronisme
PHACO
=
Een techniek van staaroperatie (Phacos is Grieks voor lens)
PhD
=
Doctor of Philosophy
PHN
=
postherpetische neuropathie
PHPG
=
persisterend hyperplastisch primair glasvocht
PHPV
=
Persisterend Hyperplastisch Primair Vitreum
PHS
=
Periarthritis humeroscapularis
PHTLS
=
prehospital trauma life support
PHTS
=
PTEN hamartoom tumorsyndroom
PI
=
perfusie-index, een maat voor de doorbloeding
PI
=
perifere iridectomie
PI
=
pulmonalisinsufficiëntie
PI
=
pulsatiliteitsindex (a. umbilicalis)
pica
=
posterior inferior cerebral artery
PICC
=
Perifeer Ingebrachte Centrale Katheter (Catheter)
PICC
=
peripherally inserted central catheter
PICO
=
Patient Intervention Control Outcome
PICU
=
Paediatric Intensive Care Unit
PICU
=
Pediatric Intensive Care Unit
PID
=
Pelvic Inflammatory Disease. Ontsteking in het kleine bekken.
PID
=
pelvic inflammatory disease
PIE
=
pulmonale infiltraten met eosinofilie (syndroom)
PIF
=
prolactin-inhibiting factor
PIH
=
Pregnancy Induced Hypertension
PIN
=
prostatic intraepithelial neoplasia
PION
=
Posterior Ischemic Optic Neuropathy
PIP
=
Proximale Interphalangeaal gewricht. Het gewrichtje tussen het eerste en tweede kootje van een vinger of teen.
PIP
=
paediatric investigation plan (van het Europees Geneesmiddelenbureau)
PIP
=
plasma cell interstitial pneumonia
PIP
=
proximale interfalangeale gewricht
PIVKA-II
=
Protein induced by vitamin K absence or antagonist II
PIZ
=
Portugees Israëlitisch Ziekenhuis † (Amsterdam)
PJI
=
Prosthetic Joint Infection. Infectie van een gewrichtsprothese.
Punctum Maximum, bij het beschrijven van een hartruis.
PM (3)
=
Pacemaker.
PM (4)
=
Poor Metabolizer
PM (5)
=
Pedagogisch Medewerker
PM
=
pacemaker
PM
=
pedagogisch medewerker
PM
=
polymyositis
PM
=
pro memorie (ter herinnering)
PMA
=
paramethoxyamfetamine, een designerdrug; Pensioenfonds Medewerkers Apotheken; Polikliniek Mens en Arbeid, een polikliniek van het Amsterdam UMC; premarket approval (premarket-goedkeuring), een proces van de Food and Drug Administration voor de evaluatie van medische hulpmiddelen
PMA
=
paramethoxyamphetamine
PMB
=
Postmenopauzaal bloedverlies
PMBCL
=
Primair mediastinaal B-cellymfoom, ook: PMBL
PMBL
=
Primair mediastinaal B-cellymfoom, ook: PMBCL
PMC
=
Prinses Máxima Centrum, een ziekenhuis en onderzoekscentrum in Utrecht, gespecialiseerd in kinderoncologie
ribonucleic acid, (Ribonucleïnezuur), een biologisch macromolecuul
RNAi
=
RNA-interferentie
RNP
=
ribonucleoproteïne
ROAZ
=
Regionaal Overleg Acute Zorgketen
ROB
=
Rechteronderbuik
ROB
=
rechter onder buik
ROC
=
receiver operating characteristic (-curve)
ROK
=
Rechteronderkwab (van de longen)
ROK
=
rechter onderkwab long
ROM
=
Range of Motion
ROP
=
Retinopathy of Prematurity
ROS
=
reactive oxygen species
ROSC
=
Return Of Spontaneous Circulation
RP
=
recidiverende polychondritis, een auto-immuunziekte; retinitis pigmentosa, een oogziekte
RP
=
referentiepunt
RP
=
retinitis pigmentosa
RPB
=
rigid pelvic band (corset)
RPD
=
Rijks Psychologische Dienst †
RPE
=
retinaal pigmentepitheel
RPF
=
renal plasma flow
RPR
=
Rapid Plasma Reagin test (syfilistest)
RPR
=
rapid plasma reagin (-test)
RQ
=
respiratoir quotiënt (afgegeven CO2 / opgenomen O2)
rr.
=
rami (meervoud van ramus)
RR
=
Bloeddruk (RR is een afkorting van Riva-Rocci, de naam van een Italiaanse dokter die onderzoek deed naar bloeddruk.)
RR
=
Riva-Rocci (bloeddruk)
RR
=
Riva-Rocci, een methode van bloeddrukbepaling
RR
=
relative risk
RRC
=
Rijnlands Revalidatie Centrum, sinds 2019 Basalt, een expertisecentrum voor medisch-specialistische revalidatiezorg
RRD
=
bloeddruk rechts (dextra)
RRMS
=
relapsing remitting multiple sclerosis
rRNA
=
ribosomaal RNA
RRR
=
relatieve risicoreductie
RRS
=
bloeddruk links (sinistra)
RS
=
respiratoir syncytieel (> RS-virus, ook afgekort als RSV)
RSI
=
repetitive strain injury
RSV
=
respiratoir syncytieel virus (> RS-virus)
RSV
=
respiratoir syncytieel virus
RSVP
=
reason, story, vital signs, plan
RT (1)
=
Radiotherapie. Dit betekent bestraling. Soms wordt de afkorting RTx gebruikt.
RT (2)
=
Rectaal Toucher
rt-PA
=
recombinant tissue plasminogen activator
RT-PCR
=
Reverse transcription polymerase chain reaction
RT-remmer
=
reverse transcriptaseremmer
RT
=
rectaal toucher
rt
=
rectaal toucher, digitaal rectaal onderzoek; synoniem: palpatio per anum (ppa of PPA)
RTA
=
renale tubulaire acidose
RTCD
=
Rubor Tumor Calor Dolor
RTD
=
routine test dilution
RTE
=
Regionale Toetsingscommissie Euthanasie
RTF
=
reduced transport fluid
RTF
=
resistance transfer factor
RTG
=
Regionaal Tuchtcollege Gezondheidszorg
RTK
=
receptor tyrosine kinase
rTMS
=
repetitieve transcraniële magnetische stimulatie
RTS
=
syndroom van Rubinstein-Taybi
RTx
=
radiotherapie
RUB(P)
=
Ribulose-1,5-bisphosphate
RUG
=
Rijksuniversiteit Groningen
RUH
=
radial unit hypothesis, hypothese van de radiale eenheid, een theorie van de ontwikkeling van de hersenschors
RUN
=
Radboud Universiteit Nijmegen
RV
=
Residuaal Volume
RV
=
rechter ventrikel
RvC
=
Reden van Consult
RVEDP
=
rechterventrikel einddiastolische druk
RVFK
=
Regionale Vereniging van Fysiotherapeuten voor Kinderen (Eindhoven)
RVH
=
rechterventrikelhypertrofie
RvK
=
reden van komst
RvO
=
reden van opname
RVP
=
Rijksvaccinatieprogramma
RVPP
=
Right Ventricular Peak Pressure
RVS
=
Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
RVZ
=
Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, sinds 2016 Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
RWBS
=
rechter-wandbewegingsstoornissen
Rx
=
Röntgenfoto
RYGB
=
Roux-en-Y Gastric Bypass
S 1
=
ooglasering
S-
=
geen souffles
S1S2
=
De 1e en 2e harttonen.
S1S2
=
normale cor tonen
SA
=
Spondylitis Ankylopoëtica
SA
=
sinoatriaal (-blok/-knoop)
SA
=
status asthmaticus
SAARD
=
slow-acting antirheumatic drug
SAB
=
subarachnoidale bloeding
SACH
=
solid-ankle cushion-heel (foot prosthesis)
SAD
=
seasonal affective disorder
SAD
=
small airway disease
SAE
=
Serious Adverse Event
SAG
=
scherp adem geruis
SAGO
=
Samenwerkende Apothekers Gooi en Omstreken (Blaricum)
sah
=
subarachnoid hemorrhage
SAL
=
shrinking action level
SALA
=
selective amyloid lowering agent
SALT
=
skin-associated lymphoid tissue
SAM
=
Samenwerkende Apothekers Maasland (Sittard)
SAM
=
sedatie anesthesiemedewerker
SAMH
=
Samenwerkende Apothekers Midden Holland (Gouda)
SAMPC-model
=
Anamnese model binnen de ouderengeneeskunde: - Somatische functies - ADL functies - Maatschappelijk-sociale functies - Persoonlijk welzijn en psychisch functioneren - Communicatieve functies
SaO2
=
Zuurstofsaturatie of zuurstofverzadiging
SaO2
=
arteriële zuurstofsaturatie, bepaald met behulp van een bloedgasanalyse
SAP
=
Serum amyloid P (component)
SAPS
=
simplified acute physiology score
SARA
=
Selective Aldosterone Receptor Antagonist
SARG
=
Samenwerkende Apotheken Rijn & Gouwe (Alphen aan den Rijn)
SARS
=
severe acute respiratory syndrome, ernstig acuut ademhalingssyndroom, een besmettelijke, soms levensbedreigende luchtweginfectie, veroorzaakt door een betacoronavirus
SARS
=
severe acute respiratory syndrome
SAS
=
slaapapneusyndroom
Sat
=
Zuurstofsaturatie of zuurstofverzadiging
SAVE
=
(Apothekers) Salland-Vechtstreek (Dedemsvaart)
SAZU
=
Stads- en Academisch Ziekenhuis Utrecht (1924-1999 ), thans Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC Utrecht)
SBAR
=
situation, background, assessment, recommendation
SBBF
=
Samenwerkingsverband van Bejaardenoorden met een Bijzondere Functie
SBBT
=
Stichting Bevordering Bijzondere Tandheelkunde
SBP
=
spontane bacteriele peritonitis
SBS
=
shaken baby syndrome
SBT
=
Stichting voor Bijzondere Tandheelkunde, een instelling voor tandheelkundige zorg in Amsterdam (ACTA-gebouw)
SC (1)
=
Subcutaan. Een medicatie voorschrift.
SC (2)
=
Sectio Caesarea. De medische term voor een keizersnede.
SC
=
Sectio Caesarea
sc
=
subcutaan
SCA
=
spinocerebellaire ataxie
SCA
=
spinocerebellaire atrofie
SCAL
=
Stichting Centraal Artsen Laboratorium (Leiden)
SCAN
=
Schedule for Clinical Assessment in Neuropsychiatry
scc
=
spinocellulair carcinoom
SCD
=
sickle cell disease (sikkelcelziekte), een recessief erfelijke aandoening van de rode bloedcellen
SCE
=
sister chromatid exchange
SCEN
=
Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland (-arts)
SCEN
=
Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland (> SCEN-arts)
Sacro-Iliacaal. SI-gewricht. Dit is het gewricht (SI-gewricht) waarmee de wervelkolom vastzit op het bekken.
SI
=
syncytium inducerend (celklontering veroorzakend)
SIADH
=
Syndrome of Inappropriate Antidiuretic Hormone
sIBM
=
sporadic Inclusion Body Myositis
SIDS
=
Sudden infant death syndrome (Wiegendood)
SIDS
=
sudden infant death syndrome
SIG
=
sacro-iliacale gewricht, het SI-gewricht, een gewricht (links en rechts) in het bekken, de verbinding tussen de rug en de benen; voorheen Samenwerkende Instellingen voor Geestelijk Gehandicapten, thans de merknaam van een zorgorganisatie in Kennemerland voor mensen met een beperking
SIJ
=
sacroiliac joint (> SI joint), SI-gewricht
SILS
=
Single Incision Laparoscopic Surgery
SIMV
=
synchronized intermittent mandatory ventilation
SIP
=
Stuurgroep Integratie Patiëntenbewegingen
SIP
=
sickness impact profile
SIRS
=
Systemic inflammatory response syndrome
SIRVA
=
Shoulder injury related to vaccine administration
SIS
=
Saline infusion sono(hystero)graphy
SIV
=
simian immuundeficiëntievirus, een retrovirus bij apen, verwant aan het humaan immunodeficiëntievirus (hiv) dat aids veroorzaakt
SIVD
=
subcorticale ischemische vasculaire dementie
SJS
=
Stevens Johnson syndroom
SJS
=
Stevens–Johnson syndrome (Syndroom van Stevens-Johnson), een aandoening van de huid en de slijmvliezen
sk
=
sputumkweek
SKB
=
Streekziekenhuis Koningin Beatrix (Winterswijk)
SKGE
=
Stichting klachten en geschillen eerstelijnszorg
SKGZ
=
Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen
SKILZ
=
Stichting Kwaliteitsimpuls voor de Langdurige Zorg
SKION
=
Stichting Kinderoncologie Nederland, een stichting voor de bevordering van de kwaliteit van zorg in de kinderoncologie
SL
=
Sublinguaal
SLAP
=
Superior Labrum Anterior to Posterior (schouderletsel)
SLE
=
systemische lupus erythematodes, een auto-immuunziekte, met synoniem: lupus erythematodes disseminatus (LED)
SLE
=
systemische lupus erythematosus
SLH
=
supracervicale laparoscopische hysterectomie
SLNB
=
Sentinel Lymph Node Biopsy
SLO
=
syndroom van Smith-Lemli-Opitz
SLR
=
straight-leg raising (-test)
SM
=
set up margin
SMA
=
Superior Mesenteric Artery
SMA
=
spinale musculaire atrofie, verzamelnaam voor een groep progressieve spierziekten
SMA
=
spinale musculaire atrofie
SMA
=
sportmedisch adviescentrum
SMEDTS
=
spondylometa-epifysaire dysplasie, type Strudwick
SMEI
=
severe myoclonic epilepsy in infancy
SMH
=
spoedeisende medische hulpverlening
SMN
=
survival motor neurone
SMR
=
sensorimotorisch ritme
SMR
=
standardized mortality ratio
SMUR
=
Service Mobile d'Urgence et de Réanimation, een traumateam (België)
SN
=
sentinel node
SNAQrc
=
Short Nutritional Assessment Questionnaire for Residential Care (SNAQrc)
SNc
=
substantia nigra pars compacta
SNDRA
=
Serotonin–norepinephrine–dopamine releasing agent
SNHZ
=
(voormalige) Stichting Nederlandse Herstellingsoorden en Zorghotels
SNIP
=
Stichting Nederlands Instituut voor Pigmentstoornissen (Amsterdam UMC)
Schildklier Organisatie Nederland, een patiëntenvereniging
SOPP
=
stabiele (gepasteuriseerde) oplossingen van plasmaproteïnen
SP
=
sonore percussie
SPA
=
Single Photon Absorptiometry
SPC-cell
=
sickleform-particle containing cel
SPC
=
supra pubis catheter
SPECT
=
single photon emission computed tomography (SPECT), (> SPECT-scan)
SPECT
=
single-photon emission computerized tomography
SPF
=
sun protection factor, een maat voor de doeltreffendheid van middelen tegen zonnebrand
SPL
=
sound-pressure level
SPM-test
=
Sperma penetratie en migratie test
SpO2
=
Zuurstofsaturatie
SpO2
=
perifere zuurstofsaturatie, bepaald met behulp van een zuurstofsaturatiemeter
SPO
=
Stichting Patiëntenbelangen Orthopaedie, een patiëntenvereniging
SPOA
=
Stichting Pensioenfonds Openbare Apothekers
SPOR
=
Spoedeisende Psychiatrische Onderzoeksruimte
SPP
=
Spontane Partus. Spontane bevalling.
SPRM
=
selective progesterone receptor modulator
SPSS
=
Statistical package for social sciences (statistieken software)
SPUTOVAMO
=
Soort letsel, Plaats van het letsel, Uiterlijk van het letsel, Tijdstip van oplopen, Oorzaak, Veroorzaker, Anderen/getuigen, te nemen Maatregelen en mogelijke Oude letsels
Treponema Pallidum Particle Agglutination test (syfilistest)
TPR
=
temperature, pulse, respiration (temperatuur, polsslag, ademhaling), een protocol bij eerste hulp; true positive rate, het percentage juist-positieven (de trefkans)