Medische afkortingen.
Verzameld uit diverse internetbronnen.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

# = fractuur
# = gebroken (vliezen)
# = stop
$ = geen souffles
% = stop
@ = Aangevraagd
+ = besproken
+ = positief
- = negatief
-s = souffle pulm
18F = florbetapir (18F)
1q21 = menselijk chromosoom 1
2R = twee richtingen
4F = tetralogie van Fallot

A-KO = arts-klinisch onderzoeker
A. = Arterie. Slagader.
a.a. = ana partes aequales, in gelijke delen (recept)
a.c. = ante cenam, voor de maaltijd (recept)
a.m. = ante meridiem, voor het middaguur (recept)
a.n. = ante noctem, voor de nacht (recept)
a.s.r. = voorheen Amersfoortse - Stad Rotterdam ASR), een Nederlandse verzekeringsgroep, thans een merknaam
A/ = anamnese
a = arteria
AA (of aa) = Arst-Assistent
AA = Aggregatibacter actinomycetemcomitans
AA = Anonieme Alcoholisten
AA = algemene achteruitgang
AA = anterograde amnesie, een vorm van geheugenverlies; aplastische anemie, beenmergdepressie, een zeldzame vorm van bloedarmoede, waarbij het beenmerg te weinig bloedcellen aanmaakt
AA = aorta-aneurysma
aa = arteriae
AAA = Andersom Aortae Abdominalis. Dit is een verwijding van de aorta in de buik.
AAA = Aneurysma Aortae Abdominale
AAA = aneurysma aortae abdominalis, een plaatselijke verwijding van de grote lichaamsslagader in de buik
Aaa = achterhoofdsligging, achterhoofd achter
AAAA = Acuut Aneurysma Aortae Abdominale
AAAA = Acuut Aneurysma Aortae Abdominalis (wordt ook 4A genoemd). Dit is een verwijding van de aorta die acuut gaat bloeden.
AAAA = acuut aneurysma aortae abdominalis
AAAAA = Acuut Athrosclerotisch Aneurysma Aortae Abdominale
AAD = American Academy of Dermatology
AAG = adem-alcoholgehalte
AAN = American Academy of Neurology
AAR = antigeen-antistof reactie
AAT = AtticoAntroTomie
AAT = achteruitgang algemene toestand
AAV = ANCA-associated vasculitis
AAW = Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (1976-1998), een voormalige inkomensvoorziening voor langdurig zieke of gehandicapte niet-werknemers
AB0 = A-B-Nul, aanduiding van het bloedgroepensysteem A, B, 0 (nul) en AB (Zie ook ABO)
AB = antibiotica
ABA = Adviescommissie Behoeftebepaling Artsen; Applied Behaviour Analysis, een therapie om gedragswijzigingen aan te leren
ABBE = aandoeningen aan het bewegingsapparaat in de bovenste extremiteit
ABC = ABortus Curretage
ABC = Airway (luchtweg), Breathing (ademhaling), Circulation (circulatie), (> ABC-protocol, een protocol (richtlijn) bij acute zorg
ABC = Airway Breathing Circulation
ABC = Aneurysmatische BotCyste
ABCD = Airway, Breathing, CPR (cardiopulmonale reanimatie), Defibrillation, een protocol bij acute zorg
ABCDE = Airway, Breathing, Circulation, Disability, Exposure (> ABCDE-methode), een protocol bij acute zorg
abd = abdomen
ABEP = auditory brainstem-evoked potentials
ABG = Arterieel Bloedgas (een andere term hiervoor is “astrup”)
abg = arterieel bloedgas
ABI = Ankle Brachial Pressure Index
ABIM = American Board of Internal Medicine
ABMR = Antibody-mediated Rejection
ABO = Association Belge d’Orthoptie (Zie ook AB0 = AB Nul)
ABP = androgeenbindend proteine
ABPA = allergisch bronchopulmonaal aspergillose
ABPM = ambulatory blood pressure monitoring (ambulante bloeddrukmonitoring); American Board of Preventive Medicine; American Board of Pain Medicine
ABR = Auditory Brainstem Response
ABS = Apneu, bradycardie, saturatiedaling
ABS = Artificial Bowel Sfincter
Ac-G = Accelerator globuline
AC = Buikomtrek
AC = abdominale circumferentie
AC = anticonceptie
ac = acenocoumarol
ac = ante coenam
ACA = a. cerebri anterior
ACA = acrodermatitis chronica atrophicans
ACC = Adenoid Cysteus Carcinoom
ACC = American College of Cardiology
ACCM = Accreditation Commission of Colleges of Medicine
ACE = angiotensine-converterend enzym; Apothekers Coöperatie Eemland, een samenwerkingsverband van apothekers (Amersfoort)
ACE = angiotensine-converting enzyme
acetyl-CoA = acetylco-enzym A
ACH = Apothekers Coöperatie Haaglanden, een samenwerkingsverband van apothekers (Den Haag)
ACH = arm chest hip (index)
ACh = acetylcholine
ACI = arteria carotis interna
ACIDO = Anemie, Cyanose, Icterus, Dyspnoe, Oedeem
ACIDOT = Anemie, Cyanose, Icterus, Dyspnoe, Oedeem, Turgor
ACL = Anterior Cruciate Ligament. Het Engelse woord voor de voorste kruisband.
ACL = Apothekencoöperatie Lekstroom, een samenwerkingsverband van apothekers (Nieuwegein)
ACL = acuut coronair lijden
ACLS = advanced cardiac life support (ook wel: advanced cardiovascular life support)
ACM = a. cerebri media
ACM = aritmogene cardiomyopathie
ACNES = Anterior Cutaneous Nerve Entrapment Syndrome
ACNES = abdominale intercostale neuralgie
ACS = Acuut Coronair Syndroom. De verzamelnaam voor hartinfarcten en instabiele angina pectoris.
ACS = acuut coronair syndroom, een verzamelnaam voor een acuut myocardinfarct (AMI) en instabiele angina pectoris (IAP)
ACS = acuut coronaire syndroom
ACT = Assertive Community Treatment
ACT = activated clotting time, een bloedtest
act = activated clotting time
ACTA = Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam
ACTH-RH = ACTH-releasing hormone
ACTH = adrenocorticotroop hormoon (corticotropine)
ACTH = adrenocorticotroop hormoon
ACZOU = Apothekers Coöperatie Zuidoost Utrecht, een samenwerkingsverband van apothekers (Bilthoven)
AD (1) = Auris Dexter. Het rechteroor.
AD (2) = Amenorroeduur. De periode dat een vrouw niet ongesteld is geweest. Dit wordt vaak gebruikt om de zwangerschapsduur te meten.
ad lib. = ad libitum, naar behoefte (recept)
ad us. ext. = ad usum externum, voor uitwendig gebruik (recept)
ad us. int. = ad usum internum, voor inwendig gebruik (recept)
AD = Alzheimer's Disease
AD = Autosomaal dominant
AD = amenorroeduur
AD = artrotische deformatie
AD = auriculus dexter
ADA = American Diabetes Association
ADA = adenosine deaminase
ADAS-Cog = Alzheimer's Disease Assessment Scale - Cognition
ADC = AIDS-dementie complex
ADC = Apparent Diffusion Coëfficient
ADCA = autosomaal dominante cerebellaire ataxie
ADCC = antibody-dependent cell-mediated cytotoxicity
ADD = aandachtstekortstoornis
ADD = attention deficit disorder
ADEM = acute disseminated encephalomyelitis (acute gedissemineerde encefalomyelitis), een immuungemedieerde hersenziekte
ADEMD = Adequate Dossiervoering met het Elektronisch Medisch Dossier
ADEPD = Adequate Dossiervorming met het Elektronisch Patiënten Dossier
ADH = aldehyde dehydrogenase
ADH = antidiuretisch hormoon
ADHD = attention deficit hyperactivity disorder (ADHD)
ADHD = attention deficit hyperactivity disorder
ADI = aanvaardbare dagelijkse inname, de maximale hoeveelheid van een stof die men levenslang dagelijks mag binnen krijgen zonder noemenswaardige gezondheidseffecten
ADI = acceptable daily intake
ADL = Activiteiten v/h Dagelijkse Leven
ADL = Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen
ADM = abductor digiti minimi, een spier in de handpalm
ADP = Arteria Dorsalis Pedis
ADP = adenosinedifosfaat
ADPS = activated PI3K delta syndrome (geactiveerd PI3K-delta-syndroom)
ADR = adverse drug reaction
Adrz = Admiraal de Ruyterziekenhuis, ook ADRZ
ADS = Auris Dexter et Sinister. Allebei de oren.
ADS = attention-deficit syndrome
ADSA = arterial digital subtraction angiography
ADT = androgeen deprivatie therapie
AE = antitoxine-eenheid
AED (1) = Automatische Externe Defibrillator
AED (2) = Anti-Epileptic Drugs
AED = automatische externe defibrillator
AERD = aspirin-exacerbated respiratory disease
AF (1) = Atriumfibrilleren. Dit is hetzelfde als boezemtrillen, een ritmestoornis van het hart.
AF (2) = Ademfrequentie. Het aantal ademteugen per minuut.
AF (3) = Alkalisch Fosfatase. Een labuitslag.
AF = adem frequentie
AF = alkalisch fosfatase
AF = atriumfibrileren, (ook AFib), ook: atriumflutter of boezemfibrilleren, in België ook wel voorkamerfibrilleren; atrial fibrillation (boezemfibrilleren); ademfrequentie; alkalische fosfatase, een enzym dat fosfaatgroepen van moleculen kan verwijderen
AF = atriumfibrilleren
AFib = atriumfibrileren (ook AF)
AFO = ankle-foot orthosis
AFO = autonoom functie onderzoek
AFP = Alfafoetoproteïne. Een tumormarker.
AFP = alfa-foeto-proteïne
AFP = arteria femoralis profunda
AFS = Arteria Femoris Superficialis
AFS = arteria femoralis superficialis
AG = ademgeruis
Ag = Antigeen
AGA = appropriate for gestational age
AGB = Algemeen Gegevensbeheer; de AGB-code is een uniek codenummer van Nederlandse zorgaanbieders of zorgverleningsinstanties
AGB = Algemene gegevensbeheercode (een code voor de identificatie van zorgaanbieders ten behoeve van hun declaraties bij zorgverzekeraars)
AGC = Atypische Glandulaire Cellen
AGD = anogenital distance
AGEP = acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose
aggz = ambulante geestelijke gezondheidszorg
agiko = assistent-geneeskundige in opleiding tot klinisch onderzoeker (verouderde term, is nu AIOS-KO)
agio = assistent-geneeskundige in opleiding (verouderde term, is nu AIOS)
agnio = assistent-geneeskundige niet in opleiding (verouderde term, is nu ANIOS)
AGO = Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek
AGREE = Appraisal of Guidelines, Research and Evaluation
AGS = adrenogenitaal syndroom
AGZ = Algemene Gezondheidszorg
AH = Ademhaling
AH = assisted hatching
AHF = antihemofiliefactor
AHI = apneu-hypopneu-index, het aantal ademstilstanden per uur
AHI = apnoe/hypopnoe index
AHO = ademhalings oefeningen
AHS = African horse sickness, (Afrikaanse paardenpest) (APP), een dierziekte
AHT = Arterial HyperTension
AI = aorta-insufficiëntie
AI = apneu-index, een bepaling bij slaaponderzoek; aviaire influenza, Vogelgriep, een voor vele vogelsoorten dodelijke virusziekte, met een klein besmettingsrisico voor mensen
AICD = automatische implanteerbare cardioverter defibrillator
AIDP = acute inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie
AIDS = acquired immunodeficiency syndrome
Aids = acquired immune deficiency syndrome (aids)
AIE = Arteria Iliaca Externa
AIGT = Arts Internationale Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde
AIHA = auto-immuun hemolytische anemie, een vorm van bloedarmoede, veroorzaakt door het eigen immuunsysteem
AIHA = auto-immuun hemolytische anemie
AIK = Achterhoeks Initiatief Ketenzorg, een organisatie voor regionale samenwerking in de zorg
AIN = anale intra-epitheliale neoplasie
AION = anterieure ischemische opticus neuropathie
AION = anterieure ischemische opticusneuropathie
AIOS = arts in opleiding tot specialist (AIOS); apotheker in opleiding tot specialist
AIOS = arts in opleiding tot specialist
AIP = acute intermitterende porfyrie
AJN = Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland (Jeugdartsen Nederland)
AK = Actinische Keratose
AKB = achterste kruisband
AKI = acute kidney injury
ALA = aminolaevulic-acid (synthetase)
ALAT = Alanine Amino Transferase
ALAT = Alanineaminotransferase. Eén van de leverenzymen.
ALAT = alanine-aminotransferase (een enzym)
ALCAPA = anomalous left coronary artery (from the) pulmonary artery
ALD = adrenoleukodystrofie
ALGO = Geen afkorting, maar naam van een bedrijf (screening)
ALK = Aanhoudende Lichamelijke Klachten
ALL = acute lymfatische leukemie, ook: acute lymfoblastische leukemie of acute lymfoïde leukemie
ALL = acute lymfatische leukemie
all = allergie
alma = algehele malaise
ALPSA = anterior labroligamentous periosteal sleeve (avulsion)
ALS = Amyotrofische Laterale Sclerose
ALS = advanced life support
ALS = amyotrofe laterale sclerose, een neurodegeneratieve ziekte; Advance Life Support, gevorderde levensondersteuning bij ongevallen, een protocol bij acute zorg
ALS = antilymfocytenserum
ALSG = Advanced Life Support Groep, een particulier opleidingsinstituut voor zorgprofessionals in acute zorg en rampenhulpverlening
ALT (-flap) = anterolateral thigh (-flap)
ALTE = Apparent Life Threatening Event
AMA = algemeen militair arts
AMAN = acute motorische axonale neuropathie
AMC = Academisch Medisch Centrum, sinds 2018 Amsterdam UMC
AMC = Academisch Medisch Centrum
AMD = age-related macular degeneration (ook: ARMD; leeftijdgebonden maculadegeneratie (LMD))
AMG = Arzneimittelgesetz (wet in Duitsland en in Oostenrijk inzake geneesmiddelen)
AMH = anti-müller hormoon
AMHK = Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, thans organisatie Veilig Thuis
AMI = Acuut Myocard Infarct
AMI = acuut myocardinfarct
AMK = Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, thans organisatie Veilig Thuis
AML = acute myeloïde leukemie
AMLC = Amsterdam UMC Multidisciplinair Lymeziekte Centrum
AMP = adenosinemonofosfaat
AMPLE = A allergieen, M medicijn gebruik, P past, L last meal, E event beleving.
AMR = Antimicrobial Resistance
Amref = African Medical & Research Foundation
AMS = Arbeidsvoorwaardenregeling Medisch Specialisten in algemene ziekenhuizen; Arteria mesenterica superior, slagader voor de bloedvoorziening van de dunne darm en van een deel van de dikke darm
AMS = acute mountain sickness
AMS = arteria mesenterica superior
AMSAN = acute motorische en sensibele axonale neuropathie
AMU = Aide Médicale Urgente (Dringende Geneeskundige Hulpverlening) (België)
AMV = ademminuutvolume
AMWB = Apothekersvereniging Midden- en West-Brabant, een samenwerkingsverband van apothekers (Etten-Leur)
AN = Ante Noctem. Een medicatie voorschrift.
ANA = Anti Nucleaire Antistoffen
ANA = antinucleaire antistoffen (ANA), ook wel genoemd antinucleaire factor (ANF)
ANBN = (vereniging) Anorexia Nervosa Boulimia Nervosa, een patiëntenvereniging in Vlaanderen
ANCA = anti-neutrofielencytoplasma-antistof
ANCA = antineutrofiele cytoplasmatische antistoffen
ANF = Anti Nucleaire Factor
ANF = antinucleaire factor
ANF = atriaal-natriuretische factor
ANI = Acute nierinsufficiëntie
ANIOS = arts niet in opleiding tot specialist (ANIOS)
ANIOS = arts niet in opleiding tot specialist
ANOVA = ANalysis Of VAriance (variantieanalyse)
ANP = Advanced Nursing Practice
ANP = atriaal natriuretisch peptide
ANT = Associatie Nederlandse Tandartsen (1995-2020), in 2021 opgegaan in KNMT
ANVH = Alle Nascholingen Voor Huisartsen
AO/ = aanvullend onderzoek
AO = Aanvullend Onderzoek. Hiermee wordt meestal bloedonderzoek of een scan bedoeld.
Ao = Aorta
AOI = aorta-insufficiëntie
AoI = Aortaklepinsufficiëntie.
AOK = achterste oogkamer
AOL = achterste oogkamer lens
AOM = Apothekers Organisatie a/d Merwede, een samenwerkingsverband van apothekers (Sliedrecht)
AOS = androgeenongevoeligheidssyndroom, een aangeboren ongevoeligheid voor mannelijke geslachtshormonen
AOS = aortastenose
AoS = Aortaklepstenose.
AOT = Aortic Outflow Tract
AP (1) = Anterior Posterior. Dit betekent voor-achter en gaat over de richting waarin een röntgenfoto wordt gemaakt.
AP (2) = Angina Pectoris. Pijn op de borst zonder dat er een hartinfarct is.
AP (3) = Arterie Punctie
AP (4) = Antipsychotica
AP (5) = Anus Prenaturalis. De oude term voor stoma.
AP50 test = alternative pathway (required to result in 50% lysis)
AP = Anus Praeternaturalis (door de chirurg aangelegde darmuitgang)
AP = a. pulmonalis-druk
AP = abortus provocatus
AP = angina pectoris
AP = arterie punctie
AP = van anterior naar posterior
APA = American Psychiatric Association
APACHE = acute physiology and chronic health evaluation (score)
APBI = Accelerated Partial Breast Irradiation
APC = Activated Proteïne C
APC = Antigeen-presenterende cel
APC = acetylsalicylzuur-paracetamol-cafeïne
APC = adenomateuze polyposis coli
APCA = anti parietale cel antistoffen
APCOM = Apothekers Coöperatie Noord Kennemerland, een samenwerkingsverband van apothekers (Heerhugowaard)
APEX = Acute Psychiatric Emergencies, een cursus voor de aanpak van acute verwardheid en suïcidaliteit (ook APEx)
APF = antiperinucleaire factor
apk = Amsterdamse plaatjes kaart
APL = acute promyelocytenleukemie
APLA = Abortus Provocatus Lege Artis. De medische term voor een abortus.
APLA = abortus provocatus lege artis
APO = algemeen pathologisch onderzoek
APP = amyloid-bèta precursor protein, een eiwit in zenuwcellen; Afrikaanse paardenpest, een dierziekte
APR (1) = Achillespeesreflex
APR (2) = Abdominoperineale Resectie
APR = abdominoperineal resectie
APR = achillespeesreflex
APS = antifosfolipidensyndroom
APs = arthritis psoriatica
APTT = activated partial thromboplastin time (geactiveerde partiële tromboplastinetijd, ook: aPTT), een diagnostische test
APTT = geActiveerde Partiële Thromboplastine Tijd
APUD = amine precursor uptake (and) decarboxylation (-cel)
APVU = Alert, Verbal, Pain, Unresponsive, een protocol om het niveau van bewustzijn te testen bij acute zorg
APZ = Algemeen Psychiatrisch Ziekenhuis
AQ = autismespectrumquotiënt
AR = autosomaal recessief
ARAS = ascenderend reticulair activatie systeem
ARB = angiotensine receptor blokker
Arbo = Arbeidsomstandigheden(wet)
arbo = arthropod borne (-virus)
ARC = AIDS-related complex
ARD = acute-respiratory-disease (virus)
ARDS = acute respiratoire distress syndroom
ARfD = acute referentiedosis, een schatting van de maximale hoeveelheid van een stof die men binnen 24 uur kan innemen zonder noemenswaardige gezondheidseffecten
ARFID = Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder
Arfid = avoidant/restrictive food intake disorder (selectieve eetstoornis)
ARM = artificial rupture of membranes
ARMB = Académie royale de médecine de Belgique
ARMD = age-related macular degeneration (ook: AMD; leeftijdgebonden maculadegeneratie (LMD))
AROM = Active Range Of Motion
AROM = Arteficial rupture of membranes
ARR = absolute risicoreductie
Art = arterie
ARVD = aritmogene rechter ventrikel dysplasie
AS = Auris Sinister. Het linkeroor.
AS = ankyloserende spondylitis, de ziekte van Bechterew; Asperger's syndrome, de Engelse naam van het syndroom van Asperger
AS = ankyloserende spondylitis
AS = aortastenose
AS = apgar score
AS = auriculus sinister
As = arseen
as = antistolling
ASA = Almeers Samenwerkingsverband Apotheken, een samenwerkingsverband van apothekers (Almere)
ASA = Aspirine (Acetylsalicylic Acid)
ASA = acetylsalicyl acid (aspirine)
ASA = antispermatozoa-antistof
ASAT = Aspartaat Amino Transferase
ASAT = Aspartaataminotransferase. Eén van de leverenzymen.
ASAT = aspartaat-aminotransferase (een enzym)
ASB = Assisted Spontaneous Breathing
ASD = Atrium Septum Defect. Een gaatje tussen de hartboezems.
ASD = atriumseptumdefect
ASG = Achterste Schedel Groeve
ASKA = Associatie van Ketenapotheken, een Nederlandse branchevereniging van ketenapotheken
ASMR = autonomous sensory meridian response, een gevoelssensatie
ASP = apotheker service point
ASPO = Associatie van Sociaal-Psychologische Onderzoekers
ASR = antistreptolysine reactie
ASS = Autisme Spectrum Stoornis
ASS = acute stress-stoornis
ASS = arginine succinezuur synthetase
ass = assistent
AST = Anti-streptolysine titer
ASVZ = Algemene Stichting Voor Zorg- en dienstverlening, voorheen Stichting Algemene Vakantiehuizen voor Zwakzinnigen, een zorginstelling voor mensen met een beperking
ASZ = acetylsalicylzuur (Aspirine)
ASz = Albert Schweitzer Ziekenhuis (Dordrecht, Zwijndrecht, Sliedrecht, Ridderkerk)
AT = a terme
AT = atriale tachycardie
AT = À terme. De uitgerekende datum van de bevalling.
ATA = Arteria Tibialis Anterior
ATB = Arteria Temporalis Biopt
ATC = Anatomisch Therapeutisch Chemisch Classificatie, een internationaal gebruikte indeling voor geneesmiddelen
ATE = Adenotonsillectomie. Verwijderen van de keel- en neusamandelen.
ATE = adenotonsillectomie
ATG = anti(-humaan) thymocyten immunoglobuline
ATG = anti-T-celglobuline
ATG = antithymocytenglobuline, een medicijn op basis van paardeneiwitten tegen bepaalde vormen van bloedarmoede; anti-T-celantilichamen
ATIS = (Vereniging) Algemene Thuiszorg In Samenwerking (1977-1993), een voormalige thuiszorgorganisatie, met zetel in Bunnik
ATLS = Advanced Trauma Life Support, gevorderde levensondersteuning bij ongevallen, een protocol bij acute zorg
ATLS = advanced trauma life support
ATMF = Acces to Medicine Foundation (Stichting Access to Medicine)
ATMP = advanced therapy medicinal product, een geneesmiddel gebaseerd op een gen, cel of weefsel
ATN = acute tubulus necrose
ATODS = Applanatie Tonometrie Oculus Dexter Sinister (Intra-oculaire druk rechter/linker oog gemeten met de applanatie tonometer volgens Goldmann)
ATP = Arteria Tibialis Posterior
ATP = adenosinetrifosfaat
ATS = anti-tetanus serum
ATT = arginine tolerantietest
AU = allergy unit(s)
AUA = American Urological Association
AUB = Abnormale Uterine Bloeding
AUC = area under curve
AUC = area under the ROC (receiver operating characteristic) curve
AUE = abdominale uterus extirpatie
AUL = acute ongedifferentieerde leukemie
ausc = auscultatie
Australian = ociety for Medical Research
AV-blok = atrioventriculair blok
AV-knoop = atrioventriculaire knoop
AV = Algemene Verkoop (met betrekking tot de verkoop van geneesmiddelen)
AV = atrioventriculair
AVA = arterioveneuze anomalie
AVB = Apothekers Vereniging Breda, een samenwerkingsverband van apothekers
AVC = accident vasculaire cérébral, cerebrovasculair accident (CVA), een plotselinge verstoring van de doorbloeding van de hersenen
AvF = anteversieflexie
aVF = augmented voltage foot
AVG (1) = Arts Verstandelijk Gehandicapten
AVG (2) = Algemene Verordening Gegevensbescherming
AVG = arts voor verstandelijk gehandicapten
avg = algemene voorgeschiedenis
AvL = Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis
aVL = augmented voltage left arm
AVM = arterio-veneuze malformatie
AVM = arterioveneuze malformatie
AVMN = Apothekersvereniging Midden-Nederland, een samenwerkingsverband van apothekers (Utrecht)
AVNRT = Atrio-Ventriculaire Nodale Re-entry Tachycardie
AVNRT = atrioventriculaire nodulaire re-entry tachycardie
AVNT = atrioventriculaire nodale tachycardie
AVOA = Apothekers Vereniging Oost Achterhoek, een samenwerkingsverband van apothekers (Winterswijk)
AVOD = acies visus oculi dextri (rechter oog)
AVOS = acies visus oculi sinistri (linker oog)
AVOZL = Apothekersvereniging Oostelijk Zuid-Limburg, een samenwerkingsverband van apothekers (Heerlen)
AVP = Afrikaanse varkenspest, een besmettelijke virusziekte bij varkens, waarvan vooralsnog geen gevaar voor mensen is aangetoond
AVPU(-score) = Alert, Verbal, Pain, Unresponsive
AVR = Aortic Valve Replacement
AVR = aortic valve replacement (aortaklepvervanging)
aVR = augmented voltage right arm
AVRNT = atrio-ventriculaire nodale re-entry tachycardie
AVRT = atrioventriculaire re-entry tachycardie
AVRUEL = abdomino-vaginale radicale uterusextirpatie (en) extirpatie (van) lymfeklieren
AVSD = atrioventriculairseptumdefect
AWBZ = Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten
AWBZ = Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, per 1 januari 2015 vervangen door de Wet langdurige zorg (Wlz)
axSpA = axial spondyloarthritis, een type artritis van delen van het skelet
AZ = Academisch Ziekenhuis
AzG = Artsen zonder Grenzen
AZL = Academisch Ziekenhuis Leiden (sinds 1998 LUMC)
AZM = Academisch Ziekenhuis Maastricht
azM = academisch ziekenhuis Maastricht, thans Maastricht UMC+, Maastricht Universitair Medisch Centrum Plus
AZN = Ambulancezorg Nederland, branchorganisatie voor de Nederlandse ambulancezorg
AZNN = Acute Zorg Netwerk Noord Nederland
AZO = Acute Zorgregio Oost
AZP = Academisch Ziekenhuis Paramaribo, een Surinaams ziekenhuis, verbonden aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname
AZS = Antonius Ziekenhuis Sneek
AZS = autonoom zenuwstelsel
AZT = azidothymidine (synoniem: zidovudine (ZDV)), een antiviraal geneesmiddel, gebruikt voor de behandeling van hiv/aids
AZT = azidothymidine
AZVZ = voorheen Algemeen Ziekenfonds voor Zeelieden, sinds 2006 een merk van zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid (ZZ) te Leiden

B-FAST = Belgian First Aid and Support Team, noodhulp van de Belgische overheid bij rampen in het buitenland (B-FAST)
B-NHL = B-cell non-Hodgkin lymfoom
b.d. = bis die, tweemaal daags (recept)
B/ = beleid
BABY = Gastric Bypass
BAEP = brainstem auditory evoked potential
BAER = Brainstem Auditory Evoked Response; ? BAER-test, een type gehoortest; synoniem: BERA-test
BAER = brainstem auditory evoked response
BAG = bloed-alcohol gehalte
BAHA = Bone Anchored Hearing Aid
BAL = Bio-Artificial Liver, een kunstlever
BAL = British anti-Lewisite
BAL = Broncho-Alveolaire Lavage
BAL = broncho alveolaire lavage
BALT = bronchus-associated lymphoid tissue
BAPS = Belgian Association for Psychological Sciences, een wetenschappelijke vereniging van psychologen
BASC = BRCA1-associated genome surveillance complex (een eiwitcomplex)
BASF = Badische Anilin- & Soda-Fabrik (BASF) (Badense Aniline- & Soda-Fabriek)
BAV = Balloon Aortic Valvuloplasty
BAV = Bicuspid aortic valve
BB = Bureau Bezoek
BB = bloedbeeld
BBB = Breathing, Bleeding and Bones, een protocol bij acute zorg
BBBB = Breathing, Bleeding, Breaks and Burns, een protocol bij acute zorg
BBFT = bekkenbodem fysiotherapie
BBHT = Bekkenbodemhypertrofie
bbt. = bibite, drink (recept)
BBZ = Buitenbaarmoederlijke Zwangerschap
BC = Battered child
BCAA = branched-chain amino acid
BCC = Basaalcel carcinoom
BCC = Basaalcelcarcinoom
BCFI = Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie
BCG = Bacillus Calmette-Guérin (vaccin tegen tuberculose)
BCPAP = Boussignac Continous Positive Airway Pressure
BCR = breakpoint cluster region (-gen)
BCVA = best-corrected visual acuity
BD = Bureau-Dienst
BDE = bijna-doodervaring, gewaarwordingen van een persoon die klinisch dood is
BDNF = brain-derived neurotrophic factor (zenuwcelstimulerende factor)
BDZ = benzodiazepinen, een groep (verslavende) psychotrope kalmeringsmiddelen
Bdz = beiderzijds
BE = bovenste extremiteiten
BEAM = brain electrical activity mapping
BEAP = Brainstem-evoked auditory potentials
BECTS = benign epilepsy of childhood with centrotemporal spikes
BELNUC = Belgian Society of Nuclear Medicine (BSNM), thans BELNUC
BERA = Brain stem evoked response audiometry
BERA = Brainstem Evoked Response Audiometry; ? BERA-test, een type gehoortest; synoniem: BAER-test
BF = boezemfibrilleren
BFFS = Biochemical Failure-Free Survival (biochemische storingsvrije overleving)
BFP = Belgische Federatie van Psychologen, een beroepsvereniging van psychologen; body fat percentage
BFS = benigne fasciculatiesyndroom
BFU-E = blastocyste forming unit-erythrocyte
BG = Binnengasthuis (in 1981 opgegaan in het Academisch Medisch Centrum (AMC), Amsterdam)
BG = harma Bond van Groothandelaren in het Pharmaceutische Bedrijf
BHF = British Heart Foundation
BHP = Behandelplan
BHR = Birmingham Hip Resurfacing (heupprothese)
BHR = bronchiale hyperreactiviteit
BI-RADS = breast imaging reporting and data system
BI = betrouwbaarheidsinterval
BIA = budget impact analyse
BIG (wet) = Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
BIG = Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg; Wet BIG, Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg; BIG-register
bijg = bijgeluiden
BIM = bispectral index monitoring
BIND = bilirubin-induced neurological dysfunction
BK = Bloedkweken. Dit bloed wordt onderzocht op bacteriën.
BK = bloedkweek
BKZ = Beatrix Kinderziekenhuis
BKZ = Budgettair Kader Zorg
BLS = Basic Life Support
blv = bloedverlies
BLWI = Bovenste luchtweginfectie. Dit is een infectie van de keel, bijvoorbeeld een verkoudheid.
BLWI = bovenste luchtweginfectie
BM = basaal metabolisme
BM = bekend met
BMA = British Medical Association
BMC = Bureau voor Medicinale Cannabis (CIBG)
BMD = botmineraaldichtheid, ook: bone mineral density
BMD = botmineraaldichtheid
BMF = breast milk fortifier
BMI = body mass index
BMI = body-mass index
BMJ = British Medical Journal
BMR = Bof Mazelen Rodehond
BMR = Bof-Mazelen-Rodehond
BMR = basal metabolic rate
BMR = bof, mazelen en rodehond (> BMR-vaccin)
BMRW = bof mazelen rode hond (rubella) waterpokken
BMS = bare-metal stents
BNMS = British Nuclear Medicine Society
BNP = brain natriuretic peptide
bnu = Buskruit niet uitgevonden (niet al te snugger persoon).
BO = Behandelovereenkomst
BOB = Bevolkings Onderzoek Borstkanker
BOB = Broncho-Obstructief Beeld
BOD = biochemical oxygen demand
BOO = Bladder Outlet Obstruction
BOP = Beoordelingsschaal voor Oudere Patiënten
BOPZ = (wet) Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen
Bopz = Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) (1994-2020), in 2020 vervangen door nieuwe wetgeving
BOSK = Bond van Ouders van Spastische Kinderen † (1952-2019)
BOV = Belgische Orthoptische Vereniging
BOZ = Brancheorganisaties Zorg, een brancheorganisatie voor de zorgsector in Nederland
BOZ = buikoverzicht
BP = Blood Pressure. Het Engelse woord voor bloeddruk.
BP = buikpijn
BP = bulleus pemfigoïd
BPA = bisphenol A (bisfenol A)
BPAP = bilevel positive airway pressure
BPD = Biparietale diameter
BPD = Broncho pulmonaal dysplasie
BPH = Benigne Prostaathypertrofie
BPH = benigne prostaat hypertrofie (of hyperplasie)
BPH = benigne prostaathyperplasie, een goedaardige vergroting van de prostaat
BPPD = benigne paroxismale positieduizeligheid
BPPN = benigne paroxismale positie-nystagmus
BPR = Bicepspeesreflex.
BPR = bicepspeesreflex
BPS = "body-packer" (bolletjes slikker) syndroom
BPS = Borderline Persoonlijkheidsstoornis
BPTB = Bone patellar tendon bone
Bq = becquerel
BRBNS = blue-rubber-bleb-nevussyndroom
BRCA1 = breast cancer 1, early onset (een menselijk gen)
BRIC = benigne recidiverende intrahepatische cholestase
BRM = biological response modifiers
BRMO = Bijzonder resistente micro organismen
BRMO = bijzonder resistente micro-organismen (BRMO)
BROVIAC = Catheter, geen afkorting, maar naam van een bedrijf
BRUE = Brief Resolved Unexplained Event
BRVO = Branch Retinal Vein Occlusion
BSC = balanced scorecard
BSE (1) = Bezinking. Een labuitslag.
BSE (2) = Boviene Spongiforme Encefalopathie. De medische term voor gekkekoeienziekte.
BSE = bezinkingssnelheid erytrocyten
BSE = bezinkingssnelheid van de erytrocyten; boviene spongiforme encefalopathie (gekkekoeienziekte)
BSE = boviene spongiforme encefalopathie
BSG = bovenste spronggewricht
BSN = Burger Service Nummer
BSNM = Belgian Society of Nuclear Medicine, thans BELNUC
BSO = bilaterale salpingo ovariëctomie
bsso = Bilateral sagittal split osteotomy
BSV = (Ziekte van) Batten-Spielmeyer-Vogt
BT = bloedingstijd
BT = brachytherapie
BTC = Basale Temperatuur Curve
BTK = Stichting Bevordering Tandheelkundige Kennis, uitgever van het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde
BTLS = basic trauma life support
BUN = blood urea nitrogen, een bloedtest
BUN = blood urea nitrogen
BV = borstvoeding
bv = bloed verlies
BVD = boviene virus diarree, een infectieziekte bij rundvee, niet schadelijk voor de mens (geen zoönose)
BVK = Belgische Vereniging voor Kindergeneeskunde
BVKC = Belgische Vereniging van Klinische Chemie
BVOT = Belgische Vereniging voor Orthopedie en Traumatologie
BVS = buik vol str*nt (obstipatie)
BWMC = bindweefsel mestcel
BWS = Beckwith–Wiedemann syndrome (BWS) (syndroom van Beckwith-Wiedemann); synoniem: exomfalos-macroglossie-gigantisme
BWZ = bewustzijn
Bx = botbiopsie

C-oncogene = cellulair oncogene
C-TAP = Covid-19 Technology Access Pool
C/ = conclusie
C/D ratio = cup-disc ratio
C2H5OH = alcohol
C4BP = C4-binding protein
CA 125 = Cancer Antigen 125. Een tumormarker.
Ca-DTPA = calcium-trinatrium-di-ethyleentriaminepenta-aceetzuur
Ca = Carcinoom. Dit is de medische term voor kanker. Bijvoorbeeld: “mamma ca” = borstkanker.
CAA = cerebrale amyloïdangiopathie, een hersenziekte
CABG = Coronary Artery Bypass Graft. Dit is een omleiding van de kransslagaders van het hart. Soms wordt ook het aantal omleidingen genoemd, bijvoorbeeld CABG-3.
CABG = Coronary Artery Bypass Graft
CABG = coronary artery bypass grafting (overbruggingsoperatie of bypass-operatie)
CaBP = calcium-bindend proteïne
CAC = coronary arterial calcium, een maat voor de aanwezigheid van calciumafzetting in het hart
CAD (1) = Catheter à demeure. De medische term voor verblijfskatheter.
CAD (2) = Coronary Artery Disease. De Engelse term voor bepaalde hartziekten.
CAD = Cervical acceleration-deceleration
CAD = Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs
CAD = Coronary artery disease
CAD = catheter a demeure (verblijfs catheter, urine)
CAD = computer-aided diagnosis;; Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs;; coronary artery disease, een aandoening aan de kransslagaders
CAG = Coronair Angio Grafie
CAG = Coronaire Angiografie. De medische term voor hartkatheterisatie.
CAG = coronairangiografie, synoniem van hartkatheterisatie
CAGS = Congenital Adrenogenital Syndrome
CAHAL = Centrum Aangeboren Hartafwijkingen Amsterdam-Leiden
CAKUT = congenital anomalies of the kidney and urinary tract, aangeboren afwijkingen aan de nieren en urinewegen
CAL = Centraal Apotheek Leiden
Cal = Calcium
CALLA = common acute lymphoblastic leukemia antigen
CAM = complementaire en alternatieve geneeskunde
CAMICU = Confusion Assessment Methode for the Intensive-Care Unit
cAMP = cyclisch Adenosine MonoPhosphate
cAMP = cyclisch adenosinemonofosfaat
CAMs = celadhesiemoleculen
CAN = Cannabinoïden Adviesbureau Nederland
CANS = complaints of arms, neck and/or shoulders
CAP = Community Acquired Pneumonia. Dit is een longontsteking (pneumonia) die de patiënt heeft opgelopen buiten het ziekenhuis. Het tegenovergestelde is een Hospital Acquired Pneumonia (HAP).
CAP = community aqcuired pneumonia
CAP = community-acquired pneumonia, in de omgeving opgelopen longontsteking
CAPD = continue ambulante peritonaal dialyse
CAPITA = Community-Acquired Pneumonia Immunization Trial in Adults, een onderzoek naar een vaccin tegen longontsteking
CAPS = catastrofaal antifosfolipidensyndroom
CAPS = cryopyrinegeassocieerde periodieke syndromen
CAR = Cardiologie
CARA = chronische aspecifieke respiratoire aandoeningen (verouderde term)
CARA = chronische aspecifieke respiratoire aandoeningen
CAS = CRISPR associated systeem
CAS = computer assisted surgery
CAT = combined approach tympanoplasty
CAT = computer assisted tomography, (computertomografie), ook: CT
CAT = computerized axial tomography
CAV = Collectief Aanvullende Verzekering (bij verzekeraar DSW)
cave = let op voor (niet echt een afkorting, maar komt uit het Latijn)
CAVH = continue arterioveneuze hemofiltratie
CAVHD = continue arterioveneuze hemofiltratie + dialyse
CAWF = Coöperatieve Apothekersvereniging West-Friesland, een samenwerkingsverband van apothekers (Grootebroek)
CB-arts = consultatiebureau-arts
CB = consultatie bureau
CBAG = coronair bypass angiografie
CBAVD = congenitale bilaterale afwezigheid vas deferens
CBBBI = caput beweeglijk boven bekkeningang
CBD = Corticobasale degeneratie
CBD = cannabidiol
CBD = common bile duct
CBG = College ter Beoordeling van Geneesmiddelen
CBG = cortisol-binding globulin
CBO = Centraal BegeleidingsOrgaan, een voormalig kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg
CBPS = chronisch benigne pijnsyndroom
CBR = complementbindingsreactie
CBS = Charles Bonnet syndrome (Syndroom van Charles Bonnet), een aandoening waarbij verstandelijk gezonde mensen last hebben van hallucinaties
CBS = Corticobasale degeneratie syndroom
CBT = cognitive behavioral therapy
CBZ = Centrale Burgerlijke Ziekeninrichting, een ziekenhuis in Batavia (thans Jakarta) in de eerste helft van de twintigste eeuw
CC = cranio-caudaal
cc = cum correctione
CCA = Common Carotid Artery
CCAML = Congenitale cystische adenomatoïde malformatie van de long
CCD = central core disease;; Centrale Commissie Dierproeven, een commissie die op basis van de Wet op de dierproeven een projectvergunning kan verlenen voor onderzoek met proefdieren
CCE = Centra voor Consultatie en Expertise
CCE = Centrum voor Consultatie en Expertise, een ondersteunend team van specialisten bij de zorg voor individuele cliënten met ernstige gedragsproblemen
CCE = counter current electrophoresis
CCF = carotis-cavernosus fistel
CCI = Charlson comorbidity index
CCK = cholecystokinine
CCl4 = tetrachloorkoolstof
CCMO = Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek
CCMS = Centraal College Medische Specialismen
CCN = Cardiologie Centra Nederland, een organisatie van behandelcentra voor hart- en vaatziekten
CCOA = Canadian Certified Optometric Assistant
CCP = complement controle proteïne
CCPD = continue cyclische peritoneale dialyse
CCSVI = chronische cerebro-spinale veneuze insufficiëntie
CCT = controlled clinical trial
CCT = motor central conduction time
CCU = Coronary Care Unit. Dit is de afdeling hartbewaking.
CCU = Coronary care unit
CCU = coronary care unit (hartbewakingsafdeling)
CD = cluster of differentiation/designation
Cd = cadmium
CDC = Centers for Disease Control and Prevention (Centra voor Ziektebestrijding en -preventie) (USA)
CDC = Chef de clinique
CDG = congenital disorder of glycosilation
CDH = cervicale discus hernia
CDLE = chronische discoide lupus erythematosus
cDNA = complementair-DNA
CDP = continuous distending pressure
CDR = complementary determining region
CDSS = clinical decision support system
CDT = carbohydrate deficient transferrin (koolhydraatdeficiënt transferrine)
CE = Constitutioneel eczeem (atopisch eczeem)
CE = caput elektrode
CEA (1) = Carotis Endarteriëctomie
CEA (2) = Carcino-Embryonaal Antigen. Een tumormarker
CEA = Carcinogeen Embryonaal Antigeen
CEA = carotis endarteriectomie
CED = Council of European Dentists
CEG = Centrum voor Ethiek en Gezondheid
CEPI = Coalition for Epidemic Preparedness Innovations (2017), een internationale alliantie voor de ontwikkeling van vaccins
CES = cauda equina syndroom
CESD = cholesterol ester storage disease
CETP = cholesteryl ester transfer proteïne
CF = Cystische Fibrose. De medische term voor taaislijmziekte.
CF = cystic fibrosis
CF = cystische fibrose (Ook: cystic fibrosis)
CFA = cryptogene fibroserende alveolitis
cfm = cerebral function monitor
CFR = case fatality rate
CFR = case fatality ratio
CFRD = cystic fibrosis related diabetes
CFS = chronic fatigue syndrome (chronischevermoeidheidssyndroom)
CFTD = congenitale vezeltype-disproportie
CFTR = cystic fibrosis transmembrane conductance regulator
CFU-E = erythrocyte colony-forming unit
CFU = colony-forming unit
CG = cerebraal gedecompenseerd
CG = chronisch zieken en gehandicapten (> CG Raad Nederland, in 2014 opgegaan in de koepelorganisatie Ieder(in))
CGA = comprehensive geriatric assessment
CGD = chronische granulomateuze ziekte
CGEA = Centrum voor Geneeskundige Expertise Alkmaar, een organisatie op het gebied van bedrijfsgezondheidszorg
CGG = Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, een zorgvoorziening voor geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen
CGH = comparative genome hybridization (pre-implantatiegenetische diagnostiek)
CGM = Continue glucose monitoring
cGMP = cyclisch guanosinemonofosfaat
CGR = Code Geneesmiddelenreclame
CGS = College Geneeskundige Specialismen, een onderdeel van de KNMG
CGSO = Centrum voor Geboorteregeling en Seksuele Opvoeding (CGSO) (Vlaanderen)
CGT = cognitieve gedragstherapie, een vorm van psychotherapie
CGT = cognitieve gedragstherapie
CH3CH2OH = Chemische verbinding ethanol (alcohol)
CHB = chronische hepatitis B
CHC = chronische hepatitis C
CHD = Congenital Heart Disease
CHD = congenitale heupdysplasie
CHDR = Centre for Human Drug Research, een onderzoeksinstituut te Leiden
CHEF = clamped homogeneous electric field (electrophoresis)
CHF = Congestive Heart Failure. Hartfalen.
CHF = chronic heart failure
CHF = chronisch hartfalen
CHF = congestief hartfalen
CHI = Chirurgie
CHIKV = chikungunya virus
CHILD = Congenital hemidysplasia with ichthyosiform erythroderma and limb defects (syndrome)
ChIP = chromatine-immunoprecipitatie
CHIR = Chirurgie
CHOP = cyclofosfamide hydroxydaunorubicine oncovin/vincristine prednison (een combinatiechemotherapie)
CHP = centrale huisartsenpost
CHPA = Centrale Huisartsen Post Almelo
CHT = congenitale hypothyreoïdie
CHVG = College voor Huisartsgeneeskunde, Verpleeghuisgeneeskunde en medische zorg voor verstandelijk Gehandicapten
CHZ = coronaire hartziekten
CI = Cardiac Index
CI = Cochleair Implantaat. Een gehoorapparaat dat in de schedel wordt aangebracht.
CI = cochleair implantaat
CI = coitus interruptus
CI = contra indicatie
CIAP = chronische idiopathische axonale polyneuropathie
Cib = Centrum Infectieziektebestrijding (een onderdeel van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM))
CIBG = CIBG, (voorheen) Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg, thans (niet meer ladingdekkend) CIBG als naam
CIBI = caput in bekkeningang
CIBIC-plus = Clinician Interview-Based Impression of Change plus (carer interview)
CID = cytomegalic inclusion disease
CIDI = Composite International Diagnostic Interview
CIDP = chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie
CIF = Caput In Fundo (stuitligging)
CIF = caput in fundo
CIMS = Covid-19 vaccinatie informatie- en monitoringsysteem
CIN = cervicale intra-epitheliale neoplasie
CINAHL = Cumulatieve Index of Nursing and Allied Health Literature
CINP = Collegium Internationale Neuro-Psychopharmacologicum (1957-2004)
CIOS met ROS = Chronisch Idiopathisch ObstipatieSyndroom met Rectale OntledigingsStoornis
CIP = Critical-illness Polyneuropathie
CIRC = Centre International de Recherche sur le Cancer (Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek)
CIS = carcinoma in situ
CIZ = Centrum Indicatiestelling Zorg, een uitvoeringsinstantie van het ministerie van VWS; Centrale Israëlietische Ziekenverpleging, een voormalig Joods ziekenhuis in Amsterdam (1916-1979)
CIZ = Centrum Indicatiestelling Zorg
CJD = Creutzfeldt-Jakob disease, Ziekte van Creutzfeldt-Jakob, een prionziekte
CJD = Creutzfeldt-Jakob disease
CK = creatinine kinase
ckam = congenitale kysteuze adenomatoide malformatie
CKD = chronic kidney disease
CKHL = Centraal Klinisch Hematologisch Laboratorium (LUMC)
Ckls = caput klein segment
CKS = Clinical Knowledge Summaries
CKZ = Centrum Klantervaring Zorg
CLA = conjugated linoleic acid (geconjugeerd linolzuur)
CLB = Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst van het Nederlandse Rode Kruis, in 1998 opgegaan in Sanquin
CLI = chronische laterale instabiliteit
CLL = chronische lymfatische leukemie
CLP = chronische longziekte van de prematuur
cM = centimorgan
CMAP = compound muscle action potential
CMC = CNS = Central Nervous System (de Engelse vertaling van Centraal Zenuwstelsel)
CMC = Curaçao Medical Center; carboxymethylcellulose, een voedingsadditief (E466)
CMD = congenital muscular dystrophy
CMD = craniomandibulaire disfunctie, het disfunctioneren van het kaakcomplex (zie ook: TMD)
CME = cystoid macula oedeem
CMH = Centraal Militair Hospitaal
CMI = cell-mediated immunity
CML = chronische myeloïde leukemie
CMO = Chief Medical Officer, Hoofd Medische Dienst; Clinical Monitoring Organization, klinische monitoringorganisatie
CMPH = Committee for Medicinal Products for Human Use (Comité voor geneesmiddelen voor humaan gebruik) van het Europees Geneesmiddelenbureau
CMR = Carcinogenic, Mutagenic or toxic to Reproduction (substances), (kankerverwekkende, mutagene en/of voortplantingstoxische (stoffen))
CMRA = coronaire magnetische resonantieangiografie
CMT = Charcot-Marie-Tooth
CMTC = cutis marmorata telangiectatica congenita
CMTC = cutis marmorata teleangiectatica congenita
CMV = conventional mechanical ventilation
CMV = cytomegalievirus
CMV = cytomegalovirus, ook wel cytomegalievirus
CNA = centraal neurologische aandoening
CNI = chronische nierinsufficiëntie
CNS = Chronische nierschade
CNS = Coagulase negative staphylococcen (ofwel staphylococcus epidermis, maken onderdeel uit van de gewone huidflora bij de mens)
CNS = coagulase negatieve stafyloccen
CNS = congenitaal nefrotisch syndroom, een autosomaal recessieve ziekte, die zich voordoet binnen drie maanden na de geboorte
CNV = Choroidale neovascularisatie
co/d = tablet/dag (Vlaams)
CO = cardiac output
CO = koolmonoxide
Co = kobalt
co = controle
COA = coarctatio aortae
CoA = coenzyme A
COGEM = Commissie Genetische Modificatie
COMP = Committee for Orphan Medicinal Products, Comité voor weesgeneesmiddelen (van het Europees Geneesmiddelenbureau)
COMT = catechol-O-methyltransferase
Con A = concanavaline A
COPD = Chronic Obstructive Pulmanary Disease
COPD = Chronic Obstructive Pulmonary Disease
COPD = chronic obstructive pulmonary disease (COPD)
CoV = Coronavirus
COVAX = COVID-19 Vaccines Global Access (COVAX)
COVID-19 = coronavirus disease 2019 (COVID-19)
COX = cyclo-oxygenase
CP = Controle Patiënt. Dit betekent dat de patiënt voor een controle afspraak komt op de polikliniek.
CP = cerebrale palsy of cerebrale parese, hersenverlamming, een stoornis door schade aan de hersenen tijdens of vóór de geboorte
CPA = Centrale Post Ambulancevervoer, thans Meldkamer Ambulancezorg (MKA)
CPACP = chronisch primair kamerhoekafsluitings glaucoom
CPAP = Continuous Possitive Airway Pressure
CPB = Cardiopulmonary bypass
CPC = circumferential pneumatic counterpressure
CPD = Collectief Praktiserende Dierenartsen, een beroepsvereniging van dierenartsen
CPD = cerebrale perfusiedruk
CPE = cytopathologisch effect
CPEO = chronisch progressieve externe oftalmoplegie
CPI = cranio proportional index (%)
CPI = cysteïne protease-inhibitor
CPK = creatine phospho kinase
CPLD = chronische polymorfe lichtdermatose
CPLE = chronische polymorfe lichteruptie
CPM = continuous passive motion
CPME = Comité Permanent des Médecins Européens (Standing Committee of European Doctors)
CPR = Cardiopulmonale resuscitatie. Dit is een reanimatie.
CPR = cardiopulmonale reanimatie; cardiopulmonale resuscitatie
CPR = cardiopulmonale resuscitatie
cps = cycles per second (Hz)
CPSE = complex partiële status epilepticus
CPT = carnitine palmitoyltransferase
CPTSS = complexe posttraumatische stressstoornis
CPVT = catecholaminerge polymorfe ventriculaire tachycardie
CPZ = Centrum voor Palliatieve Zorg
CQ-index = Consumer Quality Index
CR (1) = Complete Remissie
CR (2) = Capillary Refill
CR = cardio-respiratoir
CR = complete remission
CRC = Colorectaal carcinoom. Dit is de medische term voor kanker van de dikke darm en/of endeldarm.
CRC = colorectaal carcinoom
CREST = CREST-syndroom: calcinosis, Raynaud's phenomenon, esophageal dysmotility, sclerodactyly and telangiectasia (calcinose, Raynaudfenomeen, oesofagusdysmotiliteit, sclerodactylie/sclerodermie en teleangiëctasiën)
CRF = corticotropin-releasing factor
CRH = corticotropin-releasing hormone
CRISPR = Clustered Regularly Interspaced Short Palindromic Repeats (CRISPR)
CRMO = chronische recurrente multifocale osteomyelitis
CRP = C Reactive Protein
CRP = C-Reactief Proteïne. Een bloedwaarde die iets zegt over mate van ontsteking in het lichaam.
CRPD = Convention on the Rights of Persons with Disabilities (VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap)
CRPS = complex regionaal pijnsyndroom
CRS = congenitaal rubellasyndroom
CRT = Chemoradiatietherapie
CRT = cardiale resynchronisatietherapie
CRT = chemoradiotherapie
CRTx = Chemoradiotherapie
CRVO = Central Retinal Vein Occlusion
CS = Cushing syndrome
CSA = Centrale Sterilisatie Afdeling
CSAS = Centraal Slaapapnoe Syndroom
CSAS = centraleslaapapneusyndroom
CSE = convulsieve status epilepticus
CSF = central spinal fluid
CSF = classical swine fever (klassieke varkenspest)
CSF = colony-stimulating factor
CSG = Centrum Seksuele Gezondheid
CSH = chronisch subduraal hematoom
CSII = continue subcutane insuline-infusie
CSO = centrale spoedopvang (spoedeisende hulp) (> CSO-verpleegkundige)
cso = centrale spoed opvang
CSU = chronische spontane urticaria
CT = Chlamydia trachomatis
CT = Computer Tomografie. Een manier om de binnenkant van het lichaam te bekijken.
CT = Cycle-treshold (bij PCR)
CT = calcitonine
CT = computertomografie (> CT-scan)
CT = computertomografie
CTA = CT-Angio. Een CT-scan waarbij de bloedvaten in beeld worden gebracht.
CTA = computer tomografie angiogram (met contrast)
CTB = Centrum voor Thuisbeademing
CTB = coronatoegangsbewijs
CTC = Cardiothoracaal Chirurgie. Dit is de afdeling voor hart- en longchirurgie.
CTC = cardiothoracalechirurgie
CTD = Comparative Toxicogenomics Database
CTE = chronische toxische encefalopathie
CTE = chronische traumatische encefalopathie
CTEPH = chronische trombo-embolische pulmonale hypertensie
CTG = College Tarieven Gezondheidszorg
CTG = cardiotocograaf (weeënmonitor); Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
CTG = cardiotocogram
Ctg = College tarieven gezondheidszorg, toezichthouder krachtens de Wet tarieven gezondheidszorg (Wtg), werkzaam tot 1 oktober 2006, thans Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
CTR = Cardiothoracic ratio. De verhouding tussen de grootte van het hart en de borstholte.
CTS = Carpale tunnel syndroom
CTS = carpaletunnelsyndroom
CTV = Clinical Target Volume (GTV+micro uitbreidingen)
CTX = cerebrotendineuze xanthomatose
CTx = Chemotherapie
CU = colitis ulcerosa, een ontstekingsziekte van de dikke darm
CU = colitis ulcerosa
CUSA = cavitron ultrasonic surfield aspirator
CV = corpus vitreum (glasvocht)
CVA = Cerebrovasculair Accident. Dit is een beroerte, zoals bij een herseninfarct of een hersenbloeding.
CVA = cerebrovasculair accident
CVC = Centraal Veneuze Catheter
CVC = Central Venous Catheter
CVD = centraal veneuze druk
CVD = centraal-veneuze druk, de bloeddruk in de centrale aders (centrale venen)
CVI = Clinical and Vaccine Immunology, een wetenschappelijk tijdschrift over microbiologie
CVI = chronische veneuze insufficiëntie
CVIC = Cardiovasculair Interventie Centrum
CVID = common variable immunodeficiency
CVK = Centraal Veneuze Katheter
CVL = Centraal Veneuze Lijn
CVRM = Cardiovasculair Risicomanagement. Dit zijn maatregelen om hart- en vaatziekten te voorkomen, zoals meer sporten en stoppen met roken.
CVRM = cardiovasculair risicomanagement
CVS = chronisch vermoeidheids syndroom
CVS = chronischevermoeidheidssyndroom
cvs = critical view of safety
CVST = cerebraal veneuze sinustrombose
CVTM = Coördinatie van Vrijwillige Thuiszorg en Mantelzorg, een voormalige subsidieregeling
CVVH = Continuous Veno-Venous Hemofiltration
CVVHD = continue veno-veneuze hemofiltratie dialyse
CVZ = College voor Zorgverzekeringen, sinds 2014 het Zorginstituut Nederland, een zelfstandig bestuursorgaan
CWD = chronic wasting disease, een prionziekte bij hertachtigen
CWK = Cervicale Wervel Kolom. Dit zijn de wervels in de nek.
CWK = cervicale wervelkolom
CWZ = Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (Nijmegen)
Cx = Chirurgie / chirurgisch
Cx = Circumflex artery. Een van de kransslagaders.
CZ = CZ, voorheen Centraal Ziekenfonds, thans een handelsmerk van CZ Groep
CZE = Catharina Ziekenhuis Eindhoven
CZS = Centrale Zenuwstelsel
CZS = centraal zenuwstelsel
= controle

D. = da, geef (recept)
d. = dentur, er worde gegeven (recept)
d.c.f. = detur cum formula, het worde gegeven, het recept worde op het etiket overgeschreven (recept)
d.d. = de die, zoveel maal daags (recept)
d.s. = da signa, geef (recept)
d.t.d. = da tales doses (geef zodanige dosis)
D = dioptrie
DA = Doktersassistent
DADS = distal acquired demyelinating syndrome
DAF = decay-accelerating factor
DAG = diacylglycerol
DALK = Diepe anterieure lamellaire keratoplastiek
DALY('s) = disability-adjusted life years
DALY = Disability-adjusted life years, levensjaren gecorrigeerd voor beperkingen
DAMP = deficits in attention, motor control and perception (tekorten in aandacht, motoriek en waarneming), een psychiatrisch concept
DAP = dienst apotheek
DAPT = Dual Antiplatelet Therapy
DARE = database of abstracts of reviews of effectiveness
DAS = disease activity score
DASH = Disability of Arm, Shoulder and Hand (score)
DAT = daling algemene toestand
DAVF = durale arterioveneuze fistel
DBC = Diagnose Behandel Combinatie
DBC = diagnosebehandelingcombinatie
DBE = Dubbel Ballon Endoscopie
DBS = deep brain stimulation (diepe hersenstimulatie)
DBS = deep brain stimulation
DC = Decompensatio Cordis
DC = decompensatio cordis (hartfalen); Diagnostisch Centrum (> DC Klinieken: Diagnostisch Centrum Klinieken)
DC = ductus choledochus
DCC = Dutch Cochrane Centre
DCD = developmental coordination disorder (dyspraxie)
DCIS = ductaal carcinoma in situ
DCM = Detailed Clinical Model, een specificatie van zorginhoudelijke gegevens ten behoeve van gegevensuitwisseling tussen zorgverleners
DCN = Diëtisten Coöperatie Nederland
DCRF = Dutch Clinical Research Foundation
DCRM = Dutch Congress of Rehabilitation Medicine (Nederlands Revalidatiecongres)
DCS = damage control surgery
dd (1) = Dienstdoende (bijv. de dienstdoende internist)
DD (2) = Differentiaaldiagnose
DD = Dubbeldiagnose
DD = differentiaal diagnose
dd = de die, per dag, daags
DDAVP = 1-deamino-8-D-arginine-vasopressine
DDD = discrepantie draaglast-draagkracht
DDK = diadochokinese
DDR = digitale r
dec cordis = decompensatio cordis
DEC = Dierexperimentencommissie
DEET = diethyl meta toluamide
DEET = diethylmetatolueenamide (DEET), een insectenwerende stof
Def = Defecatie. De medische term voor ontlasting.
def = defaecatie
DEFG = don't ever forget glucose
dep. = depuratus, gezuiverd (recept)
DES = Drug Eluting Stent
DES = drug-eluting stent
des = diethylstilbestrol (-dochter/moeder)
DESG = Diabetes Education Study Group Nederland
DEXA = Dual Energy X-ray Absorptiometry (> DEXA-meting of bot-densitometrie; ook afgekort als DXA)
DEXA = Dual Energy X-ray Absorptiometry (botdichtheid meten)
DFSP = DermatoFibroSarcoom Protuberans
DG-HAL = dopplergeleide ligering van hemorroïdale arteriën (zie ook: THD)
dg = diagnose
DGGE = denaturerende gradiënt gel-elektroforese
DGH = Dringende Geneeskundige Hulpverlening, de organisatie, in België, die alle zieken en gewonden, die dringend medische hulp nodig hebben, van een snelle verzorging verzekert
DGU = Deutsche Gesellschaft für Unfallchirurgie
DGV = (Stichting) Doelmatige Geneesmiddelenvoorziening, thans Instituut Verantwoord Medicijngebruik
DGZ = Deutsche Gesellschaft für Zellbiologie (ook: GSCB)
dhat = dhatsyndroom
DHD = Dutch Hospital Data
DHEAS = DeHydroEpiAndrosterone Sulfate
DHS = diagnostische hysteroscopie
DHS = dynamische heupschroef
DHT = dihydrotestosteron
DI = Desaturatie-index, een waarde voor hypoxemie bij slaapapneu-onderzoek
DIA = Drug Information Association
diast = diastole
DIC = diffuse intravasale coagulatie, bloedstolling in de bloedvaten
DIC = disseminated intravascular coagulation
DIEP (-flap) = Deep Inferior Epigastric Perforator (-Flap)
dig. = digere, laat het verteren (recept)
DIG = Digitus, de Latijnse naam voor vinger of teen.
DiHAG = Diabetes Huisartsen Advies Groep
dim. = dimidium, de helft (recept)
DIOS = distaal intestinaal obstructie syndroom
DIP = Distaal Interphalangeaal gewricht. Het gewrichtje tussen het tweede en derde kootje bij de vinger of teen.
DIP = desquamatieve interstitiële pneumonie
DIP = distale interfalangeale gewricht
DIS = Diffuse intravasal stolling
DIS = diffuse intravasale stolling, bloedstolling in de bloedvaten
DIS = dissociatieve identiteitsstoornis
dis = dissociatieve identiteitsstoornis (meervoudige persoonlijkheidsstoornis)
DISH = diffuse idiopathische skelethyperostose
DIT = di-jodotyrosine
DKA = Diabetische Keto-Acidose
DKA = diabetische ketoacidose
DKTP = Difterie Kinkhoest Tetanus Polio
DKTP = Difterie-Kinkhoest-Tetanus-Polio
DKTP = difterie, kinkhoest, tetanus, poliomyelitis (> DKTP-vaccin)
DLB = dementia Lewy bodies
DLB = lewy-body-dementie
DLBCL = f DGBL Diffuus grootcellig B-cellymfoom
dlbd = diffuse lewy body disease
DLEK = diep-lamellaire endotheliale keratoplastiek
DLS = diagnostische laparoscopie
DLZ = Dijklander Ziekenhuis (Hoorn en Purmerend)
DM1 = Diabetes Mellitus Type 1
DM2 = Diabetes Mellitus Type 2
DM = Dystrofia Myotonica
DM = datamanagement
DM = dermatomyositis
DM = diabetes mellitus; dermatomyositis, een aandoening met chronische ontstekingen van spieren en de huid
DM = diabetes mellitus
DM = dopamine
DMARD(s) = disease-modifying antirheumatic drug(s)
DMD = ziekte van Duchenne
DMH = Dringende Medische Hulp, bekostiging van medische verzorging voor illegaal verblijvenden (België); dienstverlening aan mensen met een handicap
DMS = Dutch Menopause Society (een werkgroep van de NVOG); diffuse mesangiale sclerose; delusional misidentification syndrome (identificatiesyndroom)
DMT = dimethyltryptamine, een hallucinogene chemische verbinding
DN = diabetische nefropathie
DNA = desoxyribonucleïnezuur
DNase = deoxyribonuclease
DNO = Dag- en nachtopvang
DNO = Diabetes and Nutrition Organization, een sectie van de EASD
DNT = dysembryoplastische neuro-epitheliale tumor
DOAC = Directly-acting Oral Anticoagulants. Dit is een type bloedverdunner.
DOAC = directe orale anticoagulantia, antistollingsmiddelen, voorheen: nieuwe orale anticoagulantia (NOAC)
DOAC = directe orale anticoagulantia
DOMS = delayed-onset muscle soreness
DON = Dwarslaesie Organisatie Nederland
DOPA = dihydroxyphenetylamine
DORN(-methode) = geen afkorting, komt van Dieter Dorn
DOS = Delier Observatie Schaal
DOS = Delirium Observatie Score
DP = dementia pugilistica
DP = durante partu (tijdens bevalling)
DPA = dual-photon absorptiometrie
DPG = Directeur Publieke Gezondheid, de leidinggevende die verantwoordelijk is voor de GGD en de GHOR en tevens deel uitmaakt van de veiligheidsregio
DPP-4 = dipeptidylpeptidase 4 (DDP IV-remmers)
dr = dokter
DRE = digital rectal examination
DRE = dynamisch rectaal onderzoek
DREZ = dorsal root entry zone
DRI = dietary reference intake (aanbevolen dagelijkse hoeveelheid); zie ook: RDA
DRIL = Distal Revascularization Interval Ligation
DRK = Deutsches Rotes Kreuz
DRP = diabetische retinopathie
DRS = BCD Danger, Response, Send for help, Airway, Breathing, CPR (cardiopulmonale reanimatie), Defibrillation, een protocol bij acute zorg
DRU = Distale radio-ulnaire
DS = Down syndrome (syndroom van Down)
DSA = Digital Subtraction Angiography
DSA = Digitale subtractieangiografie, een (verouderde) methode om bloedvaten af te beelden
DSCB = Dutch Society of Cell Biology
dsDNA = dubbelstrengs DNA
DSEK = Descemet's Stripping Endotheliale Keratoplasty
DSM IV-TR = Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (4e) Text Revision
DSM = Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, een diagnostisch handboek uit de psychiatrie
DSM = Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders
DSO = diagnostisch toetsoverleg, een interactieve vorm van nascholing op het gebied van diagnostiek
DSPS = delayed sleep-phase syndrome (vertraagde-slaapfasesyndroom)
DSTP = distal soft tissue procedure (hallux valgus)
DSW = Delfland, Schieland, Westland, DSW, een zorgverzekeraar
DTB = DeelTijd Behandeling
DTH = delayed-type hypersensitivity
DTO = diagnostisch toetsoverleg
DTP = Difterie-Tetanus-Polio
DUB = Dysfunctionele Uterine Bloeding
DUS-I = Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen
DV = Drukverband
DVH = (Stichting) De Vrije Huisarts (2001-2022)
DVH = Dose-volume histogram (radiatiedosis- weefsel volume)
DVI = Diep Veneuze Insufficientie
DVI = digital vascular imaging
DVN = Diabetesvereniging Nederland; Dunnevezelneuropathie
DVN = dunnevezel neuropathie
DVT = diep veneuze trombose
DVT = diepveneuze trombose, een vorm van trombose in de benen (trombosebeen) of in de armen
DVZ = De Verpleging Ziektekostenverzekering, een zorgverzekeraar op christelijke grondslag te Katwijk, in 2012 opgegaan in Pro Life Zorgverzekeringen
DWV = deformed wing virus, een iflavirus
Dx = Diagnose
DXA = Dual Energy X-ray Absorptiometry (DEXA-meting of bot-densitometrie; ook afgekort als DEXA)
DXA = Dual energy X-ray Absorptiometry
DXA = dexamethason
DXM = dextromethorfan, de werkzame stof in hoestdrank tegen prikkelhoest
DZ = Deventer Ziekenhuis

e.c.i. = e causa ignota, idiopathisch (door onbekende oorzaak)
E = Ethambutol
EAA = extrinsieke allergische alveolitis
eabdom = echo abdomen
EABV = Effective Arterial Blood Volume
EADV = (voorheen:) Eerste Associatie van Diabetes Verpleegkundigen (thans wordt alleen nog de afkorting EADV gebruikt)
EAHC = Executive Agency for Health and Consumers, een programma van de EU voor voedselveiligheid ter bescherming van consumenten
EAI = Enkel-Arm Index
EAI = Enkel-arm-index
EAOO = European Academy of Optometry and Optics
EAP = expanded access programme
EAP = extracellular adherence protein
EAS = ectopic adrenocorticotropic hormone (ACTH) secretion
EASD = European Association for the Study of Diabetes
EB = einde behandeling
EB = epidermolysis bullosa
EB = evidence-based
EBM = evidence-based medicine, geneeskunde op basis van wetenschappelijk bewijs
EBM = evidence-based medicine
EBRO = evidence-based richtlijnontwikkeling
EBRT = external beam radiation therapy, een behandeling met uitwendige bestraling
EBRT = external beam radiation therapy
EBUS = echo-bronchusscopie
EBUS = endoscopic bronchial ultrasonography
EBV = Epstein Barr Virus
EBV = Epstein-barrvirus
EC = erytrocytenconcentraat
ECA = External Carotid Artery
ECD-MDF = epithelioid cell-derived macrophage deactivating factor
ECD = Ethyl Cysteïnaat Dimeer (voor beeldvorming hersenen)
ECD = epithelioid cell-derived
ECDC = European Centre for Disease Prevention and Control
ECFMG = Educational Commission for Foreign Medical Graduates
ECG = Electrocardiogram. Dit is een hartfilmpje.
ECG = electrocardiogram
ECG = elektrocardiogram, ook: ecg, een "hartfilmpje"
ECHO = enteric cytopathogenic human orphan (-virus)
ECI = E Causa Ignota
ECLE = extracapsulaire lens extractie
ECLS = extra corporeal life support (hart-longmachine)
ECM = erythema chronicum migrans
ECMO = extra corporeal membrane oxygenatie (hart-longmachine)
ECMO = extra corporele membraan oxygenatie
EcoG = Elektrocochleografie
ECP = eosinophil cationic protein
ECT = Elektroconvulsietherapie
ECT = elektroconvulsietherapie (elektroshock)
ECTR = European Clinical Trial Regulation
ECTRIMS = European Committee for Treatment and Research in Multiple Sclerosis
ECV = Elektrische Cardioversie
ECV = electro cardio versie
ED = Erectiele Dysfunctie
ED = effectieve dosis
ED = eind diastole
EDA = epidurale anesthesie
EDLM = Eerste dag van de laatste menstruatie
EDQM = European Directorate for the Quality of Medicines & HealthCare
EDRF = endothelium-derived relaxing factor
EDS = Ehlers Danlos syndroom
EDS = ehlers-danlossyndroom (> syndroom van Ehlers-Danlos)
EDTA = ethyleendiaminetetra acetaat
EDV = einddiastolisch volume
EE = Expertisecentrum Euthanasie, voorheen Levenseindekliniek
EE = expressed emotion
EEG = Electro-encefalogram. Dit is een hersenfilmpje.
EEG = electro-encefalogram
EEG = elektro-encefalografie
EEM = Erythema Exsudativum Multiforme
EF = ejectiefractie
EF = eosinofiele fasciitis, ook genoemd ziekte van Shulman of Shulmansyndroom, een huidaandoening
EFCC = European Federation of Clinical Chemistry (thans European Federation of Clinical Chemistry and Laboratory Medicine (EFLM)
EFDH = Expertisecentrum Farmaceutische zorg Departement Haaglanden (Den Haag), een samenwerkingsverband van apothekers; European Dental Hygienists Federation, de Europese Federatie van Mondhygiënisten
EFLM = European Federation of Clinical Chemistry and Laboratory Medicine
EFMI = European Federation of Medical Informatics
EFO = ElektroFysiologisch Onderzoek
EFPA = European Federation of Psychologists’ Associations
EFQM = European Foundation on Quality Management
EFSA = European Food Safety Authority, de Europese Voedselveiligheids Autoriteit
EFW = estimated fetal weight
EGF = epidermale groeifactor
EGF = epidermische groeifactor
EGFR = epidermale groeifactor receptor
eGFR = estimated glomerular filtration rate (geschatte glomerulaire filtratiesnelheid), een nierfunctietest
eh = eenheden
EHA = Eigen Huisarts
EHBO = Eerste Hulp bij Ongelukken
EHBO = eerste hulp bij ongevallen
EHEN = European Human Exposome Network, een Europees onderzoeksnetwerk
EHH = eerste hart hulp
EHIC = European Health Insurance Card
EIA = enzyme immunoassay
EIEC = entero-invasieve Escherichia coli
EIM = extra-intestinale manifestaties
EJCN = European Journal of Clinical Nutrition
EJN = European Journal of Neuroscience
EKD = elektronisch kinddossier
EKR = Eiwit Kreatinine Ratio
ELD = externe lumbale drain
ELISA = enzyme-linked immunosorbent assay
ELISPOT = enzyme-linked immunosorbent spot
ELM = eerste dag laatste menstruatie
ELV = Eerstelijns Verblijf
EM = electtronenmicroscopie
EMA = European Medicines Agency (Europees Geneesmiddelenbureau)
EMB = ernstig meervoudige beperking
EMBL = European Molecular Biology Laboratory
EMBO = European Molecular Biology Organization
EMCV = encefalomyocarditis virus
EMD = Electromechanical Dissociation
EMD = elektronisch medicatiedossier
EMDR = eye movement desensitization and reprocessing (een therapeutische behandelmethode bij PTSS)
EMDR = eye movement desensitization reprocessing
EMEA = European Medicines Evaluation Agency (2004-2009), thans European Medicines Agency (EMA) (Europees Geneesmiddelenbureau)
EMF = erythrocyte-maturation factor
EMG = Elektromyografie
EMG = electromyografie
EMG = elektromyografie; exomfalos-macroglossie-gigantisme, een synoniem voor het syndroom van Beckwith-Wiedemann
EMGZ = Extramurale gezondheidszorg
EMJ = Emergency Medicine Journal
EML = Essential Medicines List (Lijst van essentiële medicijnen, opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO))
EMV = Eye opening, best Motor response, best Verbal response
EMV = Eye, Motor, Verbal. De onderdelen van de Glasgow Coma Scale.
EMV = eyes movement verbal
EMWA = European Medical Writers Association
EN = Ergotherapie Nederland, beroepsvereniging van ergotherapeuten
ENA = Extractable Nucleair Antigen
ENA = extraheerbare nucleaire antigenen, extraheerbare kernantigenen
ENG = ElektroNystagmoGrafie
ENL = erythema nodosum leprosum
ENRD = endoscopy-negative reflux disease
ENS = empty nose syndrome, een door overmatige chirurgische ingrepen fysiologisch verminkte neus; in feite een iatrogene aandoening
EoE = eosinofiele oesofagitis
EOG = elektro-oculogram
EOR = elektrische ontaardingsreactie
EP = evoked potentials
EPAR = European public assessment report
EPB = Eerste polikliniekbezoek
EPD = Elektronisch Patiënten Dossier.
EPD = elektronisch patiëntendossier
EPDS = Edinburgh postnatal depression scale
EPE = Extra Prostatic Extension
EPEC = enteropathogene Escherichia coli
EPF = early pregnancy factor
epi = episiotomie
EPO = eosinofiel peroxidase
EPO = erytropoëtine
epp = erytropoëtische protoporfyrie
ePRO = electronic Patient Reported Outcome
EPS = extrapiramidale symptomen
EPSA = European Pharmaceutical Students' Association
EPSP = excitatoire postsynaptische potentiaal
ept = endoscopische papillotomie
ER (1) = Emergency Room. De Engelse term voor de Spoed Eisende Hulp (SEH).
ER (2) = Estrogen Receptor
ER = endoplasmatisch reticulum, een component van een dierlijke cel
ER = endoplasmatisch reticulum
ERAS = Enhanced Recovery After Surgery
ERCP = Endoscopische Retrograde Cholangio- en Pancreaticografie. Bij dit onderzoek wordt een buisje in de slokdarm gebracht om de galwegen en alvleesklier te bekijken en soms ook direct te behandelen.
ERCP = endoscopische retrograde cholangiopancreaticografie
ERG = electroretinografie
ERIBA = European Research Institute of the Biology of Ageing
ERNA = equilibrium radionuclide angiogram
ERV = expiratoir reservelongvolume
ery('s) = erytrocyt(en)
Ery = Erytrocyt. De medische term voor rode bloedcel.
ES = Eind systole
ES = extrasystole
ESAT = Early Screening of Autistic Traits (Questionnaire)
ESBL = Extended Spectrum Beta Lactamases (E-coli)
ESBL = extended-spectrum bèta-lactamase
ESBL = extended-spectrum-beta lactamase (bacterie)
ESCT = echogeleide sclerocompressietherapie
ESE = European Society for Endodontology
ESES = elektrische status epilepticus (tijdens) slaap
ESRD = End stage renal disease
ESS = extracellular slime substance
EST = elektroshock therapie
ESTT = (Directie) Eenheid Secretariaten Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg en Toetsingscommissies Euthanasie (van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
ESV = eindsystolisch volume
eswl = extracorporal shockwave lithotrypsy (vergruizing)
ET = Essentiële trombocytose
ET = embryo transfer
ET = endotracheal (tube)
ETEC = enterotoxische Escherichia coli
ETS = Emergo Train System, een opleiding op het gebied van acute zorg
ETZ = Elisabeth Tweesteden Ziekenhuis, een fusie-ziekenhuis in Tilburg en Waalwijk
EUG = Extra Uteriene Graviditeit (Buitenbaarmoederlijke zwangerschap)
EUG = Extra Uteriene Graviditeit
EUR = Erasmus Universiteit Rotterdam
EUS = echo- oesofagusscopie
EUS = endoscopic ultrasound
EUS = esophageal ultrasonography
eV = elektronvolt;(energie verandering van vrij deeltje met lading 1e wanneer het in een elektrisch veld een weg aflegt tussen 2 punten die een onderling potentiaal verschil van 1 volt hebben)
EVAR = EndoVascular Aneurism Repair
EVC = expiratoire vitale capaciteit
EVD = Externe Ventrikel Drain
EVD = externe ventriculaire drain
EVO = enkel-voet orthese
EVV = eerstverantwoordelijk verzorgende
EWS = Early Warning Score
EWS = Early Warning System
EXIT = ex utero intrapartum treatment
Exp = Expecatief
exp = expiratie
extr = extremiteiten
EZD = eerste ziektedag

F-factor = fertility factor
f-NSIP = fibrotische niet specifieke interstitiele pneumonie
F. = fiat, het worde gereedgemaakt (recept)
F/E = Flexie/Extensie
F = Flatulentie/winderigheid
F = fundus (oog)
FA = Familie-anamnese
FA = Friedreich's ataxia
FA = familieanamnese
FA = fanconi anemie
FAB = Frontal assessment battery
Fab = antigen-binding Fragment
FACS = Fellow of the American College of Surgeons
FACT = Functional Assertive Community Treatment
FADS = female androgen deficiency syndrome
FAG = fluorescentie-angiografie
FAGG = Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (België)
FAIMER = Foundation for Advancement of International Medical Education and Research
fALS1 = familiaire amyotrofe laterale sclerose, met mutaties in het gen SOD1 (superoxide dismutase)
FANC = Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, de Belgische toezichthouder voor de nucleaire sector
FAP = familiaire adenomateuze polypose
FAP = familiaire adenomateuze polyposis
FASD = fetal alcohol spectrum disorders, foetale alcoholspectrumstoornissen
FAST = First Aid and Support Team, noodhulp van de Belgische overheid bij rampen in het buitenland; ? B-FAST
FAVV = Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (België)
FB = Functiebeperking
FBP = Fédération Belge des Psychologues, een Belgische beroepsvereniging van psychologen
FBSS = failed back surgery syndrome
FBSV = Faculteit Bewegen, Sport en Voeding, een onderdeel van de Hogeschool van Amsterdam (HvA)
FBTO = FBTO, voorheen Friese Boeren en Tuinders Onderlinge (Zorgverzekering), thans een handelsmerk van Achmea
FC = fibrosis cystica (taaislijmziekte)
Fc = fragment crystallizable
FD = familiaire dysbètalipoproteïnemie
FDA = Food and Drug Administration
FDC = folliculaire dendritische cel
FDG-PET = fluoro-deoxyglucose-positronemissietomografie
FDG = (F-18-) fluorodeoxyglucose (PET-scan)
FDHP = first day of hyperthermic plateau (dag na ovulatie)
FDP = Fibrinogeen degradatieproducten
FdU = fluorodeoxyuridine
FeLV = felien leukemievirus
fem pop = femoropopliteal
fem-pop = femoro-popliteaal
FEP = Foto-Electrische Plethysmografie
FES = functionele elektrostimulatie
FESS = functional endoscopic sinus surgery
FET = forced-expiration technique
FEV1 = forced expiratory volume in 1 second
FEV = forced expiratory volume
FFA = Free Fatty Acids
FFI = fatale familiaire insomnie
FFP = Filtering Facepiece Particle
FFP = Fresh Frozen Plasma. Een zak met bloedplasma.
FFP = fresh frozen plasma
FFR = fractional flow reserve
FGC = female genital cutting (vrouwelijke genitale verminking)
FGH = familiaire gecombineerde hyperlipidemie
FGI = Federale Gezondheidsinspecteur (België)
FH = familiaire hypercholesterolemie
FH = follikelhormoon
FHA = focus huidafstand
fhl = functionele hallux limitus
FHR = Fetal Heart Rate
FIGE = Field inversion gel electrophoresis
FIGO = Fédération Internationale de Gynécologie et d'Obstétrique, de Internationale Federatie van Gynaecologie en Verloskunde
FIN = fontanel in niveau
FIOM = voorheen Federatie van Instellingen voor de Ongehuwde Moeder en haar kind, thans voornamelijk een kennisorganisatie onder de naam Fiom
FISH = Fluorescentie in situ hybridisatie
FITC = fluoresceïne-isothiocyanaat
FIV = forced inspiratory volume
FK (1) = Farmacotherapeutisch Kompas. Een naslagwerk voor medicatie en doseringen.
FK (2) = Feceskweken
FK = Farmacotherapeutisch Kompas
fk = faeceskweek
FL = Femurlengte
FL = folliculair lymfoom
FLDO = Forensisch Laboratorium voor DNA-Onderzoek (LUMC)
FMEA = failure mode and effect analysis
FMF = familiaire mediterrane koorts
fmf = familial mediterranean fever
FMG = Forensisch Medisch Genootschap, een Nederlandse vereniging voor forensische geneeskunde
FMG = female genital mutilation (vrouwelijke genitale verminking)
FML = functionele mogelijkhedenlijst, een instrument van de verzekeringsgeneeskundige
fMRI = functionele MRI
FMS = Federatie Medisch Specialisten
FMT = FMT Gezondheidszorg, Facility Management Technology Gezondheidszorg; Fysio-manuele therapie (De Woldstreek (Duurswold))
FNA = Formularium Nederlandse Apothekers, een verzameling voorschriften voor de magistrale bereiding van geneesmiddelen
FNA = Formularium Nederlandse Apothekers
fna = fine needle aspiration
fnac = fine needle aspiration cytology
FNI = Florence Nightingale Instituut, een kennisinstituut voor de geschiedenis van verpleging en verzorging, opgegaan in V&VN
FNS = functionele neurologische stoornis, een aandoening met neurologische uitvalsverschijnselen
FO = foramen ovale
FOBT = fecaal occult bloed test
FODMAP = fermenteerbare oligosachariden, disachariden, monosachariden en poly-olen; ? FODMAP-dieet
FONA = fouten, ongevallen en 'near accidents'
FOP = fibrodysplasia ossificans progressiva, een aandoening waarbij spieren en bindweefsel voortschrijdend worden omgezet in kraakbeen en bot
FPH = Fontys Paramedische Hogeschool, een onderdeel van Fontys Hogeschool, een instelling voor hoger beroepsonderwijs in Zuid-Nederland
FPK = forensisch psychiatrische kliniek
FPR = false positive rate, het percentage fout-positieven (de kans op vals alarm)
fra(X) = fragiele X-syndroom
FRC = Functionele Residuale Capaciteit (longfunctie)
FRFF = free radial forearm flap
FROM = Full Range Of Motion; volledige bewegingshoeveelheid mogelijk ter hoogte van een gewricht.
FROM = Full Range Of Motion. Dit betekent dat een gewricht, zoals de schouder, volledig vrij kan bewegen.
FROM = Full Range of Motion
FRS = Framingham risicoscore
FS-DSEK = Femtosecond (laser asisted) Descemet Stripping Endotheliale Keratoplasty
FSG = focale segmentale glomerulosclerose
FSH-RF = Follikel Stimulerend Hormoon Releasing Factor
FSH = Follikel Stimulerend Hormoon
FSH = follikelstimulerend hormoon
FSHD = facioscapulohumerale dystrofie
FSIAD = Female Sexual Interest/Arousal Disorder, verminderde zin in seks, probleem bij vrouwen
FSL = Free style Libre (glucosemeter)
FSME = Frühsommer-Meningoenzephalitis
FT = fysiotherapie
FTA-abs = Fluorescent Treponemal Antibody absorbed test (syfilistest)
FTD = Fronto Temporale Dementie
FTD = frontotemporale dementie
FTF = Fit-to-Fly
ftg = full thickness graft
FTK = Farmacotherapeutisch kompas
FTO = Farmacotherapeutisch Overleg, een programma van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM)
FTO = Farmacotherapie Overleg
FTP = flexible transgastric peritoneoscopy
FTT = failure to thrive
FTTO = Farmacotherapeutisch Transmuraal Overleg
FU = Follow up
FU = Follow-up. Dit betekent een controle afspraak.
FVC = Forced vital capacity\

G-banding = Giemsa (stain) banding
G-cel = gastrine cel
G-CSF = Granulocyte colony stimulating factor
G-plek = Gräfenberg plek
G-spot = Gräfenberg spot
G6PD = Glucose-6-fosfaat dehydrogenase (deficiëntie)
G6PDD = Glucose-6-phosphate dehydrogenase deficiency
Ga = gallium
ga = geen afwijkingen
GABA = Gamma-aminoboterzuur
GABA = gamma-aminobutyric acid (gamma-aminoboterzuur), een ?-aminozuur (een niet-proteïnogeen aminozuur) dat in het lichaam fungeert als neurotransmitter
GAD = glutamaat-decarboxylase
GAG('s) = glycosaminoglyca(a)nen
GAIA = Gemeenschappelijke Accreditatie Internet Applicatie, een onderdeel van de KNMG)
GALA = Gezond en Actief Leven Akkoord, een preventieprogramma van de Raad van de Volksgezondheid
GALT = gut-associated lymphoid tissue
GAS (-score) = Global Assessment of Functioning -score
GAS = Groep A streptococ
GAS = gegeneraliseerde angststoornis
gave = gastric antral vascular ectasia
GAVI = Global Alliance for Vaccines and Immunizations
gavkb = geen afwijkingen van klinische betekenis
gb = geen bijzonderheden
GBGB = Geen Bericht, Goed Bericht
GBM = Glioblastoma multiforme
GBM = glomerulaire basale membraan
GBq = gigabecquerel
GBS = Guillain-Barré syndroom
GBS = Guillain–Barré syndrome, Syndroom van Guillain-Barré, een vorm van polyneuropathie
GBS = geen bodem wyndroom
GBS = groep B betahemolytische streptokok
GBS = hemolytische groep-B-streptokokken
GBZ = Goed beheerd zorgsysteem, zorgsysteem dat voldoet aan eisen voor aansluiting op de basisinfrastructuur in de zorg.
GCP = Good Clinical Practice (Goede klinische praktijken)
GCP = good clinical practice
GCS = Glasgow Coma Scale
GCS = Glasgow-comaschaal (Glasgow Coma Scale; Glasgow Coma Score)
GCS = Groep C streptococcen
gda = geen duidelijke afwijkingen
GDBM = geen duurzaam benutbare mogelijkheden, een indicatie bij de uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
gdc = glucose dagcurve
GDM = gestational diabetes mellitus
GDNF = Glial cell line-derived neurotrophic factor
GDS = Gastroduodenoscopie. Dit is een onderzoek van de maag en het eerste deel van de dunne darm.
GDS = Geriatric Depression Scale, een vragenlijst om depressie bij ouderen te meten; geneesmiddel distributiesysteem, een verpakking van medicijnen verdeeld in eenheden per toedieningstijdstip voor een individuele cliënt
GDS = Geriatrische Depressiviteits Schaal
GDS = gastro duodenale scopie
GE-itis = Gastro-enteritis
GE = Gastro-Enteraal. Dit betekent de buikorganen. Een GE-chirurg is een buikchirurg.
GE = gastro-enteritis
GE = gastro-enterologie
gentech = genetische technologie of gentechnologie, ook wel genetische modificatie, een vorm van biotechnologie waarbij het DNA van een organisme wordt aangepast
GEO = geavanceerd echoscopisch onderzoek
GER = gastro esophageal reflux
GER = glad endoplasmatisch reticulum
GERD = Gastro-Esophageal Reflux Disease
GERD = gastro esophageal reflux disease
GERD = gastroesophageal reflux disease (met synoniem: gastro-oesophageal reflux disease (GORD), het terugvloeien van maagzuur in de slokdarm
GET = graded exercise training
gFOBT = guaiac Fecal Occult Blood Test
GFR = Glomerular Filtration Rate. Een getal dat de nierfunctie aangeeft.
GFR = glomerular filtration rate (glomerulaire filtratiesnelheid), een nierfunctietest
GFR = glomerular filtration rate
GFSV = Groningse Farmaceutische Studenten Vereniging
GG&GD = Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst
GG = Geboorte Gewicht
GGD = Gemeentelijke Geneeskundige Dienst; Gemeentelijke gezondheidsdienst
GGD = Gemeentelijke gezondheidsdienst
GGG TV = Gaaf, Grijs, Glanzend Trommelvlies
GGG = goed gebruik (van) geneesmiddelen
ggo = genetisch gemodificeerd organisme of genetisch gemanipuleerd organisme, een organisme waarvan het DNA door middel van biotechnologie is aangepast
GGR = Gecommentarieerd Geneesmiddelen Repertorium, een jaarlijks naslagwerk voor medische professionals
GGT = gamma-glutamyltransferase (een enzym)
GGTP = Gamma Glutamyl Transpeptidase
GGV = gewogen gemiddeld verschil
ggz = Geestelijke gezondheidszorg
GH-IH = growth hormone-inhibiting hormone
GH = groeihormoon
GHB = gamma hydroxyboterzuur
GHB = gamma-hydroxyboterzuur, een harddrug
GHOR = Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio, voorheen Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR)
GHOR = geneeskundige hulp (bij) ongevallen (en) rampen
GHOR = geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio
GHRH = growth hormone-releasing hormone
GHZ = gehandicaptenzorg, overkoepelende term voor alle organisaties die zorg bieden aan mensen met een functiebeperking
GI = gastro-intestinaal
GI = glycemische index
GIA = gastro-intestinaal anastomose
GIFT = gamete intrafallopian transfer
GIK-infuus = glucose insuline kalium
GIL = Gezondheidszorg Illegalen Leiden, elementaire gezondheidszorg in Leiden voor ongedocumenteerden
GIN = Guidelines International Network
GIP = gastric inhibitory peptide
GIP = giant-cell interstitial pneumonia
GIP = glucose-dependent insulinotropic polypeptide
GIS = gel instillation sonography
GIST = gastro-intestinale stroma tumor
GLAD = Glenolabral articular disruption
GLDH = glutamaatdehydrogenase
GLI = Gecombineerde Leefstijl Interventie
GLI = gecombineerde levensstijlinterventie
GLN = Generieke Leveranciers Nederland
GLP-1 = glucagon-like peptide-1
GM-CSF = granulocyte-macrophage colony stimulating factor
GM-teller = Geiger-Muller teller
GM = Goud Marker
GM = Grand mal (tegenwoordig tonisch clonisch consult)
GMA = gezamenlijke medische afspraak
GMP = guanosine monophosphate
GMS = Groninger Minimum Spreeknormen
GMSB = geïntegreerd medisch specialistisch bedrijf
GNK = Geneeskunde. Dit kan de studie Geneeskunde zijn, maar kan ook slaan op een specialisme (bijv. interne gnk = Interne Geneeskunde)
GNP+ = Global Network of People living with HIV/AIDS
GnRH = gonadotropin-releasing hormone (met synoniem: Luteinizing-hormone-releasing hormone (LHRH))
GnRH = gonadotropin-releasing hormone
GnRHR = gonadotropin-releasing hormone receptor
GOMER = Get (of Go) Out of My Emergency Room
GOR = gastro oesophageale reflux
GORD = gastro-oesophageal reflux disease (met synoniem: gastroesophageal reflux disease (GERD), het terugvloeien van maagzuur in de slokdarm
GORZ = gastro-oesofageale refluxziekte
GOT = glutamaat oxaalacetaat transaminase (tegenwoordig ASAT)
GOT = glutamic oxaloacetic transaminase (een enzym)
GPA = Granulomatose met Polyangiitis (ziekte van Wegener)
GPI = Glucosefosfaatisomerase (-deficiëntie)
GPI = globus pallidus internus
GPI = glucosephosphate isomerase (glucosefosfaatisomerase)
GPK = Gehandicapten Parkeerkaart
GPO = gepasteuriseerde plasma eiwitoplossing
GPP = gegeneraliseerde pustuleuze psoriasis
GPT = glutamaat pyruvaat transaminase (tegenwoordig ALAT)
GPT = glutamate pyruvate transaminase (een enzym)
GR = Gezondheidsraad, een Nederlands onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan van regering en parlement
GRADE = Grading of Recommendations Assessment, Development and Evaluation Working Group
GRF = Growth hormone Releasing Factor
GRIP = gecoördineerde regionale incidentenbestrijdingsprocedure
GRM = gemodificeerde radicale mastectomie
Groep = streptococcus, Streptococcus agalactiae, een ziekteverwekkende bacterie
GROW = Goal, Reality, Opportunity, Wheel, een onderzoeksmodel naar gezondheidsaspecten (Julius Centrum, UMC Utrecht)
GRP = gastrin-releasing peptide
GRZ = Geriatrische Revalidatie Zorg
GSS = Gerstmann-Sträussler-Scheinker (> Syndroom van Gerstmann-Sträussler-Scheinker), een hersenziekte veroorzaakt door prionen
gtt. = gutta/guttae, druppels (recept)
GTT = glucosetolerantietest
GTV = Gross Tumor Volume
GUO = geavanceerd ultrasound onderzoek
GV = Gezichtsvelden
GV = gezichtsveld(onderzoek)
GV = grote visite
GVH = graft-versus-host
GVHD = graft versus host disease (graft-versus-hostreactie)
GVO = gezondheidsvoorlichting en -opvoeding
GVS = Geneesmiddelenvergoedingssysteem
Gw = Geneesmiddelenwet
Gy = Gray (hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, 1Gy=1J/kg)
GYN = Gynaecologie
GZ = Gezondheidszorg (> GZ-psycholoog = Gezondheidszorgpsycholoog)
GZ = gehandicaptenzorg
GZA = (voorheen) Gasthuiszusters Antwerpen (> GZA Ziekenhuizen, een fusieziekenhuis in Antwerpen, per 1 januari 2024 Ziekenhuis aan de Stroom (ZAS))
GZA = Geen Zichtbare Afwijkingen
GZO = gezondheidszorgonderzoek
ouseOver="style.backgroundColor='white'" onMouseOut="style.backgroundColor='#CCFFCC'">

h = hepar
HA = hartactie
HA = huisarts
HAAg = hepatitis A antigeen
HAART = hoogactieve antiretrovirale therapie
HAGL = Humeral avulsion glenohumeral ligament
Hagro = Huisartsengroep
HAIO = Huisarts In Opleiding.
HAL = hemorrhoidal artery ligation
HAL = hemorroïdale arteriële ligatie, een techniek voor de verwijdering van aambeien
HANS = Head and Neck Support, ondersteuning van hoofd en nek; > HANS-systeem
HAP (1) = Huisartsenpost
HAP (2) = Hospital Acquired Pneumonia. Dit is een longontsteking (pneumonia) die de patiënt heeft opgelopen in het ziekenhuis, mogelijk door een ziekenhuisbacterie. Het tegenovergestelde is een Community Acquired Pneumonia (CAP).
HAP = Hospital Acquired Pneumonia
HAP = Huisartsenpost
HAP = huisartsenpraktijk
HAP = hydroxylapatiet (composietmateriaal)
HAPE = high-altitude pulmonary edema
HAR = hemagglutinatie-remmingsreactie
HAV = hepatitis A virus
Hb(A) = hemoglobine (volwassenen)
HB-donor = heart-beating donor
HB = Huisbezoek
Hb = Hemoglobine, een onderdeel van de rode bloedcel. Bij een te laag Hb is er sprake van een bloedarmoede.
Hb = hemoglobine(gehalte)
Hb = hemoglobine, een bloedeiwit
HbA1 = hemoglobine alpha 1
HbA1c = geglyceerd hemoglobine, de verbinding van hemoglobine met glucose
HbA1c = hemoglobine alpha 1c
HBAb = hepatitis B antibody
HBAg = hepatitis B antigeen
HBB = hypothalamus-hypofyse-bijnier (> HHB-as)
HbCO = carboxyhemoglobine
HBDH = hydroxyboterzuur dehydrogenase
HBE = His Bundle Electrogram
HbE = hemoglobine E (-ziekte)
HBeAg = Hepatitis B e-antigeen
HbF = foetaal hemoglobine
HbO22 = oxyhemoglobine, de verbinding van hemoglobine met zuurstof
HBOT = hyperbaric oxygen therapy
HBs-Ag = Hepatitis B virus surface antigeen
HbS = hemoglobine Sikkelcel
HBsAl = Hepatitis B virus surface antistoffen
HBV = hepatitis B virus
HC = Hoofd omtrek
HC = Hypercholesterolemie
HC = high care (afdeling)
HCAWA = hereditary cerebral hemorrhages with amyloidosis, een erfelijke hersenziekte, ook bekend als de Katwijkse ziekte
HCC = Hepatocellulair Carcinoom
HCC = hepato cellulair carcinoom
hCG = humaan choriongonadotrofine
HCK = Hartcatheterisatiekamer
HCl = waterstofchloride
HCM = hypertrofische cardiomyopathie
hCS = humaan somatomammotropine
HCT = hematocriet (ook HT)
HCT = hydrochloorthiazide
HCU = high care unit
HCV = hepatitis C virus
HD (1) = Hemodynamisch
HD (2) = Hemodialyse
HD (3) = Hernia Diafragmatica
HD = Huntington's Disease (ziekte van Huntington, een ongeneeslijke, erfelijke aandoening van de herenen
HD = heamodialyse
HD = hernia diaphragmatica
HDAg = hepatitis D (delta) antigeen
HDF = Hemodiafiltratie
HDL = High-density lipoprotein
HDL = high-density-lipoproteïne
HDL = huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen
HDV = hepatitis D (delta) virus
HDYO = Huntington's Disease Youth Organization
HeLa = Henrietta Lacks; HeLa-cel, "onsterfelijke" cel, afstammend van baarmoederhalskankercellen van Henrietta Lacks
HELLP = Hemolysis, Elevated Liver enzymes, Low Platelets
HELLP = hemolysis elevated liver enzymes and low platelets (HELPP)
HELLP = hemolysis, elevated liver enzymes, low platelets (syndrome)
HEMS = Helicopter Emergency Medical Service
Hep = Hepatitis
HepB = hepatitis B
HER-2 = Human epidermal growth factor receptor 2
HES = hyperesthetisch-emotioneel syndroom
HET = hoog energetisch trauma
HEV = hepatitis E virus
HEV = hoog-endotheliale venulen
HF = Hartfrequentie. Het aantal slagen per minuut van het hart.
HF = hart frequentie
HFD = Heart failure disease
HFmrEF = heart failure with mildly reduced ejection fraction
HFO = high-frequency oscillations
HFpEF = heart failure with preserved ejection fraction
HFrEF = heart failure with reduced ejection fraction
HFS = Hemifaciale spasme
HFS = hoogfrequente stimulatie
HFV = hoogfrequente ventilatie
HG = Huidige graviditeit
HG = huidig gewicht
HG = hyperemesis gravidarum
HGPRT = Hypoxanthine-guanine phosphoribosyltransferase
HGPRTase = hypoxanthine-guanine phosphoribosyltransferase
HGR = Hoge Gezondheidsraad, een wetenschappelijk adviesorgaan (België)
HGTNM = het gaat thuis niet meer
HHS = Hyperosmolair hyperglykemisch syndroom
HHV = humaan herpesvirus
HIAA = 5-Hydroxyindoleacetic Acid
Hib = Haemophilus influenzae type b
Hib = haemophilus influenzae
HIDA = Hydroxy Iminodi-acetic Acid (acetic acid=azijnzuur)
HIDS = hyperimmunoglobulinemie D syndroom
HIE = hypoxische ischemische encephalopathie
HIFU = high-intensity focused ultrasound
HIOMT = hyperimmunoglobulinemie D
HIPEC = Hypertherme Intraperitoneale Chemotherapie
HIS = HuisartsenInformatieSysteem
HIT = Heparine Induced Trombocytopenie
HIT = hallucinatiegerichte integratieve therapie
HIV = humaan immunodeficiëntievirus (hiv)
HIV = humaan immunodeficiëntievirus
HJ = Hepaticojejunostomie
HKD = halsklierdissectie
HKNN = Huntington KennisNet Nederland, een patiëntenvereniging
HKP = Hiel-Knie Proef
HKRS = hemorragische koorts met renaal syndroom
HKZ = (stichting) Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector (HKZ)
HL = Hodgkinlymfoom
HL = hodgkin lymfoom
HLA = humaan leukocytenantigeen
HLA = humaan leukocytenantigenen, de antigenen die aanwezig zijn op de oppervlakte van alle lichaamscellen (behalve op de oppervlakte van rode bloedcellen)
HM = human milk
HMC = Haaglanden Medisch Centrum (Westeinde, Antoniushove en Bronovo), tot 2016 Medisch Centrum Haaglanden
HMG-CoA = 3-hydroxy-3-methyl-glutaryl-CoA (reductase)
hMG = humaan menopauzaal gonadotrofine
HMGCR = 3-hydroxy-3-methylglutaryl-CoA reductase
HMM = heavy meromyosin
HMO = hmo human milk oligosaccharid
HMSN = Hereditary motor and sensory neuropathy
HMSN = hereditaire motorische en sensorische neuropathieën
HMV = hartminuutvolume
HMZ = hyalienemembranenziekte
HNA = hereditaire neuralgische amyotrofie
hnb = handelen naar bevinden
HNP = Hernia Nuclei Pulposi. Dit is een hernia in de rug of nek.
HNP = Hernia Nuclei Pulposi
HNP = hernia nuclei pulposi, een aandoening van de rug of de nek door een uitgestulpte tussenwervelschijf
HNPCC = Hereditair non-polyposis colorectaal carcinoom
HNPP = hereditary neuropathy with liability to pressure palsies
hnRNA = heterogeen nucleair RNA
HNSHA = Hereditary Non-Spherocytic Hemolytic Anemia
HOCM = hypertrofische obstructieve cardiomyopathie
HOED = Huisartsen Onder Eén Dak
HOED = huisartsen onder één dak
HOH = Horacio Oduber Hospital, een algemeen ziekenhuis op Aruba
HOOG = Huisartsenorganisatie Oost-Gelderland, een huisartsenorganisatie in Apeldoorn
HP = heup prothese
HP = hoofdpijn
HPF = high power field
HPFB = Health Products and Food Branch (Canada)
hPL = humaan placentair lactogeen
HPO = Hypertrophic pulmonary osteoarthropathy
HPP = Haemorrhagia Post Partum
HPPD = hallucinogen persisting perception disorder
HPU = hemopyrrollactamurie
HPV = humaan papillomavirus
HR = Heart Rate
HR = Herhaalrecept
hr = high risk (bij hr-HPV)
HRCT = hoge resolutie CT (computertomografie) scan
HRF = Homologous restriction factor
HRS = Hepatorenaal syndroom
HRT = hormone replacement therapy
HS = Hoofdstift
HSAN = Hereditary Sensory and Autonomic Neuropathy
HSG = Hysterosalpingografie
HSG = hysterosalpingogram
HSM = hepatosplenomegalie
hsm = huisstofmijt
HSMR = hospital standardised mortality ratio
HSMR = hospital standardized mortality ratio
HSP = Henoch Schönlein purpura
HSP = hereditaire spastische paraparese
HSP = hoogsensitief persoon (ook: highly sensitive person); hereditaire spastische paraparese, een spierziekte; henoch-schönleinpurpura, purpura van Henoch-Schönlein, een ontsteking van kleine bloedvaatjes
hsp = hyper sonore percussie
HSS = Henoch Schönlein syndroom
HSV = Herpes Simplex Virus
HSV = hoge selectieve vagotomie
HT (1) = Hypertensie. Dit is hoge bloeddruk.
Ht (2) = Hematocriet. De dikte van het bloed.
HT = 5-hydroxytryptamine (serotonine)
HT = Hoffman Trömner (reflex)
HT = hematocriet (ook HCT); hypertensie
HT = hypertensie
Ht = hematocriet
HTA = health technology assessment
HTG = Hemato-TachoGrafie
HTIG = human tetanus immune globulin
HTLV = human T(hymus)-cell leukemia virus
HTN = hypertensie
HTT = heparine tolerantie test
HTX = harttranspantatie
HU-waarde = Hounsfield Unit-waarde
HUS = hemolytisch uremisch syndroom
HV (1) = Hechtingen Verwijderen
HV (2) = Helder Vloeibaar (dieet)
HV (3) = Hallux Valgus
HV (4) = Hulpvraag
HV (5) = Huishoudelijke Verzorging
HV (6) = Hyperventilatie
HV = Hechtingen verwijderen
HV = Hoofdvijl
hv = hoofdverband
HVG = host-versus-graft
HVRC = Huisarts en Verpleeghuisarts Registratie Commissie
HVRC = Huisartsen en Verpleeghuisartsen Registratie Commissie
HVS = hyperventilatiesyndroom
HVZ = Herpes Varicella-Zoster (-virus)
HVZ = hart- en vaatziekten
hw = huiswaarts
HZ = hersenzenuwen
hz = hyaluronzuur
ouseOver="style.backgroundColor='white'" onMouseOut="style.backgroundColor='#CCFFCC'">

I&D = Incisie & Drainage
i.m.m. = in manu medici (imm.), (Geef) in handen van de arts, vermelding op recept
i.p. = Intra peritoneaal
ia = in anamnese
IABP = intra-aortale ballonpomp
IACM = Internationale Associatie voor Cannabis als Medicijn
IADL = Instrumentele Activiteiten (in het) Dagelijks Leven
IADM = insuline afhankelijke diabetes mellitus
IAOM = International Association of Orofacial Myology
iAP = Instabiele Angina Pectoris
IARC = International Agency for Research on Cancer (Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek)
IARS = International Academy of Sex Research
IASP = International Association for the Study of Pain
IAT = Intra Arteriële Trombectomie
IAT = intra-arteriële trombectomie
IAZ = Influenza-achtig ziektebeeld
IBD = Inflammatory Bowel Disease. Dit is een ontsteking van de darmen, zoals de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa.
IBD = Inflammatory bowel disease, een verzamelnaam voor chronische darmontstekingen, waaronder colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn
IBD = Inflammatory bowel disease
IBD = Irritable Bowel Disease
IBM = Inclusion Body Myositis
IBS (1) = Irritable Bowel Syndrome. Dit is het Engelse woord voor prikkelbare darmsyndroom.
IBS (2) = Inbewaringstelling
IBS = Irritable bowel syndrome
IBS = in bewaring stelling
IBS = irritable bowel syndrome (Prikkelbaredarmsyndroom)
IC = inspiratoire capaciteit
IC = intensive care (Intensieve zorg)
IC = intensive care
ICA = Internal Carotid Artery
ICAM = intercellulair adhesiemolecuul
icc = intercollegiaal consult
ICD-11 = International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems (versie 11)
ICD-O = International Classification of Diseases for Oncology
ICD = Implantable Cardioverter-Defibrillator
ICD = Implanteerbare Cardioverter Defibrillator
ICD = International Classification of Diseases
ICD = implanteerbare cardioverter-defibrillator
ICE = iridocorneale endotheliale (syndroom)
ICF = International Classification of Functioning, Disability and Health
ICH = intra cranial hemorrhage
ICHPPC = International Classification of Health Problems in Primary Care
ICIDH = International Classification of Impairments, Disabilities and Handicaps
ICIN = Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland, thans Netherlands Heart Institute
ICM = ischemische cardiomyopathie
ICP = intracranial pressure
ICP = intrahepatische cholestase in pregnancy
ICPC = International Classification of Primary Care
ICPM = intracranial pressure measurement
ICR = intercostale ruimte
ICRC = International Committee of the Red Cross (Internationaal Comité van het Rode Kruis)
ICROP = International Classification of Retinopathy Of Prematurity
ICSH = interstitiële cel stimulerend hormoon (= LH = luteïniserend hormoon)
ICSI = intracytoplasmatische sperma-injectie
ICTV = International Committee on Taxonomy of Viruses, de Internationale Commissie voor de Taxonomie van Virussen
ICU = Intensive Care Unit. Dit is hetzelfde als de IC.
ICU = intensive care unit
ICU = intensive-care-unit
iCVA = Ischemisch CVA (Cerebrovasculair Accident)
ID = incidentiedichtheid
IDC = interdigiterende cel
IDC = invasief ductaal carcinoom
IDIC-15 = IDIC-15 isodicentrisch chromosoom 15
IDL = intermediate-density lipoprotein
IDLH = Immediately Dangerous to Life or Health
IDNTR = Intellectual Decision Not To Restore
ie = Internationale Eenheid
IEA = Irregulaire Erytrocyten Antistoffen
IEM = in-ear monitor
IF = immunofluorescentie
IFCC = International Federation of Clinical Chemistry and Laboratory Medicine
IFFS = International Federation of Fertility Societies
IFG = impaired fasting glucose
IFN = interferon
iFOBT = immunochemical fecal occult blood test
IFR = infection-fatality ratio
IG = individuele gezondheidszorg (verzorgende IG, wet BIG)
Ig = immunoglobuline
IgA = immunoglobuline A
IgD = immunoglobuline D
IGE = idiopathische gegeneraliseerde epilepsie
IgE = immunoglobuline E
IGF = insuline achtige groeifactor
IgG = immunoglobuline G
IGJ = Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, een onderdeel van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
IgM = immunoglobuline M
IGO = infertiliteit, gynaecologie en obstetrie
IGT = impaired glucose tolerance
IGZ = Inspectie van de gezondheidszorg
IGZ = Inspectie voor de Gezondheidszorg, in 2018 samengevoegd met de Inspectie Jeugdzorg (IJZ) tot de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)
IHDF = International Health Development Foundation
IHF = Inspecteur d'hygiène fédéral (Federale Gezondheidsinspecteur, België)
IHQC = Innovation in Health Strategy and Quality of Care (een onderzoekprogramma van het LUMC)
IHR = In-Hospital Resuscitation. Dit is een reanimatie die in het ziekenhuis is opgestart.
IJZ = Inspectie Jeugdzorg, in 2018 samengevoegd met de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) tot de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)
IKDP = intensieve kortdurende dynamische psychotherapie
IKG = Informatie- en Klachtenbureau Gezondheidszorg
IKNL = Integraal Kankercentrum Nederland
IL = interleukine
ILA = immunoblastic lymphadenopathy
ILD = interstitial lung disease
IM = Intra-musculair
IM = Intramusculair. Een medicatie voorschrift.
IM = integrative medicine (holistische geneeskunde)
im = Intra Muscalair
IMA = Inferior Mesenteric Artery
IMBG = Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg (van de Erasmus Universiteit Rotterdam)
IMDH = Instituut voor Medische Dringende Hulpverlening (Brugge)
IMED = International Medical Education Directory
IMEH = infantile myoclonic encephalopathy with hypsarrhythmia
imm = in manu medici
IMR = Illness Management and Recovery
IMRT = intensity modulated radiation therapy
IMSI = Intracytoplasmatisch morfologisch geselecteerde sperma-injectie
IMT = Intima-Media Thickness
IMV = intermittent mandatory ventilation
In = indium
INH = Isonicotinezuurhydrazide (Isoniazide)
INN = International Non-proprietary Names
INN = International Nonproprietary Name, de generieke naam van een geneesmiddel
INO = internucleaire ophtalmoplegie
INR = International Normalised Ratio (Internationale genormaliseerde ratio)
INR = International Normalized Ratio. Een waarde die aangeeft hoe verdund het bloed is.
INR = International Normalized Ratio
insp = inspectie
insp = inspiratie
INT = Interne Geneeskunde
intox = intoxicatie
Intravacc = Instituut voor Translationele Vaccinologie
io = Intra Ossaal
IOL = intraoculaire lens (kunstlens)
iom = in overleg met
IOP = intraocular pressure
IOS = IntraOperatief Cholangiogram
ip = in principe
IPD = individual patient data
IPE = intra-parenchymateuze echodensiteiten
IPF = idiopathische pulmonale fibrose
IPG = implanteerbare pulse generator
IPMN = Intraductal papillary mucinous neoplasm (van/in het pancreas)
IPOP = Immediate postoperative prosthesis
IPPB = intermittent positive pressure breathing
IPPNW = International Physicians for the Prevention of Nuclear War (Internationale Medici ter Voorkoming van Kernoorlog), Artsen voor Vrede
IPPV = intermittent positive pressure ventilation
IPSF = International Pharmaceutical Students' Federation
IPSS = International Prostate Symptom Score
IQ = intelligentiequotiënt
IR = immune response (gene)
IRC = Infraroodcoagulatie, een behandeling met blootstelling aan infrarood licht
IRDS = idiopathic respiratory-distress syndrome
IRIS = Immuunreconstitutie inflammatoir syndroom
IRMA = Immunoradiometric assay
IRMA = Intraretinal microvascular abnormalities
IRS = Insulin receptor substrate
IRV = inspiratoir reservevolume
IS = in speculo
is = in situ
ISAO = Internationale Stichting Alzheimer Onderzoek
ISI = International Sensitivity Index
ISPE = International Society for Pharmaceutical Engineering
ISQua = International Society for Quality in Health Care
ISTDP = Intensive short-term dynamic psychotherapy
ITBL = Ischaemic type biliary lesion
ITON = Instituut voor toegepaste neurowetenschappen
ITP = idiopathische trombocytopenische purpura, ook: ziekte van Werlhof, een aandoening van het bloed
ITP = idiopathische trombocytopenische purpura
ITV = Internal Target Volume (CTV+internal margin)
IU = international unit
IUA = intra uterine applicatie
IUATLD = International Union Against Tuberculosis and Lung Disease
IUD = Intra Uterine Device. Dit is een spiraaltje.
IUD = intra-uterine device (spiraaltje)
IUGR = intra uteriene groei retardatie
IUI = intra-uteriene inseminatie
IUPHAR = International Union of Basic and Clinical Pharmacology (Internationale Unie van Basis en Klinische Farmaceutica)
IUPS = International Union of Physiological Sciences
IUVD = intra uteriene vruchtdood
IV = Intraveneus. Een medicatie voorschrift.
iv = intraveneus
IVC = inferior vena cava
IVC = inspiratoire vitale capaciteit
IVCS = Inferior vena cava syndrome
IVF = in-vitrofertilisatie
ivf = In-vitro fertilisatie
IVGS = IntraVentriculaire GeleidingsStoornis
IVIG = intraveneus immunoglobulinen
IVLE = intraveneuze lipidenemulsie
IVM = Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik
ivm = In-vitro Maturatie
IVP = intraveneus pyelogram
IVP = intraveneuze pyelografie
IVS = interventricular septum
IVU = intraveneus urogram
IZB = infectieziektebestrijding
ouseOver="style.backgroundColor='white'" onMouseOut="style.backgroundColor='#CCFFCC'">
J = Javal-waarde van de cornea-kromming
JAAD = Journal of the American Academy of Dermatology
JAMA = Journal of the American Medical Association
JBZ = Jeroen Bosch Ziekenhuis
JCA = juveniele chronische artritis
JDRF = Juvenile Diabetes Research Foundation
JE = Japanse encefalitis
JGZ = Jeugdgezondheidszorg
JIA = juveniele idiopathische artritis
JK = seniele maculadegeneratie van Junius Kuhnt
JMM = Journal of Medical Microbiology
JMML = juveniele myelomonocyten leukemie
JOGG = Jongeren Op Gezond Gewicht
JRA = juveniele reumatoïde artritis
JSR = Journal of Sex Research
JVT = Jodoform-vaselinetampon

K-cel = killercel
K-draad = kirschner draad
K-EET = Ketenaanpak Eetstoornissen, een netwerk van zorgverleners voor eetstoornissen bij jeugdigen
K = 1.000 (kilo)
K = kalium
KA = kinderarts(assistent)
KABIZ = Kwaliteitsregistratie en Accreditatie Beroepsbeoefenaren in de Zorg
KAFO = knee-ankle-foot orthosis
KAGB = Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België
KAMG = Koepel Artsen Maatschappij en Gezondheid
KANS = klachten van armen, nek en/of schouders
KB = Kindsbewegingen
KCL = Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (LUMC)
KCS = keratoconjunctivitis sicca
KDG = koorddansersgang
KDO = kort durende opname
KDV = kinderdagverblijf
KEA = Koemelk eiwit allergie
KFF = Klinische Farmacie en Farmacologie, een afdeling van het Universitair Medisch Centrum Groningen
KG = Klinische genetica
KGCL = (Stichting) Klinisch Genetisch Centrum Leiden
KGF = keratinocytengroeifactor
KHP = Kop Hals Prothese
KHP = Kophalsprothese
KHP = knie-hak-proef
KHZ = Kenniscentrum Historie Zorgverzekeraars, een onderdeel van de afdeling Metamedica van het VUmc
KI = kleurindex (perc. Hb / perc. ery's)
KI = kunstmatige inseminatie
KID = Kunstmatige Inseminatie Donorsperma
KID = kunstmatige inseminatie met sperma van een donor
KIE = Kunstmatige Inseminatie Eigen semen
KIE = Kunstmatige Inseminatie met sperma van de Eigen partner
KiKa = (Stichting) Kinderen Kankervrij (2002)
KIT = koude-ischemietijd
KiTZ = Kindertumorzentrum ? Hopp Kindertumorzentrum Heidelberg
KJTC = Kinder- en JeugdTraumaCentrum
KKV = Korte keten vetzuren
KKVZ = Korte keten vetzuren
KLS = Syndroom van Kleine-Levin
KMA = koemelk allergie
KMEA = koemelkeiwit allergie
KMEB = koemelkeiwitbelasting
KNCV = Koninklijke Nederlandse Centrale Vereniging ter bestrijding van tuberculose (Tuberculosefonds)
KNF = klinische neurofysiologie
KNGF = Koninklijk Nederlands Geleidehonden Fonds; Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
KNMG = Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst
KNMP = Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie
KNMT = Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde
KNMvD = Koninlijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde
KNO = Keel- Neus- en Oorheelkunde
KNO = Keel-Neus-Oor(...)
KNO = keel neus oor
KNOV = Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen
KNPSV = Koninklijke Nederlandse Pharmaceutische Studenten Vereniging
knuc = kalium, natrium, ureum, creatine (kreatinine)
KNUK = Kalium, Natrium, Ureum, Kreat
KNUK = Kalium/Natrium/Ureum/Kreatinine
KOAG = Keuringsraad Openbare Aanprijzing Geneesmiddelen
KP = Kwaliteitsregister Paramedici
KPR = Kniepeesreflex.
KPR = kniepeesreflex
KR = Koude Rillingen. Dit zijn de rillingen die bij hoge koorts kunnen voorkomen.
KR = koude rillingen
Kr = krypton
KRM = Kwaliteitsregister Mondhygiënisten
KRP = Kwaliteitsregister voor Pedicures
KRT = Kwaliteitsregister Tandartsen
KS = Kaposi sarcoma
KS = Klinefelter Syndrome
KSHV = Kaposi's sarcoma-associated herpesvirus
KSS = Syndroom van Kearns-Sayre
KST = kinaesthetic sensitivity test
KTG = Korte Termijn Geheugen
KTP = (Stichting) Kennis en Toepassing Psychotraumatologie
KTS = Syndroom van Klippel-Trénaunay
KVE = kolonie vormende eenheid
KWW-beleid = kiekn wat t wordt
KZ-syndroom = Concentratiekampsyndroom

L+MO = Luchthoudend middenoor
L-CHIC = Leiden Controlled Human Infection Center
L-dopa = levo hydroxyphenethylamine
L = Leven
l = lien
LA = linker atrium
LAC = lupus anticoagulans
LACDR = Leiden Academic Centre for Drug Research
LAD = Landelijke vereniging van artsen in dienstverband
LAD = Left Anterior Descendens (coronairarterie)
LAD = Left Anterior Descending Artery. Een van de kransslagaders.
LAD = left axis deviation
LAD = lineaire immunoglobuline A dermatose
LADA = latent autoimmune diabetes in adults
LAF-index = leukocyten alkalische fosfatase (index)
LAFB = linker anterieur fasciculair blok
LAH = left anterior hemiblock
LAHB = Linker anterior hemiblok
Lap ap = Laparoscopische Appendectomie
Lap chol = Laparoscopische Cholecystectomie
LAP = leukocyte alkaline phosphatase (score)
LAR = low anterior resectie
Lareb = Landelijke registratie evaluatie bijwerkingen (Lareb)
LASA = Longitudinal Aging Study Amsterdam (langjarige verouderingsstudie)
LASEK = laser-assisted epithelial keratomileusis
LASIK = laser-in-situ keratomileusis
LATS = long-acting thyroid stimulator
LAV = Leyden Academy on Vitality and Ageing
LAV = lymphadenopathy-associated virus
LAVA = Life and Vitality Assessment (een onderzoek van Leyden Academy on Vitality and Ageing (LAV))
LB(s) = lamellar bodies
LBB = Linkerbovenbuik
LBBB = Left Bundle Branch Block
LBD = Lewy body dementie
LBK = Linkerbovenkwab (van de longen)
LBK = linker bovenkwab long
LBP = Lipopolysaccharide-binding protein
LBS = liesbreukstraat
LBSP = Leiden Bio Science Park, een concentratie van bedrijven en kennisinstellingen in de sector biotechnologie
LBTB = Linkerbundeltakblok
LBTB = linker bundeltak blok
LBZ = Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg, een type ICT-standaard in de zorg
LCA = left coronary artery
LCAT = Lecithine-cholesterol acyltransferase
LCG = Landelijk Coördinatiecentrum Geneesmiddelen
LCH = Landelijk Consortium Hulpmiddelen
LCH = Langerhans cel histiocytose
LCHV = Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid (een onderdeel van het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb))
LCI = Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding
LCIS = Lobulair carcinoma in situ
LCL = left collateral ligament
LCMV = lymfocytair choriomeningitis virus, een mammarenavirus bij knaagdieren dat bij mensen ernstige ziektebeelden kan veroorzaken
LCPL = Leids Cytologisch & Pathologisch Laboratorium (Rijswijk ZH)
LCPS = Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding
LCR = ligase chain reaction
LCx = Left Circumflex artery. Een van de kransslagaders.
LD(H) = Lactaat DeHydrogenase
LD = lactaatdehydrogenase (melkzuurdehydrogenase)
LD = letale dosis
ld = lumbale discectomie
LDH = Lactaatdehydrogenase. Een enzym.
LDH = lactaatdehydrogenase (melkzuurdehydrogenase)
LDH = lactaatdehydrogenase
LDL = Lagedichtheidlipoproteïne
LDL = Low-density lipoprotein
LE = long embolie
LE = lupus erythematodes
LED = lupus erythematodes disseminatus, een auto-immuunziekte, met synoniem: systemische lupus erythematodes (SLE)
LEEFH = (Stichting) Landelijk Expertisecentrum Erfelijkheidsonderzoek Familiaire Hart -en vaatziekten
LEM = leukocyte endogenous mediator
LEMS = Lambert-Eaton myastheen syndroom
LEMS = Lambert
LES = leverenzymstoornis
LET = Laag Energetisch Trauma
LETM = Longitudinal extensive transverse myelitis
LETx = Levertransplantatie
LETZ = Loop Electrosection of the Transformation Zone
Leuco = Leucocyt. De medische term voor witte bloedcel.
LF = longfunctie(test)
LFA = leukocyte-function antigen
LFT = leverfunctietest
LG = lichamelijk gehandicapte, een zorgindicatie
LGA = large (for) gestational age
LGMD = Limb-girdle-dystrofie
LGMD = limb-girdle muscular dystrophy
LGV = langdurig gebroken vliezen
LGV = lymphogranuloma venereum
LH = Longen
LH = luteïniserend hormoon
LHH = Linker hart helft
LHM = Loophulpmiddel
LHMO = Luchthoudend middenoor
LHON = Leber hereditary optic neuropathy
LHON = Leber's hereditary optic neuropathy
LHRH = luteinizing hormone-releasing hormone
LHRH = luteinizing-hormone-releasing hormone, synoniem van Gonadotropin-releasing hormone (GnRH)
LHV = Landelijke Huisartsen Vereniging
LHV = Landelijke HuisartsenVereniging
Li = lithium
li = links
LICO = Leids Informatiecentrum Oncologie, een informatiecentrum en "huiskamer" voor kankerpatiënten en hun naasten
Lig. = Ligamentum. De medische term voor banden (bijv. kniebanden)
lig. = ligamentum
ligg. = ligamentae (meervoud van ligamentum)
ligg = liggend
LIMA = Left Interal Mammary Artery
LIMA = left internal mammary artery
LIMSC = Leiden International (Bio)Medical Student Conference
LIP = lymfoïde interstitiële pneumonie
LISS-plaat = Less Invasive Stability System-plaat
lks = lumbale kanaalstenose
LKV = Lange keten vetzuren
LKVZ = Lange keten vetzuren
LM = laatste mentruatie
LMD = leeftijdgebonden maculadegeneratie (zie ook: AMD)
LMM = light meromyosin
lmnp = lever en milt niet palpabel
LMWH = Low Molecular Weight Heparin
LMWH = laag moleculaire heparine (low molecular weight heparine)
LNAZ = Landelijk Netwerk Acute Zorg
LNN = lymf noduli (meervoud)
LNPF = lymph node permeability factor
LO = lichamelijk onderzoek
LOA = Lebers opticusatrofie
LOB = Linkeronderbuik
LOB = linker onder buik
LOH = loss of heterozygosity
LOI = Landelijk Overleg Infectieziektebestrijding
LOINC = Logical Observation Identifiers Names and Codes, een databank met standaarden voor medische laboratoriumobservaties
LOK = Linkeronderkwab (van de longen)
LOK = lichamelijk onverklaarde klacht
LOK = linker onderkwab long
LOOB = Last tot onmiddellijke onthouding van de beroepsactiviteiten, een ingreep door de IGJ
LOOP = (Stichting) Landelijk Overkoepelend Orgaan voor de Podologie, een branche-organisatie voor podologen
LOPH = Lokaal Opleidings Plan Heelkunde (LUMC)
LOTx = Longtransplantatie
Lp(a) = lipoproteïne-A
LP = Lumbaalpunctie. Dit is een ruggenprik waarbij er hersenvocht (liquor) wordt afgetapt.
LP = lumbaal punctie
lp = levendige peristaltiek
LPF = Lymphocyte promoting factor
LPFB = linker posterieur fasciculair blok
LPH = Left Posterior Hemiblock
LPH = lipotrophic hormone
LPS = Lipopolysaccharide
LQTS = Lange QT (-tijd) Syndroom
LR+ = positive likelihood ratio
LR- = negative likelihood ratio
LR = lichtreactie
lr = low risk (bij lr-HPV)
LRK = Landelijk Register Kinderopvang
LS = lichen sclerosus, een huidziekte, ook: LSA of LSEA
LSA = lichen sclerosus, ook: LS, een huidziekte, met synoniem: lichen sclerosus et atrophicans (LSEA)
LSCC = laryngeal squamous cell carcinoma
LSD = Lysergine zuurdiëthylamide
LSD = least significant difference
LSD = lumpy skin disease, nodulaire dermatose, een besmettelijke virusziekte bij runderen en andere hoefdieren; Lysergeenzuurdi-ethylamide, een synthetische hallucinogene drug
LSEA = Lichen sclerosus et atroficus
LSEA = lichen sclerosus et atrophicans, ook: LS, een huidziekte, synoniem van lichen sclerosus (LSA)
LSH = Laboratorium voor Speciële Hematologie van het LUMC
LSH = licht schedel hersenletsel
LSHL = licht schedel hersenletsel
LSHTM = London School of Hygiene and Tropical Medicine
LSP = Landelijk schakelpunt, de organisatie die de ZIM exploiteert.
LSR = lumbosacraal radiculair syndroom
LSRS = lumbosacraal radiculair syndroom
LSS = lumbale spinale stenose
LT-toxine = heat-labile toxine
LTH = Licht Traumatisch Hersenletsel
LTP = Laser trabeculoplastiek (laser behandeling kamerhoek)
LTSH = Licht Traumatisch Schedelhersenletsel
LTSHL = licht traumatisch schedel hersen letsel
LTT = Lactose tolerantie test
LTX = Longtransplantatie of levertransplantatie
LTx = Levertransplantatie
LTx = longtransplantatie
LUF-syndrome = luteinized unruptured follicle syndrome
LUMC = Leids Universitair Medisch Centrum
LUTS = Lower Urinary Tract Symptoms. Een verzamelnaam voor verschillende plasklachten.
LUTS = lower urinary tract symptoms (LUTS), lagere urineweg-symptomen
LUTS = lower urinary tract symptoms
LUWI = lage urineweginfectie
LV strain = left-ventricle strain
LV = Laatste vijl
LV = linker ventrikel
LVAD = left ventricular assist device
LVAG = Landelijke Vereniging van Assistent Geneeskundigen
LVAH = Landelijke Vereniging Assistenten Heelkunde
LVB = licht verstandelijke beperking
LVEDD = left ventricular end-diastolic dimension
LVEDD = linker ventrikel einddiastolische druk
LVEDP = linker ventrikel einddiastolische druk (pressure)
LVEF = Linker Ventrikel Ejectiefractie
LVEF = linkerventrikel ejectiefractie
LVESD = left ventricular end-systolic dimension
lvf = linkerventrikelfunctie
LVG = Licht Verstandelijk Gehandicapt
LVG = licht verstandelijk gehandicapte, een zorgindicatie
LVH = Linkerventrikelhypertrofie
LVH = linker ventrikel hypertrofie
LVO = Landelijke Vereniging Operatieassistenten, een beroepsvereniging van paramedici
LVOT = left ventricular outflow tract
LWBS = Linker-wandbewegingsstoornissen
LWI = Landelijke werkinstructie
LWI = luchtweginfectie
LWK = Lumbale Wervel Kolom. Dit zijn de ruggenwervels onderin de rug.
LWK = lumbale wervelkolom

M en M = Middelen en Maatregelen
M&G = Maatschappij & Gezondheid
M&G = Maatschappij en Gezondheid, (> arts M&G, ook: arts M+G)
M-CSF = macrophage-colony stimulating factor
M. (1) = Musculus. De medische term voor spier.
M. (2) = Morbus. Ziekte of Syndroom.
M. = misce, meng (recept)
M. = morbus
m. = musculus
m = musculus
MAC = Maximum allowable/acceptable concentration
MAC = Minimaal alveolaire concentratie
MAC = Mycobacterium avium-intracellulare complex
MAC = membrane-attack complex
MAC = mycobacterium avium complex
MACD = medium-chain acyl-CoA dehydrogenase
MAD = mandibular advancement device (snurkbeugel)
MAE = Meatus acusticus externus
MAG = Myelin-associated glycoprotein
MAHA = microangiopathische hemolytische anemie
MAI = Meatus acusticus internus
MAI = Mycobacterium avium intracellulare
MAI = mitose activity index
MAL = Melanoma Associated Leucodermia
MALT = mucosa-associated lymphoid tissue
MAMK = medisch administratie medewerker kliniek
MAMV = maximaal ademminuutvolume
MANOVA = Multivariate ANalysis Of VAriance (meervoudige variantieanalyse)
MANP = Master Advanced Nursing Practice
MAO = monoamine oxidase
MAO = monoamino-oxydase (een verzamelnaam voor flavo-enzymen)
MAOI = monoamine oxidase inhibitor (monoamino-oxidaseremmer)
MAOI = monoamine oxidase inhibitor(s)
MAP = Mean Arterial Pressure
MARI = Marking the Axillary lymph node with Radioactive Iodine seeds
MARIG = human anti-rabies immunoglobulin
MAST = military antishock trousers
MATIG = menselijk anti-tetanus-immunoglobuline
MB = multibacillair (> MB lepra: multibacillaire lepra)
MB = multibacillaire (lepra)
MBB = Medische Beeldvormings- en Bestralingsdeskundige
MBB = Medische beeldvormings- en bestralingsdeskundige (een paramedische beroep)
MBBC = Macromolecular Biophysics and Biological Chemistry
MBC = minimale bacteriedodende concentratie
MBCT = mindfulness-based cognitive therapy
MBD = minimal brain damage
MBD = minimal brain disorder
MBD = minimal brain dysfunction
MBO = mirco-bloedonderzoek
MBP = major basic protein
MBPS = Münchausen by proxy (=tussenpersoon) syndroom
MBS = modified barium swallow
MBvO = Meer Bewegen voor Ouderen
MC (1) = Medium Care
MC (2) = Metacarpale. Middenhandsbeentje.
MC = medisch centrum
MC = medium care
MCADD = medium-chain acyl-CoA dehydrogenase deficiency
MCAT = Medical College Admission Test
MCC = medisch coördinerend centrum
MCDD = multiple-complex developmental disorder
MCG = Mictiecystogram
MCG = mictie cystogram
MCH = Medisch Centrum Haaglanden, thans Haaglanden Medisch Centrum (Westeinde, Antoniushove en Bronovo)
MCH = mean cell hemoglobin
MCH = mean corpuscular hemoglobin
MCHC = Mean Corpuscular Hemoglobin Concentration
MCI = mild cognitive impairment (lichte cognitieve stoornis)
MCI = mild cognitive impairment
MCKD = medullary cystic kidney disease
MCL = mantelcellymfoom
MCL = mediale collaterale ligament
MCL = medioclaviculaire lijn
MCM = Medisch Centrum Meppel
MCNS = minimal change nephrotic syndrome
MCP = Metacarpale-phalangeale gewricht. Het gewrichtje tussen de hand en de vinger (bij de “knokkels”).
MCP = membrane co-factor protein
MCP = metacarpofalangeale gewricht
MCP = monocyte-chemotactic protein
MCRP = magnetic resonance pancreaticografie
MCT (-dieet) = medium chain triglycerides
MCT = metacognitieve therapie
MCTD = Mixed Connective Tissue Disease
MCTD = mixed connective-tissue disease
MCTs = mast cell tumors
MCU = medium care unit
MCUG = Mictie Cysto-UrethroGram
MCV = mean corpus volume
MCV = mean corpuscular volume
MCV = molluscum contagiosum virus
MD = Medicinae Doctor (Doctor of Medicine)
MD = myotone dystrofie; maculadegeneratie; musculaire dystrofie
MDD = major depression disorder (ernstige depressieve stoornis)
MDF = macrophage deactivating factor
MDGF = macrophage-derived growth factor
MDL = Maag- Darm- en Leverziekten.
MDL = maag, darm leverziekten
MDMA = 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) (een synthetische drug)
MDO = Multi Disciplinair Overleg. Dit is een overleg tussen zorgverleners van verschillende specialismen.
MDO = multi disciplinaire overdracht (of overleg)
MDO = multidisciplinair overleg
MDPV = methyleendioxypyrovaleron (een synthetische drug)
MDR-CVRM = Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement
MDR-tbc = multidrug-resistant tuberculosis
MDR = multidrug-resistant
MDS = myelodysplastisch syndroom
ME = myalgische encefalomyelitis
MEA = Multiple endocrine adenomatosis
MEB = muscle-eye-brain (disease)
MEC = Medisch ethische commissie
MEC = Mucoepidermoïd carcinoom
mec = meconium
mec = met eigen correctie
MeCeBi = Medisch Centrum voor Biofysische Geneeskunde
MED = minimale erytheemdosis
MED = multipele epifysaire dysplasie
med = medicatie
MEG = Magneto Encephalogram
MEN = multipele endocriene neoplasie
MEOS = microsomaal ethanol-oxiderend systeem
MEP = magnetic evoked potential
MEP = motor evoked potential
mEq = milli equivalent
MERS = Middle East respiratory syndrome
MESA = microscopische epididymale sperma-aspiratie
MeSH = Medical Subject Headings, een thesaurus voor ontsluiting van medische publicaties
Meta = Metastase
METC = medisch ethische toetsingscommissie
MEWS = modified early warning score
MF = myelofibrose
MFC = Mediale Femur Condyle
MFH = maligne fibreus histiocytoom
MG = Myastenia Gravis
MG = myasthenia gravis, een neurologische auto-immuunziekte die de spieren aantast
mga = met gereguleerde afgifte
MGE = mobile genetic element
MGUS = monoclonal gammopathy of undetermined significance
MH = Maaghevel
MHA = Master of Healthcare Administration
MHAM = Militair Hospitaal Dr. A. Mathijsen, een voormalig militair ziekenhuis te Utrecht, opgegaan in het Centraal Militair Hospitaal (CMH)
MHC = major histocompatibiliteitscomplex
mhg = mondhygiëne
MHO = Marinehospitaal Overveen, een voormalig ziekenhuis van de Koninklijke Marine, opgegaan in het Centraal Militair Hospitaal (CMH)
MHVW = Meconium Houdend VruchtWater
MI (1) = Myocard Infarct. Dit is de medische term voor een hartaanval.
MI (2) = Mitralisklep Insufficiëntie. Een afwijking van één van de hartkleppen.
MI = medische indicatie
MI = minimale intake
MI = mitralisklep insufficientie
MI = myocard infarct
MIA = minimaal invasieve autopsie
MIBG (-scan) = meta-iodo-benzyl-guanidine
MIBG = metaiodobenzylguanidine
MIC = Medisch Interfacultair Congres, een sinds 1989 jaarlijks landelijk congres voor studenten geneeskunde in Nederland
MIC = minimal inhibitory concentration
MICU = mobiele intensive care unit
MID = minimale infectieuze dosis
MID = multi-infarctdementie
MIDD = maternally inherited diabetes and deafness
MIDDS = Maternally Inherited Diabetes and Deafness Syndrome
MIF = (macrofagen) migratie-inhibitiefactor
MIF = müllerian inhibiting factor
MIMMS = (Stichting) Major Incident Medical Management and Support
MIP = Melding Incidenten Patiëntenzorg
MIP = Meldingen Incidenten Patiëntenzorg, een systeem van meldingen van incidenten binnen een zorginstelling; zie ook: VIM
MIP = meldingscommissie incidenten patiëntenzorg
MIS-C = multisystem inflammatory syndrome in children
MIS = Minimale interventiestrategie
MIS = meiosis-inducing substance
MIS = multisystem inflammatory syndrome
MIT = monoiodotyrosine
mixt. = mixtura, mengsel (recept)
MK = megakaryocyte
MKA (1) = Mond, Kaak en Aangezicht. Een MKA-chirurg is een kaakchirurg.
MKA (2) = Meldkamer Ambulance
MKA = Meldkamer Ambulancezorg, voorheen Centrale Post Ambulancevervoer (CPA)
MKC = Moeder Kind Centrum
MKD = Medisch Klaar Datum
MKD = Mevalonaat kinase deficiëntie (syndroom)
MKV = Middellange keten vetzuren
MKVZ = Middellange keten vetzuren
ML = Minder leven
MLC = Micro Larynx Chirugie
MLD = Maag Lever Darm (> MLD-arts); Metachromatische leukodystrofie
MLD = Median lethal dose
MLD = Minimal lethal dose
MLO = medio-lateraal oblique
MLR = mixed lymphocyte reaction
MLS = microlaryngoscopie
MLTC = mixed lymphocyte tumor culture
mm. = musculi (meervoud van musculus)
MM = Moedermelk
MM = Multipel Myeloom
MM = multipel myeloom (Ziekte van Kahler)
MMA = mammalian meat allergy (alfa-galsyndroom, alfa-galallergie of vleesallergie)
MMB = Medisch microbioloog
MMB = medische microbiologie
MMC = Maxima Medisch Centrum (een ziekenhuis in Eindhoven en Veldhoven); Mungra Medisch Centrum (een ziekenhuis in Nieuw-Nickerie in Suriname)
MMC = mitomycine
MMI = Medische Microbiologie en Infectiepreventie, een afdeling van het Universitair Medisch Centrum Groningen
MMN = multifocale motorische neuropathie
MMSE = Minimal Mental State Examination
MMSE = mini–mental state examination (een test)
MMT = Mobiel Medisch Team (ook wel: traumateam; onderdeel van een traumacentrum)
MMW = Medisch Maatschappelijk Werk
MNS = maligne neurolepticasyndroom, een bepaalde reactie op antipsychotische medicatie
MNS = multinodulair struma
MO = medicatie opdracht
MO = medische opdracht
MOB = midden onderbuik
MOCA = Montreal Cognitive Assessment
MOD = Multi Organ Donor
MODY = maturity-onset diabetes of the young
MOET = (Stichting) Managing Obstetrics Emergencies and Trauma, een organisatie die specifieke training aanbiedt op acuut obstetrisch terrein
MOF = Multi Orgaan Falen
MOF = multi organ failure
MOH = Medication Overuse Headache
MOT = Multi-organ Transplant
mp = methylprednisolon
MPA = microscopische polyangiitis
MPB = muscle protein breakdown
MPGN = Membranoproliferatieve glomerulonefritis
MPI = maximum permissible intake
MPN = most probable number
MPS = mps meervoudige persoonlijkheidsstoornis / multipele persoonlijkheidsstoornis (synoniem: dissociatieve identiteitsstoornis (dis))
MPS = mucopolysacharidose
MPS = muscle protein synthesis
MPS = myocard perfusie scintigrafie
MPT = Modulair Pakket Thuis
MPV = manuele placentaverwijdering
MPX = monkeypox
MRA = magnetische resonantietomografie angiogram (met contrast)
MRA = mandibulair repositie apparaat
MRA = mandibulair repositie-apparaat (snurkbeugel); monoamine releasing agent (ook: monoamine releaser)
MRC = Medical Research Counsil
MRC = Militair Revalidatie Centrum
MRC = minimale remmende concentratie
MRCP = magnetic resonance cholangio-pancriaticografie
MRGS = Midline Raphe Glial Structure
MRGS = Movement-Related Gamma Synchronization
MRGs = Macrolide Resistance Genes
MRI-HIFU = MRI-guided high intensity focused ultrasound
MRI = Magnetic Resonance Imaging. Een manier om de binnenkant van het lichaam te bekijken.
MRI = magnetic resonance imaging
MRL = maximale residu limiet, de maximale hoeveel van een bestrijdingsmiddel of diergeneesmiddel die er in een product mag zitten
MRMI = Medical Response to Major Incidents
mRNA = messenger Ribo Nucleic Acid
mRNA = messenger ribonucleic acid, Messenger-RNA, boodschapper-RNA; ? mRNA-vaccin
MRS = magnetische resonantiespectroscopie
MRSA = Methicilline Resistente Staphylococcus Aureus. Dit is een ziekenhuisbacterie.
MRSA = meticilline-resistente Staphylococcus aureus
mrsa = meticilline resistente staphylococcus aureus
mrsa = multi resistente staphylococcus aureus
MRV = magnetic resonance venography
MS = Maagsonde
MS = mitralisstenose
MS = multiple sclerose
ms = met schoenen
MSA = Multipele SysteemAtrofie
MSA = myositis-specifieke antilichamen
MSB = Medisch Specialistisch Bedrijf
msc = (onderzoek naar) mesenchymale stamcellen
MSCR = Master of Science in Clinical Research
MSCT = multislice computertomografie
MSD = musculoskeletal disorder
MSG = monosodiumglutamaat (mononatriumglutamaat, een smaakversterker; synoniem: Ve-tsin of E-621)
MSH-IF = melanocyte stimulating hormone-inhibiting factor
MSH = melanocyte stimulating hormone
MSK = musculoskeletal
MSLT = Multiple Sleep Latency Test
MSM = mannen die seks hebben met mannen
MSO = mamma sparende operatie
MSR (1) = Medisch Specialistische Revalidatie
MSR (2) = Maagsap-Resistent
MSR = Medisch Specialistische Revalidatie
MSRC = Medisch Specialisten Registratie Commissie, voorheen (1932-1998) Specialisten Registratie Commissie (SRC), thans Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS)
MSS = syndroom van Marshall-Smith
MST = Mamamsparende therapie (Borstsparende therapie)
MST = Medisch Spectrum Twente
mst = mammasparende therapie
MT = Metatarsale. Middenvoetsbeentje.
MTA = Medical Technology Assessment
MTD = Maximum Tolerable Dose
mtDNA = mitochondriaal DNA
MTI = Maximum Tolerable Intake
MTP = Metatarsale-phalangeale gewricht. Het gewrichtje tussen de voet en de teen.
MTP = metatarsophalangeale gewricht
MTx = methotrexaat
MUAP = Motor Unit Action Potential
MUD = matched unrelated donor
MUG = Mobiele Urgentiegroep, traumateam (België)
MUGA = multigated blood pool imaging
MUGH = Mobiele Urgentiegroep-helikopter, MUG-helikopter, een traumahelikopter (België)
MUIZ = Meldpunt Uitbraken Infectieziekten
MUMC+ = Maastricht Universitair Medisch Centrum Plus (Maastricht UMC+)
MV = minuutvolume
MVD = microvasculaire decompressie
MVP = Mitral valve prolapse
MVR = Mitral Valve Replacement
MVV = Machtiging Voortgezet Verblijf
MVV = maximal voluntary ventilation
MW = Maatschappelijk Werk
MW = morbus Waldenström
MZ = marginale zone
MZL = marginalezonelymfoom

N. = N. X, nervus vagus, de zwervende zenuw
N.(1) = Nervus. De medische term voor zenuw.
N (2) = Nausea. Misselijkheid.
n. = nervus
n.p. = niet praktiserend
N = newton
N = Nausea/Misselijkheid
N = stikstof
Na = natrium
NAAT = Nucleic Acid Amplification Test
NAAV = Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging
NAC = Neo-adjuvante Chemo
NAD = nicotinamide adenine dinucleotide
NAD = nicotinamide-adenine-dinucleotide
NADP = nicotinamide adenine dinucleotide phosphate (nicotinamide-adenine-dinucleotidefosfaat)
NAE = Nederlandse Academie voor Eetstoornissen, een vereniging voor professionals die werken met patiënten met voedings- en eetstoornissen
NAFLD = Non-Alcoholic Fatty Liver Disease
NAFLD = non-alcoholic fatty liver disease, een aandoening van de lever
NAG = normaal ademgeruis
NAH = Niet Aangeboren Hersenletsel
NAH = niet-aangeboren hersenletsel
NAHT = Neo Adjuvant Hormoon Therapie
NAITP = neonatale allo-immunotrombocytopenie
NALT = nose-associated lymphoid tissue
NAM = National Academy of Medicine (US)
NAN = Nederlandse Apotheek Norm
NAO = Niet Anders Omschreven
NAS = neonataal abstinentie syndroom
NAS = neonataal abstinentiesyndroom
NASH = niet-alcoholische steatohepatitis, een aandoening van de lever
NASH = non-alcoholische steatohepatitis
Nationaal = ctieprogramma Diabetes (2009-2013)
National = cademy of Sports Medicine (US)
NAZ = Niet Acuut Ziek
NAZB = Netwerk Acute Zorg Brabant
NAZL = Netwerk Acute Zorg Limburg
NAZMN = Netwerk Acute Zorg Midden-Nederland
NAZrZ = Netwerk Acute Zorg regio Zwolle
NAZW = Netwerk Acute Zorg West
NB (1) = Niet Beademen.
NB (2) = Nota Bene. Dit betekent “let op!”
NBT = nitroblue tetrazolium (testen van leuco's tav immuniteit)
NCAB = Nationale Commissie Aids Bestrijding †
NCBD = Nederlandse Christelijke Bond van Doven
NCC = Niercelcarcinoom
NCC = nested case-control
NCD = Newcastle disease, Ziekte van Newcastle of pseudovogelpest, een zeer besmettelijke ziekte bij vogels, die ook ziekteverschijnselen veroorzaakt bij de mens (zoönose)
NCDR = National Cardiovascular Data Registry, sinds 2017 de Nederlandse Hart Registratie (NHR)
NCFS = Nederlandse Cystic Fibrosis Stichting, een patiëntenorganisatie
NCH = Neurochirurgie
NCHS = National Center for Health Statistics (USA)
NCI = National Cancer Institute, een onderdeel van de National Institutes of Health (NIH) (USA)
NCSE = niet-convulsieve status epilepticus
NCSM = Stichting Nederlandse associatie voor legale cannabis en haar stoffen als medicatie
NCV = Nederlandse Coeliakie Vereniging, een patiëntenorganisatie
NDF = Nederlandse Diabetes Federatie
NDFB = Nederlandse Donor Feces Bank (LUMC)
NDT = neurodevelopmental treatment
NEC = necrotiserende enterocolitis, een ernstige darmziekte bij te vroeg geboren baby's
NEC = necrotiserende enterocolitis
NecstGen = Netherlands Center for the Clinical Advancement of Stem Cell and Gene Therapies (Leiden)
NEJM = New England Journal of Medicine
NEMO = Nuclear factor kappa b Essential Modulator (gene)
NER = Nucleotide Excisie Reparatie
NET = Neuroendocriene tumor
NEU = Neurologie
nf# = nierfunctiestoornis
NF = neurofibromatose
NFA = Non Functioning Adenoma
NFD = Nefrodrain
NFG = normal fasting (nuchtere) glucose
NFI = Nederlands Forensisch Instituut
NFK = Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties
NFN = Nederlandse Federatie voor Nefrologie
NFOP = niet fris onder petje (patient die het allemaal niet snapt)
NFS = nefrotisch syndroom
NFU = Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra
NG = Nucleaire Geneeskunde
NGF = nerve growth factor (zenuwgroeifactor)
NGT = normale glucose tolerantie
NGU = niet-gonorroïsche urethritis
NH = Naar Huis. Dit wordt gebruikt bij ontslag van de afdeling.
NH = naar huis
NHB-donor = non-heart-beating donor
NHDI = Nederlandse Hervormde Diaconessen Inrichting (1891-1969), uiteindelijk in 2013 opgegaan in OLVG
NHG = Nederlands Huisartsen Genootschap. Deze organisatie beheert de NHG-standaarden, die de huisarts vaak als richtlijn gebruikt voor behandelingen.
NHG = Nederlands Huisartsen Genootschap
NHL = Non-hodgkinlymfoom
NHL = non-hodgkin lymfoom
NHO = neurogene heterotope ossificatie
NHR = Nederlandse Hart Registratie
NHS = National Health Service (Nationale Gezondheidsdienst) (Verenigd Koninkrijk)
NHTR = Niet-hemolytische transfusiereactie
NI = nierinsufficientie
NIA = National Institute on Aging, een onderdeel van de National Institutes of Health (NIH) (USA)
NIADM = niet-insulineafhankelijke diabetes mellitus
NIAID = National Institute of Allergy and Infectious Diseases (Nationaal Instituut voor Allergieën en Besmettelijke ziekten), een onderdeel van de National Institutes of Health (NIH)
NIAZ = Nederlands Instituut voor Accreditatie in de Zorg, sinds 2020 Qualicor Europe
NIBP = Non-invasive Blood Pressure
NICM = niet-ischemische cardiomyopathie
Nictiz = voorheen Nationaal ICT-Instituut in de Zorg (thans een merknaam), het kenniscentrum voor Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) in de zorg
NICU = Neonatal Intensive Care Unit. Een IC voor baby’s.
NICU = neonatale intensive-care unit
NIDA = National Institute on Drug Abuse (van NIH)
NIDDM = non-insulin dependant diabetes mellitus
NIFP = Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie
NIGZ = Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie
NIH = National Institutes of Health (USA)
NIMH = National Institute of Mental Health, een instituut van de National Institutes of Health
NIOG = Nitrosamine Implementation Oversight Group, een overleggroep van het Europees Geneesmiddelenbureau
NIP = Niet-specifieke interstitiële pneumonie
NIPPV = Niet Invasieve Positive Pressure Ventilation
NIPT = Niet Invasieve Prenatale Test
NIPT = Niet-invasieve prenatale test
NISB = Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen
NIV = Nederlandse Internisten Vereniging
NIV = Non-Invasieve Beademing
Nivel = Nederlands Instituut Voor onderzoek van de EersteLijnsgezondheidszorg (Nivel), thans Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg
NIZ = Nederlands Israëlietisch Ziekenhuis (1804-1943, Amsterdam) (†)
NKI = Nederlands Kanker Instituut
NKOC = Nationaal Kinder Oncologisch Centrum
NKR = Nederlandse Kankerregistratie, een gegevensbank van patiënten met kanker
Nl Ft = Normale Fontanel
nl rom = normal range of motion
NLM = National Library of Medicine (US)
NLT = normal lymphocyte transfer (test)
NLV = Nederlandse Leverpatiënten Vereniging
NMA = neuromusculaire aandoening
NMB = Nieuw-Malthusiaanse Bond (1881-1940), thans NVSH
NMDA = N-methyl-D-asparaginezuur
NMDL = Nederlands Moleculair Diagnostisch Laboratorium (Rijswijk ZH)
NMMV = Nederlandse Maatschappij Medisch Voetzorgverleners, de beroepsvereniging van rijkserkende medisch pedicures
NMO = neuromyelitis optica
NMR = (proton) nucleaire magnetische resonantie
NMS = Neus-maagsonde
NMS = neusmaagsonde
NMT = Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde, thans KNMT
nn. = nervi
NNGC = Nederlandsch Natuur- en Geneeskundig Congres (1887-2017)
NNH = numbers needed to harm
NNRTI = Non-nucleoside reverse-transcriptase inhibitor
NNT = number needed to treat
NOA = Nuchter Op Afdeling
NOAC = New Oral Anticoagulant. Een andere naam voor DOAC, een bloedverdunner.
NOAC = nieuwe orale anticoagulantia, antistollingsmiddelen (Non-vitamin k antagonist Oral Anti-Coagulants); ook: directe orale anticoagulantia (DOAC)
NODO = nader onderzoek doodsoorzaak
NOG = Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
Non-stemi = non ST-elevatie myocardinfarct
NOR = Nucleolus organizer region
norm = normaal
Normop = normale peristaltiek
NOS = not otherwise specified
NOTES = natural orifice transluminal endoscopic surgery
NOTR = Nederlandse Orgaan Transplantatie Registratie
NOV = Nederlandse Orthopaedische Vereniging
NOVF = Nederlandse Vereniging voor Orofaciale Fysiotherapie (een vereniging voor kaakfysiotherapie))
NP = Nieuwe Patiënt. Dit betekent dat de patiënt de polikliniek voor de eerste keer bezoekt. Meestal is er dan meer tijd gepland voor het gesprek.
NP = Nurse Practitioner
NP = nieuwe patiënt
NP = normale peristaltiek
np = niet palpabel
NPaV = Nederlandse Psychoanalytische Vereniging
NPBI = Nederlandse Productielaboratorium Bloedtransfusieapparatuur en Infusievloeistoffen (NPBI)
NPCF = Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie (thans Patiëntenfederatie Nederland (PN))
NPH-insuline = Neutral Protamine Hagedorn-insuline (ook wel isophane insuline, middellangwerkend)
NPH = normal-pressure hydrocephalus
NPO (1) = Niets Per Os. Dit betekent dat de patiënt niets mag eten of drinken.
NPO (2) = Neuropsychologisch onderzoek
NPO = Neuro Psychologisch Onderzoek
NPO = niets per os
NPS = Narcistische Persoonlijkheidsstoornis
NPV = Nederlandse Patiëntenvereniging
NPV = negative predictive value
NR = Niet Reanimeren
NR = niet receptplichtig (zelfzorggeneesmiddelen)
NRA = norepinephrine releasing agent
NRI = noradrenaline reuptake inhibitor (noradrenaline-heropnameremmer, synoniem: norepinefrine-heropnameremmer)
NRLBM = Nederlands Referentielaboratorium voor Bacteriële Meningitis (Amsterdam UMC)
NRM = Non-Rebreather Mask
NRNB IC- = Niet Reanimeren, Niet Beademen, Geen IC-opname.
NRNB = Niet Reanimeren, Niet Beademen.
NRNB = niet reanimeren, niet bedademen (-verklaring)
NRP = niet-reanimerenpenning
NRR = Nederlandse Reanimatieraad
NRS = Numeric Rating Scale. Een pijnscore van 0 tot 10.
NSAA = non-standard amino acid (niet-standaard aminozuur)
NSAID = Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drug. Dit is de naam voor een groep pijnstillers, waaronder aspirine, ibuprofen, diclofenac, naproxen en meloxicam.
NSAID = Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drugs (niet-steroïde anti-inflammatiore geneesmiddelen)
NSAID = Non-steroidal anti-inflammatory drugs (NSAID's) (ontstekingsremmende geneesmiddelen)
NSBB = niet-selectieve bèta-blokker
NSCK = Nederlands Signalerings Centrum Kindergeneeskunde
NSCLC = Non Small Cell Lung Carcinoma. Niet-kleincellig longcarcinoom.
NSCLC = Non Small Cell Lung Carcinoom (niet kleincellig longcarcinoom)
NSE = Negatief Sexuele Ervaring
NSI = Non Syncytium Inducerend
NSIP = niet specifieke interstitiele pneumonie
NSK = nefrostomiekatheter
NSOP = non synostotische plagiocephalie
NSPOH = Netherlands School of Public & Occupational Health
NSPOH = Netherlands School of Public and Occupational Health
NSRM = Netherlands Society of Rehabilitation Medicine, de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
NST = neoadjuvante systemische therapie
NST = niet-scrotale testis
NST = niet-speciale type
NST = non-seminoma testistumor
NSTEMI = Non-ST-Elevation Myocardial Infarction
NSTEMI = non-ST elevation myocardial infarction
NSWP = Nederlandse Stichting Whiplash Patiënten
NT = neurotransmitter
NTBR = not to be resuscitated
NTD = neglected tropical disease, verwaarloosde tropische ziekte
NTG = Nitroglycerine
NTM = non-tuberculeuze mycobacteriën
NtRTI = Nucleotide Analogue Reverse Transcriptase Inhibitor
NTS = Nederlandse Transplantatie Stichting, een stichting ter bevordering van orgaan- en weefseldonaties
NTS = Nederlandse Transplantatie Stichting
NTS = Nederlandse Triage Standaard
NTvG = Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde
NTvH = Nederlands Tijdschrift voor Heelkunde; Nederlands Tijdschrift van Hematologie
NTVT = Nederlands Tijdschrift Voor Tandheelkunde
NTx = Niertransplantatie
nv = niet veranderd
nv = niet verricht
nv = niet verschenen
NVAB = Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde
NVCO = Nederlandse Vereniging voor Chirurgische Oncologie (Nederlandse Vereniging voor Kankerchirurgie, een ondervereniging van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVVH))
NVD = Nederlandse Vereniging van Diëtisten
NVDEC = Nederlandse vereniging van dierexperimentencommissies
NVDO = Nederlandse Vereniging voor Diabetes Onderzoek
NVDV = Nederlandse Vereniging van Dermatologie en Venereologie
NVEPC = Nederlandse Vereniging Esthetische Plastische Chirurgie
NVFB = Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie bij Bekkenproblematiek, evenwel meestal genoemd Nederlandse Vereniging voor Bekkenfysiotherapie
NVFK = Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie van Kinderen, thans Nederlandse Vereniging voor Kinderfysiotherapie
NVGE = Nederlandse Vereniging voor GastroEnterologie
NVGIC = Nederlandse Vereniging voor GastroIntestinale Chirurgie, een ondervereniging voor maagdarmchirurgie van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVVH)
NVH = Nederlandse Vereniging voor Hepatologie
NVI = (voormalig) Nederlands Vaccin Instituut (2003-2010)
NVIC = Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum; Nederlandse Vereniging voor Intensive Care
NVK = Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
NVKC = Nederlandse Vereniging voor Kinderchirurgie (een ondervereniging van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVVH); Nederlandse Vereniging van Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
NVKG = Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
NVLA = Nederlandse Vereniging voor Laboratoriumartsen † (in 1992 opgegaan in Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM)
NVLD = Niet-verbale leerstoornis
NVM = Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten
NVMBR = Nederlandse Vereniging voor Medische Beeldvorming & Radiotherapie (2003)
NVMDL = Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen, een medische beroepsvereniging
NVMG = Nederlandse Vereniging voor Medische Geschiedenis
NVML = Nederlandse Vereniging van bioMedisch Laboratoriummedewerkers
NVMM = Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie; Nederlandse Vereniging voor Medische Milieukunde
NVMO = Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie; Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs
NVMP = Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie (1969), thans Artsen voor Vrede
NVMSR = Nederlandse Vereniging voor Medisch Specialistische Rapportage
NVN = Nierpatiënten Vereniging Nederland
NVNG = Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde
NVO = niet vorderende ontsluiting
NVOG = Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
NVOM = Nederlandse Vereniging voor Ouders van Meerlingen; Nederlandse Vereniging van Oefentherapeuten Mensendieck (thans VvOCM)
NVOO = Nederlandse Vereniging voor Overgewicht & Obesitas
NVPC = Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie
NVRO = Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie
NVSG = Nederlandse Vereniging voor Sociale Geriaters, gefuseerd 2005 met NVVA, sinds 2009 Verenso
NVSH = Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming
NVT = Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie (een ondervereniging van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVVH)); Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie; Nederlandse Vereniging van Tandartsen
NVU = Nederlandse Vereniging voor Urologie, een wetenschappelijke beroepsvereniging voor medisch specialisten in de urologie
NVU = Niet vorderende uitdrijving
NVVA = Nederlandse Vereniging van Verpleeghuisartsen (1972-2009), thans Verenso
NVvAKI = Nederlandse Vereniging voor Allergologie en Klinische Immunologie
NVVC = Nederlandse Vereniging voor Cardiologie
NVVE = Nederlandse Vereniging Voor Endodontologie; Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie, sinds 2006 Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE)
NVVG = Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde
NVvH = Nederlandse Vereniging voor Handchirurgie; Nederlandse Vereniging voor Heelkunde; Nederlandse Vereniging voor Hematologie
NVvL = Nederlandse Vereniging voor Longchirurgie (een ondervereniging van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVVH)
NVVO = Nederlandse Vereniging van Orthoptisten
NVVP = Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten (†)
NVvR = Nederlandse Vereniging voor Radiologie
NVVS = Nederlandse Vereniging voor Seksuologie, thans Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie
NVvV = Nederlandse Vereniging voor Vaatchirurgie (een ondervereniging van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVVH)
NVW = negatieve voorspellende waarde
NVZ = Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen
NVZA = Nederlandse Vereniging van ZiekenhuisApothekers
NVZB = Niet Verschenen Zonder Bericht
NVZD = Nederlandse Vereniging van Bestuurders in de Zorg (voorheen Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisdirecteure (NVZD))
NWB = Non Weight Bearing (pt mag niet steunen)
NWS = Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie (voorheen Nederlandse Vereniging voor Seksuologie (NVVS))
NWVT = Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging van Tandartsen
Nza = Nederlandse Zorgautoriteit, toezichthouder krachtens de Wet marktordening gezondheidszorg (2005)
NZf = Nederlandse Zorgfederatie (1991-1999), een voormalige koepelorganisatie, thans ActiZ en NVZ

O/ = onderzoek
OA = oral appliance (snurkbeugel)
OAB = overactieve blaas
OAC (1) = Orale Anticonceptie. Dit is de pil.
OAC (2) = Orale Anticoagulantia. De medische term voor bloedverdunners.
OAC = orale anti coagulantia
OAC = orale anticonceptie; orale anticoagulantia
OAC = orale anticonceptie
OAE = Otoacoustische emissies (gehoortest)
OAS = Orale anti-stolling
OAZ = Organisatie van Algemeene Ziekenfondsen (1941-1968)
OBG = obstetrie en gynaecologie
OBS = Obstetrie. Verloskunde.
OCB = oxcarbazepine
OCD = osteochondritis dissecans (ook afgekort als OD); obsessive–compulsive disorder (obsessieve-compulsieve stoornis)
OCM = Organisatie Cytodiagnostische Medewerkers, een beroepsorganisatie voor medewerkers in de zorg
OCS = obsessieve-compulsieve stoornis, ook: obsessief-compulsieve stoornis of dwangstoornis
OCS = obsessieve-compulsieve stoornis
OCT = optische coherentietomografie
OCT = ornithine carbamoyltransferase
OD = Oculo dextra
OD = Oculus Dexter. Dit is het rechteroog.
OD = osteochondritis dissecans (ook afgekort als OCD)
ODAP = Orphan Drug Access Protocol; oxalyldiaminopropionzuur
ODDI = oblique diameter difference index (%)
ODI = O2-desaturatie index
ODS = Oculo dextra et sinistra
ODS = Oculus Dexter et Sinister. Dit zijn de beide ogen.
OE = onderste extremiteiten
OFO = Open Foramen Ovale
OGGZ = Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (waaronder Bemoeizorg)
OGGz = openbare geestelijke gezondheidszorg
OGTT = orale glucosetolerantietest
OH = Orthostatische hypotensie
OHCA = Out-of-Hospital Cardiac Arrest. Een hartstilstand buiten het ziekenhuis.
OHCA = out of hospital cardiac arrest
OHK = Oogheelkundige Historische Kring (2018), een werkgroep van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG)
OHR = Out-of-Hospital Resuscitation. Dit is een reanimatie die buiten het ziekenhuis is opgestart.
OHRA = OHRA, voorheen Onderlinge voor Hogere Rijks Ambtenaren (zorgverzekering); thans een handelsmerk van onderdelen van de NN Group en de CZ Groep
OHS = obesitas-hypoventilatiesyndroom
OHSS = Ovarieel Hyperstimulatie Syndroom
OI = opportunistische infectie
OI = osteogenesis imperfecta
OIN = onderzoek in narcose
OK = Operatiekamer. Soms wordt de afkorting OK ook gebruikt voor operatie.
OK = operatie (kamer)
OKC = Operatiekamercomplex
OKD = okselklierdissectie
OKT = Okselkliertoilet
OLK = onverklaarde lichamelijke klacht
OLO = Onverwacht Lange Opnameduur
OLT = orthotope levertransplantatie
OLVG = Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (1898-2015), sinds 2015 OLVG, een ziekenhuis in Amsterdam
OLWI = Onderste luchtweginfectie. Dit is bijvoorbeeld een longontsteking.
OLWI = onderste luchtweg infectie
OMA = Otitis Media Acuta. De medische term voor middenoorontsteking.
OMA = Otitis Media Acuta
OMC = Oogheelkundig Medisch Centrum, aanduiding voor een zelfstandige oogheelkundige kliniek
OMC = otitis media chronica
OMD = ouderdoms maculadegeneratie
OME = Otitis Media met Effusie
OMIN = Online Mendelian Inheritance in Man (een medische databank)
OMS = opsoclonus-myoclonussyndroom; Orde van Medisch Specialisten (in 2015 opgegaan in Federatie Medisch Specialisten)
OMT = Outbreak management team
ONO = orienterend neurologisch onderzoek
ONVZ = ONVZ, voorheen Onderlinge Nationale Verzekering tegen Ziekenhuiskosten, thans een handelsmerk
OOA = Onderzoekschool Oncologie Amsterdam
OOG = Oostelijk Oogheelkundig Gezelschap, een regionale afdeling van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG)
OPCA = olivopontocerebellaire atrofie
OPCAB = off-pump coronary artery bypass
OPG = Oculo-plethysmografie
OPS = organisch psychosyndroom
OPT = Orthopantomogram. Dit is een röntgenfoto van de tanden, kiezen en kaken.
OPV = oraal poliovaccin
OR = odds ratio
OR = organ at risk
ORIF = Open Reduction Internal Fixation
ORL = otorinolaryngologie (in België); keel-, neus- en oorheelkunde (of keel-neus-oorheelkunde) (in Nederland)
ORP = Orchidopexie
ORS = Oral Rehydration Salts
ORS = Oral Rehydration Solution
OS = Oculo sinistra
OS = Oculus Sinister. Dit is het linkeroog.
OS = openingssnap (extra harttoon na 2e toon, bij mitralisstenose)
OSAS = Obstructieve Slaapapneu Syndroom
OSAS = obstructief slaap apneu syndroom
OSAS = obstructieveslaapapneusyndroom, een dichtvallen tijdens de slaap van de bovenste luchtweg door wand of tong
OSG = onderste spronggewricht
OSM = Osteosynthesemateriaal
OSM = osteosynthese materiaal
OT = orthostatische tremor, een neurologische aandoening, gekenmerkt door onwillekeurige trillingen in de benen
OT = oxytocine
OTC = over the counter (geneesmiddel)
OTO = Opleiden, Trainen en Oefenen, een programma binnen een netwerk voor acute zorg
OU = oculus uterque (beide ogen)
OUS = onderste uterussegment
OVAA = Onderlinge Verzekering van Artsen Automobilisten † (thans VvAA)
OVB = oogvolgbewegingen
OVCF = osteoporotische vertebrale compressiefractuur
OVIT = oncolytische viro-immunotherapie
OVN = Optometristen Vereniging Nederland
OWG = Oncologiewerkgroep
OWI = onderwandinfarct
OZG = Ommelander Ziekenhuis Groningen
OZO = Overijsselse Ziekenomroep, een regionale ziekenomroep in Nijverdal, verzorgd door vrijwilligers in verpleeghuizen en verzorgingstehuizen in Midden-Overijssel

p.c. = post cenam, na het eten (recept)
p.r.n. = pro re nata, zo nodig (recept)
P/ = plan
P = Pols. Dit is één van de vitale functies.
P = Pyrosis, zuurbranden
P = pols
P = portio
PA (1) = Physician Assistant
PA (2) = Pathologie. Het onderzoek van een lichamelijk weefsel.
PA (3) = Persoonsalarmering
PA-IVS = Pulmonary atresia with intact ventricular septum
PA = Pathologisch Anatomisch (onderzoek)
PA = Physician Assistant
PA = pernicieuze anemie
PA = pumonalisatresie
PA = van posterior naar anterior
PAAZ = Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis
PAAZ = Psychiatrische Afdeling v/e Algemeen Ziekenhuis
PABA = Para-aminobenzoic acid
PAC = Premature Atrial Contraction
PAC = Prematuur Atriaal Complex
PAC = port-a-cath
PACS = Picture Archiving and Communication System
PACU = Post Anesthesia Care Unit
PACU = post anaesthesia care unit
PAD = peripheral arterial disease
PAF = paroxysmaal atriumfibrileren
PAF = plaatjes activerende factor
pAF = Paroxysmaal Atrium Fibrilleren. Aanvalsgewijs atriumfibrilleren (boezemtrillen).
PAG = periaqueductal grey (matter)
PAH = pulmonale arteriële hypertensie; fenylalaninehydroxylase, een enzym
PAH = pulmonale arteriële hypertensie
PAHO = Pan American Health Organization (Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie), een regionale organisatie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)
PAI = Plasminogen activator inhibitor
PAIDS = Pediatrische AIDS
PAio = phycisiant assistant in opleiding
PAIS = Polyglandulair Auto-Immuuninsufficiëntie Syndroom
palp = palpatie
PALS = paediatric advanced life support
PAM = Pulmonary Alveolar Microlithiasis
pan = Periarteriitis nodosa
PAO = peri-articulaire ossificatie
PAOV = perifeer arterieel obstructief vaatlijden
PAP = Papanicolaou (klassificatie)
PAP = primary atypical pneumonia
PAS = para-aminosalicylzuur
PASAT = paced auditory serial addition test
PASC = Post-Acute Sequelae of SARS-CoV-2 infection
PASH = pseudoangiomatous stromal hyperplasia
PAT = paroxysmale atriale tachycardie
Pat = Patiënt
PAV = Perifeer Arterieel Vaatlijden. Dit zijn klachten van slagaders in de benen, zoals bij etalagebenen.
PAV = perifeer arterieel vaatlijden
PAZA = post anesthesie zorg afdeling
PB = Persoonlijke bescherming
PB = paucibacillair (> PB-lepra: paucibacillaire lepra)
pb = passend bij
PBC = Pieter Baan Centrum, een psychiatrische observatiekliniek
PBC = primaire biliaire cirrose
PBI = protein bound iodine
PBM = persoonlijk beschermingsmiddel
PBR = Periferal Blood Recovery
PBR = pseudobulbaire reflex(en)
PBS = pijnlijk baarmoedersyndroom
PC (1) = Packed Cell. Een zak bloed voor bloedtransfusie.
PC (2) = Pancreatic Cancer. De Engelse term voor alvleesklierkanker (pancreascarcinoom).
PC = packed cells
PC = pubococcygeus (> PC-spier, de musculus pubococcygeus)
PCA (-pomp) = patient controlled anaesthesia
PCA = patient-controlled analgesia
PCC = plaveiselcelcarcinoom
PCD = primaire ciliaire dyskinesie
PCD = primaire cilliaire dyskinesie
PCD = psychiatrische consultatieve dienst
PCH = pontocerebellaire hypoplasie, een aandoening van de kleine hersenen
PCI = Percutane Coronaire Interventie. De medische term voor dotteren.
PCI = percutane coronaire interventie (dotteren)
PCI = percutane coronaire interventie, een methode voor het verwijden van een vernauwing in een kransslagader, ook genoemd dotteren
PCL = plasmacelleukemie
pcm = paracetamol
PCNL = PerCutaneous NephrostoLithotomy
PCNSL = primary central nervous system lymphoma
PCOS = Polycysteus Ovarium Syndroom
PCOS = polycysteus ovariumsyndroom
PCOS = polycysteus-ovariumsyndroom of syndroom van Stein-Leventhal, een aandoening van de eierstokken
PCP = 1-(1-phenylcyclohexyl)piperidine (fencyclidine); pneumocystis carinii-pneumonie, verouderde naam voor pneumocystis jirovecii-pneumonie
PCP = Pneumocystis Carinii Pneumonie
PCP = pneumococcen pneumonie
PCR = Polymerase chain reaction
PCR = polymerase chain reaction (polymerase-kettingreactie)
PCS = Pyelum Calices-Systeem
PCT = Postcoïtumtest
PCT = porphyria cutanea tarda, een huidaandoening door overgevoeligheid voor licht
PCTM = paracetamol
PCZSL = primair centraal zenuwstelsel lymfoom
PD = Peritoneaal Dialyse
PD = peritonaal dialyse
PD = progressive disease
PDA = persisterende ductus arteriosus (open ductus Botalli)
PDCO = Paediatric Committee (van het Europees Geneesmiddelenbureau)
PDD-NOS = pervasive developmental disorder - not otherwise specified (PDD-NOS)
PDD-NOS = pervasive developmental disorder not otherwise specified
PDD = pervasive developmental disorder, pervasieve ontwikkelingsstoornis
PDF = Portable Document Format
PDGF = platelet-derived growth factor
PDR = proliferatieve diabetische retinopathie
PDS = Progressive Deterioration Scale
PDS = prikkelbare darm syndroom
PDS = prikkelbaredarmsyndroom
PDSB = Prikkelbare Darm Syndroom Belangenorganisatie (bedoeld is: prikkelbaredarmsyndroom), een patiëntenorganisatie
pdt = photo dynamische therapie
PE (1) = Pre-Eclampsie. Zwangerschapsvergiftiging.
PE (2) = Pulmonary Embolism. Het Engelse woord voor longembolie.
PE = pre-eclampsie
PE = pulmonaal embolie/longembolie
PEA = Pigment Epitheel Alteraties
PEA = Pulseless Electrical Activity
PEARL = Pupils Equal And React(ive) to Light
PEARRL = Pupils Equal And Round, Reactive to Light
PEC = Percutaneous endoscopic colostomy
PEEP = Positive End Expiratory Pressure
PEF = peak expiratory flow
PEG = Percutane Endoscopische Gastrostomie. Een PEG-sonde is verbinding door de buikwand naar de maag, om voeding en medicijnen te geven.
PEG = Percutane Endoscopische Gastrostomie
PEH = psychiatrische eerste hulp
PEJ = percutane endoscopische jejunostomie
PENI = psycho-endocrino-neuro-immunologie, een interdisciplinair onderzoeksgebied naar de wisselwerking tussen psyche, zenuwstelsel en immuunsysteem (zie ook: PNI)
PEP = post expositie profylaxe (HIV preventie)
perc = percussie
perist = peristaltiek
PERL = Pupils Equal and React(ive) to Light
PESA = percutane epididymale sperma aspiratie
PET = positronemissietomografie
PF = plaatjesfactor
PF = plasmafiltratie
PFA = platelet function analyzer
PFGE = pulsed-field gel electrophoresis
pfn = pertrochantaire femur nail
PFP = perifere facialisparese
PG = Peak gradient
PG = prostaglandine
PGB = persoonsgebonden budget
PGD = Pré-implantatie Genetische Diagnostiek
PGD = pre-implantatiegenetische diagnostiek; Patiënten, Gehandicapten en Ouderen (een voormalig fonds waarvan de taken zijn overgenomen door DUS-I)
PGO = persoonlijke gezondheidsomgeving, een digitaal bestand met persoonlijke gezondheidsgegevens
PH = pulmonaal hypertensie
pH = Potential Hydrogen (zuurgraad uitgedrukt als negatieve logaritme van H+ ionenconcentratie)
PHA = Phytohaemagglutinin
PHA = Primair hyperaldosteronisme
PHACO = Een techniek van staaroperatie (Phacos is Grieks voor lens)
PhD = Doctor of Philosophy
PHN = postherpetische neuropathie
PHPG = persisterend hyperplastisch primair glasvocht
PHPV = Persisterend Hyperplastisch Primair Vitreum
PHS = Periarthritis humeroscapularis
PHTLS = prehospital trauma life support
PHTS = PTEN hamartoom tumorsyndroom
PI = perfusie-index, een maat voor de doorbloeding
PI = perifere iridectomie
PI = pulmonalisinsufficiëntie
PI = pulsatiliteitsindex (a. umbilicalis)
pica = posterior inferior cerebral artery
PICC = Perifeer Ingebrachte Centrale Katheter (Catheter)
PICC = peripherally inserted central catheter
PICO = Patient Intervention Control Outcome
PICU = Paediatric Intensive Care Unit
PICU = Pediatric Intensive Care Unit
PID = Pelvic Inflammatory Disease. Ontsteking in het kleine bekken.
PID = pelvic inflammatory disease
PIE = pulmonale infiltraten met eosinofilie (syndroom)
PIF = prolactin-inhibiting factor
PIH = Pregnancy Induced Hypertension
PIN = prostatic intraepithelial neoplasia
PION = Posterior Ischemic Optic Neuropathy
PIP = Proximale Interphalangeaal gewricht. Het gewrichtje tussen het eerste en tweede kootje van een vinger of teen.
PIP = paediatric investigation plan (van het Europees Geneesmiddelenbureau)
PIP = plasma cell interstitial pneumonia
PIP = proximale interfalangeale gewricht
PIVKA-II = Protein induced by vitamin K absence or antagonist II
PIZ = Portugees Israëlitisch Ziekenhuis † (Amsterdam)
PJI = Prosthetic Joint Infection. Infectie van een gewrichtsprothese.
PJP = Pneumocystis jiroveci
PKAN = pantothenate kinase-associated neurodegeneration
PKP = perforerende keratoplastiek (hoornvliestransplantatie)
PKU = phenylketonuria (fenylketonurie)
PKU = phenylketonurie
PL = Preparatielengte
PLB = hospholamban, een eiwit
PLKD = pelviene lymfeklierdissectie
PLM = Periodic Limb Movement
PLMD = periodic limb movement disorder
PLN = phospholamban, een eiwit
PLS = primaire laterale sclerose
PM (1) = Pro memoria. Dit betekent ‘ter herinnering’.
PM (2) = Punctum Maximum, bij het beschrijven van een hartruis.
PM (3) = Pacemaker.
PM (4) = Poor Metabolizer
PM (5) = Pedagogisch Medewerker
PM = pacemaker
PM = pedagogisch medewerker
PM = polymyositis
PM = pro memorie (ter herinnering)
PMA = paramethoxyamfetamine, een designerdrug; Pensioenfonds Medewerkers Apotheken; Polikliniek Mens en Arbeid, een polikliniek van het Amsterdam UMC; premarket approval (premarket-goedkeuring), een proces van de Food and Drug Administration voor de evaluatie van medische hulpmiddelen
PMA = paramethoxyamphetamine
PMB = Postmenopauzaal bloedverlies
PMBCL = Primair mediastinaal B-cellymfoom, ook: PMBL
PMBL = Primair mediastinaal B-cellymfoom, ook: PMBCL
PMC = Prinses Máxima Centrum, een ziekenhuis en onderzoekscentrum in Utrecht, gespecialiseerd in kinderoncologie
PMD = Post-micturition dribbling/dripping ('nadruppelen')
PMD = post micturition dribble
PMID = Pubmed identifier (een uniek identificatienummer van een medische publicatie)
PML = progressieve multifocale leukencefalopathie
PMLE = polymorfe lichteruptie
PMP = pseudomyxoma peritonei
PMR (1) = Polymyalgia Rheumatica. Spierreuma.
PMR (2) = Psychomotore Retardatie
PMR = Psycho Motore Retardatie of PolyMyalgia Rheumatica
PMR = spierreuma (polymyalgia rheumatica)
PMS = premenstrueel syndroom
PMT = PsychoMotorische Therapie
PMT = Psychomotore Therapie
PN = Patiëntenfederatie Nederland
PND = post nasal drip
PNE = partiële nagelextractie
PNE = percutane naald electrolyse
PNE = percutaneous nerve evaluation
PNET = primitieve neuro-ectodermale tumor
Pneu = pneumokok
pneu = pneumothorax
PNF = primary non-function (bij een transplantatie)
PNF = proprioceptieve neuromusculaire facilitatie
PNH = paroxysmale nachtelijke hemoglobinurie
PNH = peripheral nerve hyperexcitability
PNI = psychoneuro-immunologie, een interdisciplinair onderzoeksgebied naar de wisselwerking tussen psyche, zenuwstelsel en immuunsysteem (zie ook: PENI)
PNL = percutane nefrolitholapaxie
PNP = pluis/niet-pluis gevoel
PNP = polyneuropathie
PNP = purinenucleosidefosforylase
PNS = Peripheral Nervous System. De Engelse vertaling van Perifeer Zenuwstelsel.
PNS = Prenatale screening
PO = Per os. Een medicatie voorschrift.
PO = Psychiatrisch Onderzoek
PO = Psychologisch Onderzoek
PO = periodieke onthouding
po = per os
POAG = primair open kamerhoek glaucoom
POB = Pijn Op Borst
POB = pijn op de borst
POD = post operatieve dag
POF = premature ovarian failure
POH-S = praktijkondersteuning huisarts somatiek
POH = Praktijkondersteuner Huisarts
POH = praktijkondersteuning huisarts
POK = poliklinische operatiekamer
POMA = Performance-Oriented Mobility Assessment, ook: Tinetti Test, een mobiliteitstest voor ouderen
PONV = Postoperative nausea and vomiting
POP = Pijn overal Pijn
POS-NAO = pervasieve ontwikkelingsstoornis - niet anders omschreven
POS = Pre-Operatieve Screening
POS = pre operatieve screening
POTS = posturaal orthostatisch tachycardiesyndroom
PP = pancreatisch polypeptide
pp = post partum
PPA = Peri-Papillaire Atrofie
PPA = Primair Progressieve Afasie
PPD = postpartum depressie
PPD = purified protein derivative
PPH = procedure voor prolaps en hemorroïden
pph = persisterende pulmonaal hypertensie
PPI = Proton-Pump Inhibitor
PPI = proton pump inhibitor
PPLO = pleuropneumonia-like organism
PPMS = Primair progressieve MS (multiple sclerose)
PPOD = pelvic pain and organic dysfunction
PPP = pearly penile papules
PPP = postpartumpsychose, synoniem van Kraambedpsychose; pearly penile papules, parelketting, goedaardige kleine slijmvliesflapjes aan de penis
PPPD = persistent postural-perceptual dizziness
PPPD = pylorus preserving pancreaticoduodenectomy
PPROM = preterm premature rupture of the outer membranes
PPS = postpoliosyndroom
PPV = pars plana vitrectomie
PPV = positive predictive value
PR = partiële remissie
PRAC = Pharmacovigilance Risk Assessment Committee (van het Europees Geneesmiddelenbureau)
PRC = Plasma Renine concentratie
PRCA = pure red cell aplasia
PrEP = pre-expositie profylaxe of pre-exposure prophylaxis (PREP), het preventief gebruik van hiv-remmers
PRES = posterior reversible encephalopathy syndrome
PRI = past reality integration
prion = proteinaceous infectious particle
PRL-IH = prolactin inhibiting factor
PRL-RH = prolactin releasing hormone
PRL = prolactine
PRM = progesterone receptor modulator
PRO = patient-reported outcome, patiëntgerapporteerde uitkomsten, gezondheidsuitkomsten die door de patiënt zelf zijn gerapporteerd
PROM = Passive Range of Motion
PROM = premature rupture of membranes (voortijdig gebroken vliezen)
propon = preoperatief onderzoek
PROVOKE = P Plaats, R Rangschikking, O Omvang, V Vorm, O Omtrek, K Kleur, E Efflorescentie
PROVOKE = plaats-rangschikking-omvang-vorm-omtrek-kleur-efflorescentie (PROVOKE)
PRP = Progressive rubella panencephalitis
PRR = pattern recognition receptor, patroonherkenningsreceptor
PRT = phosphoribosyl transferase
PS = pulmonalisstenose
ps = post sectio
PSA = Procedural Sedation and Analgesia
PSA = Prostaat Specifiek Antigeen
PSA = Prostaatspecifiek Antigeen.
PSA = prostaatspecifiek antigeen, een enzym
PsA = psoriasis arthropathica
PSAS = persistent sexual arousal syndrome
PSB = psychosociale behandeling
PSC = primaire scleroserende cholangitis
PSD = phosphatidylserine decarboxylase (fosfatidylserine decarboxylase), een enzym
PSG = polysomnografie
PSI = Pneumonia Severity Index
PSMA = progressieve spinale musculaire atrofie
PSMA = progressive spinal muscular atrophy
PSMA = proximal spinal muscular atrophy
PSP = Progressieve supranucleaire paralyse
PSP = progressieve supranucleaire parese
PSUR = Periodic Safety Update Report
PSV = peak systolic velocity
PSY = Psychiatrie
PT = protrombinetijd, een resultaat bij bloedonderzoek
pt = patiënt
PTA = Percutane Transluminaal Angioplastiek
PTA = plasma thromboplastin antecedent
PTA = post traumatische amnesie
PTB = patellar-tendon bearing
PTC = percutane transhepatische cholangiografie
PTC = plasma thromboplastin component
PTCA = Percutane Transluminale Coronair Angioplastiek
PTCA = Percutane Transluminale Coronaire Angioplastiek. De oude term voor dotteren.
PTCA = percutane transluminale coronaire angioplastiek, een methode voor het verwijden van een vernauwing in een kransslagader
PTCD = Percutane transhepatische cholangiodrainage
Pte = Patiënte
PTFE = polytetrafluoro-ethyleen
PTH = parathyroïdhormoon
PTHrP = parathyroid hormone
PTLD = post-transplant lymphoproliferative disorder
PTO = primaire tumor onbekend
PTP = posttransfusie-purpura, een verschijnsel van rode of paarse vlekken op de huid door onderhuidse bloedingen na transfusie
PTS = posttrombotisch syndroom
PTSD = post-traumatic stress disorder (posttraumatische stressstoornis); phosphatidylserine decarboxylase proenzyme
ptsma = percutane transluminale septum myocard ablatie
PTSS = Post Traumatic Stress Syndrome
PTSS = posttraumatische stressstoornis
PTT = partial thromboplastin time (partiële tromboplastinetijd), een resultaat bij bloedonderzoek; zie ook: : aPTT
PTT = partiële tromboplastinetijd
PTT = protrombinetijd
PTV = Planning Target Volume (CTV+extra marge)
PUFA = polyunsaturated fatty acid
Pulm = Pulmones. Het Latijnse woord voor longen.
PUPPP = pruritic urticarial papules and plaques of pregnancy
PUS = Pyelo-Urethrale overgangsStenose
PV (1) = Pleuravocht. Dit is vocht tussen de longbladen (pleurae).
PV (2) = Pneumokokken Vaccin
PV (3) = Persoonlijke Verzorging
PV = Polycytemia vera
PV = parenterale voeding
PV = porphyria variegata
PVA = Poikiloderma vasculare atrophicans
PVC = Prematuur Ventriculair Complex
PVC = premature ventricular contraction
PVI = Pulmonale Venen Isolatie
PVL = periventriculaire leucomalacie
PVL = periventricular lucency
PVP = Patiënten Vertrouwens Persoon
PVR = proliferatieve vitreoretinopathie
PVVN = Patiënten Vereniging Voor Neurostimulatie
PVW = positief voorspellende waarde
PY = Pack Years
PY = Packyears
PZB = Perifere zenuw blokkade
PZD = partial zona dissection
PZS = perifeer zenuwstelsel

q.l. = quantum libet, zoveel men wil (recept)
q.p. = quantum placet, zoveel men wil (recept)
q.s. = quantum sufficit, zoveel als nodig is (recept)
QALY = quality-adjusted life years
QI = queteletindex (ook: body mass index (BMI))
QOL = Quality of life
qPCR = quantitative polymerase chain reaction (zie PCR, polymerase-kettingreactie)
QST = Quantitative sensory nerve testing

R-CHOP = rituximab cyclofosfamide hydroxydaunorubicine oncovin/vincristine prednison (een combinatiechemotherapie)
r-TMS = repetitive Transcranial Magnetic Stimulation
r. = ramus
R0 = basaal reproductiegetal of besmettingsgetal
R = Recept
R = Rifampicine
R = ructus/boeren
r = roken
RA = Retrograde apexresectie
RA = refractaire anemie
RA = reumatoïde artritis; rechter atrium; retrograde amnesie, een vorm van geheugenverlies
RA = reumatoïde artritis
ra = regular and aequal (Pols)
RAAS = renine-angiotensine-aldosteronsysteem
Rad = radiation-absorbed dose
RAEB = refractory anaemia with excess of blasts
RALP = Robot geAssisteerde Laparoscopische Prostatectomie
RALP = Robot-Assisted Laparoscopic Prostatectomy
RALP = Robotgeassisteerde laparoscopische (radicale) prostatectomie
RAPD = relatief afferent pupil defect
RAR = rectoanale repair
RARP = Robot-Assisted Radical Prostatectomy
RAS = reticulair activerend systeem
RAST = radio-allergo-sorbent-test
RATO = ReizigersAdviesToetsOverleg
RAV = Regionale Ambulancevoorziening
RAVU = regionaal ambulance vervoer utrecht
RBB = Rechterbovenbuik
RBBB = Right Bundle Branch Block
RBC = rode bloedcellen
RBE = relative biological effectiveness
RBK = Rechterbovenkwab (van de longen)
RBK = rechter bovenkwab long
RBK = rechterbovenkwab (van een long)
RBL = rubber band ligatie
RBL = rubberbandligering, rubberbandligatie
RBP = retinol-bindende proteïne
RBPA = rood bloedverlies per anum
RBS = rusteloze benen syndroom
RBS = rustelozebenensyndroom (ook bekend als restless-legs syndrome (RLS))
RBSPS = Royal Belgian Society for Plastic Surgery (Belgische Vereniging voor Plastische Chirurgie)
RBTB = Rechterbundeltakblok
RBTB = rechter bundeltak blok
RBV = Rectaal bloedverlies
RCA = Revalidatie Centrum Amsterdam
RCA = Right Coronary Artery. Een van de kransslagaders.
RCA = right coronary artery
RCA = root-cause analysis
RCC = renal-cell carcinoma
RCL = radial collateral ligament
RCT = randomized controlled trial (gerandomiseerd onderzoek met controlegroep)
RCT = randomized controlled trial
RCTx = Radiochemotherapie
RCVS = reversibele cerebrale vasoconstrictiesyndroom
RCx = Right Circumflex Artery. Een van de kransslagaders.
RDA = ramus descendens anterior
RDA = recommended dietary allowance (aanbevolen dagelijkse hoeveelheid); zie ook: DRI
RDP = Ramus Descendens Posterior. Betreft een aftakking van de rechter coronair arterie of circumflex en verzorgt de doorbloeding van het septum.
RDS = respiratory-distress syndrome
RDW = red cell distribution width
re = rechts
ReA = reactieve artritis
REACH = Registration, Evaluation, Authorization and restriction of Chemicals (REACH)
rec = rectaal
Reff = f Rt effectief reproductiegetal
REM = rapid eye movement
REM = reticulaire erythemateuze mucinose (syndroom)
rem = röntgen equivalent in man (tegenwoordig vergangen door sievert)
RER = respiratory-exchange ratio
RER = ruw endoplasmatisch reticulum
RES = reticulo-endotheliaal systeem
RESA = retrograde epididymal sperm aspiration
RET = rationeel-emotieve therapie
RF = Risicofactoren
RF = reuma factoren
RFA = radiofrequente ablatie
RFE = Reason for Encounter
RFF = Radial Forearm Flap
RFI = rechter fossa iliaca
RFLP = restrictie fragment lengte polymorfisme
RGF = regionaal geneeskundig functionaris
RGS = Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten, een onderdeel van de KNMG
RH = releasing hormone
Rh = Rhesus(factor)
RI&E = Risico-inventarisatie en Evaluatie
RI = reflux index
RIA = radioimmunoassay
RIAGG = Regionale Instelling voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg, een voormalige instelling voor geestelijke gezondheidszorg
RIHS = Radboud Institute for Health Sciences, een onderzoeksinstituut van de Radboud Universiteit, Nijmegen
RIHSA = radioactive iodinated human serum albumin
RIMA = right internal mammary artery
RIMLS = Radboud Institute for Molecular Life Sciences, een onderzoeksinstituut van de Radboud Universiteit, Nijmegen
RIND = Cerebrovasculair accident (Reversible Ischemic Neurological Deficit)
RIND = Reversible Ischemic Neurological Deficit
RINV = Risico inventarisatie
RIP = Ruimte Innemend Proces. Dit is een gezwel.
RIP = ruimte-innemend proces
RIS = Regional intravascular sympathetic (-block)
RIST = radioimmunosorbent test
RIVM = Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
RIZIV = Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (België) (> RIZIV-nummer, in België uniek nummer van een zorgverlener)
RKI = Robert Koch Instituut
RL = Rontgenologische lengte
RLE = radical local excision
RLS = restless legs syndrome
RLS = restless-legs syndrome (rustelozebenensyndroom)
RM = Rechterlijke Machtiging
RM = regenerative medicine
RM = retinometer-waarde
RMI = risk of malignancy index (voor ovariumtumoren)
RMK = Rechtermiddenkwab (van de longen)
RMK = rechter middenkwab long
RN = Revalidatie Nederland, branchevereniging inzake revalidatie
RNA = Ribonucleic acid (ribonucleïnezuur)
RNA = radionuclide angiografie
RNA = ribonucleic acid, (Ribonucleïnezuur), een biologisch macromolecuul
RNAi = RNA-interferentie
RNP = ribonucleoproteïne
ROAZ = Regionaal Overleg Acute Zorgketen
ROB = Rechteronderbuik
ROB = rechter onder buik
ROC = receiver operating characteristic (-curve)
ROK = Rechteronderkwab (van de longen)
ROK = rechter onderkwab long
ROM = Range of Motion
ROP = Retinopathy of Prematurity
ROS = reactive oxygen species
ROSC = Return Of Spontaneous Circulation
RP = recidiverende polychondritis, een auto-immuunziekte; retinitis pigmentosa, een oogziekte
RP = referentiepunt
RP = retinitis pigmentosa
RPB = rigid pelvic band (corset)
RPD = Rijks Psychologische Dienst †
RPE = retinaal pigmentepitheel
RPF = renal plasma flow
RPR = Rapid Plasma Reagin test (syfilistest)
RPR = rapid plasma reagin (-test)
RQ = respiratoir quotiënt (afgegeven CO2 / opgenomen O2)
rr. = rami (meervoud van ramus)
RR = Bloeddruk (RR is een afkorting van Riva-Rocci, de naam van een Italiaanse dokter die onderzoek deed naar bloeddruk.)
RR = Riva-Rocci (bloeddruk)
RR = Riva-Rocci, een methode van bloeddrukbepaling
RR = relative risk
RRC = Rijnlands Revalidatie Centrum, sinds 2019 Basalt, een expertisecentrum voor medisch-specialistische revalidatiezorg
RRD = bloeddruk rechts (dextra)
RRMS = relapsing remitting multiple sclerosis
rRNA = ribosomaal RNA
RRR = relatieve risicoreductie
RRS = bloeddruk links (sinistra)
RS = respiratoir syncytieel (> RS-virus, ook afgekort als RSV)
RSI = repetitive strain injury
RSV = respiratoir syncytieel virus (> RS-virus)
RSV = respiratoir syncytieel virus
RSVP = reason, story, vital signs, plan
RT (1) = Radiotherapie. Dit betekent bestraling. Soms wordt de afkorting RTx gebruikt.
RT (2) = Rectaal Toucher
rt-PA = recombinant tissue plasminogen activator
RT-PCR = Reverse transcription polymerase chain reaction
RT-remmer = reverse transcriptaseremmer
RT = rectaal toucher
rt = rectaal toucher, digitaal rectaal onderzoek; synoniem: palpatio per anum (ppa of PPA)
RTA = renale tubulaire acidose
RTCD = Rubor Tumor Calor Dolor
RTD = routine test dilution
RTE = Regionale Toetsingscommissie Euthanasie
RTF = reduced transport fluid
RTF = resistance transfer factor
RTG = Regionaal Tuchtcollege Gezondheidszorg
RTK = receptor tyrosine kinase
rTMS = repetitieve transcraniële magnetische stimulatie
RTS = syndroom van Rubinstein-Taybi
RTx = radiotherapie
RUB(P) = Ribulose-1,5-bisphosphate
RUG = Rijksuniversiteit Groningen
RUH = radial unit hypothesis, hypothese van de radiale eenheid, een theorie van de ontwikkeling van de hersenschors
RUN = Radboud Universiteit Nijmegen
RV = Residuaal Volume
RV = rechter ventrikel
RvC = Reden van Consult
RVEDP = rechterventrikel einddiastolische druk
RVFK = Regionale Vereniging van Fysiotherapeuten voor Kinderen (Eindhoven)
RVH = rechterventrikelhypertrofie
RvK = reden van komst
RvO = reden van opname
RVP = Rijksvaccinatieprogramma
RVPP = Right Ventricular Peak Pressure
RVS = Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
RVZ = Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, sinds 2016 Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
RWBS = rechter-wandbewegingsstoornissen
Rx = Röntgenfoto
RYGB = Roux-en-Y Gastric Bypass

S 1 = ooglasering
S- = geen souffles
S1S2 = De 1e en 2e harttonen.
S1S2 = normale cor tonen
SA = Spondylitis Ankylopoëtica
SA = sinoatriaal (-blok/-knoop)
SA = status asthmaticus
SAARD = slow-acting antirheumatic drug
SAB = subarachnoidale bloeding
SACH = solid-ankle cushion-heel (foot prosthesis)
SAD = seasonal affective disorder
SAD = small airway disease
SAE = Serious Adverse Event
SAG = scherp adem geruis
SAGO = Samenwerkende Apothekers Gooi en Omstreken (Blaricum)
sah = subarachnoid hemorrhage
SAL = shrinking action level
SALA = selective amyloid lowering agent
SALT = skin-associated lymphoid tissue
SAM = Samenwerkende Apothekers Maasland (Sittard)
SAM = sedatie anesthesiemedewerker
SAMH = Samenwerkende Apothekers Midden Holland (Gouda)
SAMPC-model = Anamnese model binnen de ouderengeneeskunde: - Somatische functies - ADL functies - Maatschappelijk-sociale functies - Persoonlijk welzijn en psychisch functioneren - Communicatieve functies
SaO2 = Zuurstofsaturatie of zuurstofverzadiging
SaO2 = arteriële zuurstofsaturatie, bepaald met behulp van een bloedgasanalyse
SAP = Serum amyloid P (component)
SAPS = simplified acute physiology score
SARA = Selective Aldosterone Receptor Antagonist
SARG = Samenwerkende Apotheken Rijn & Gouwe (Alphen aan den Rijn)
SARS = severe acute respiratory syndrome, ernstig acuut ademhalingssyndroom, een besmettelijke, soms levensbedreigende luchtweginfectie, veroorzaakt door een betacoronavirus
SARS = severe acute respiratory syndrome
SAS = slaapapneusyndroom
Sat = Zuurstofsaturatie of zuurstofverzadiging
SAVE = (Apothekers) Salland-Vechtstreek (Dedemsvaart)
SAZU = Stads- en Academisch Ziekenhuis Utrecht (1924-1999 ), thans Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC Utrecht)
SBAR = situation, background, assessment, recommendation
SBBF = Samenwerkingsverband van Bejaardenoorden met een Bijzondere Functie
SBBT = Stichting Bevordering Bijzondere Tandheelkunde
SBP = spontane bacteriele peritonitis
SBS = shaken baby syndrome
SBT = Stichting voor Bijzondere Tandheelkunde, een instelling voor tandheelkundige zorg in Amsterdam (ACTA-gebouw)
SC (1) = Subcutaan. Een medicatie voorschrift.
SC (2) = Sectio Caesarea. De medische term voor een keizersnede.
SC = Sectio Caesarea
sc = subcutaan
SCA = spinocerebellaire ataxie
SCA = spinocerebellaire atrofie
SCAL = Stichting Centraal Artsen Laboratorium (Leiden)
SCAN = Schedule for Clinical Assessment in Neuropsychiatry
scc = spinocellulair carcinoom
SCD = sickle cell disease (sikkelcelziekte), een recessief erfelijke aandoening van de rode bloedcellen
SCE = sister chromatid exchange
SCEN = Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland (-arts)
SCEN = Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland (> SCEN-arts)
SCFA = short-chain fatty acid
SCID = severe combined immunodeficiency
scii = subcutaan insuline infuus
SCIWORA = Spinal Cord Injury Without Radiologic Abnormality
SCL = Stichting Contactgroep Leukemie, thans Hematon
SCLC = kleincellig longcarcinoom (small cell lung carcinoma)
SCMC = Sperma Cervical Mucus Contact (-test)
SCS = Spinal Cord Stimulation
SCT = stamceltransplantatie; sluggish cognitive tempo; sclerotherapie, injectie in een aambei met uitdrogende vloeistof
SD = stable disease
SDD = selectieve darmdecontaminatie
SDH = subduraal hematoom
SDKB = Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting
SDRA = serotonin–dopamine releasing agent
SDRI = serotonin–dopamine reuptake inhibitor
SDS = Shwachman-Diamond Syndroom
SE = status epilepticus
Se = selenium
SEH = Spoed Eisende Hulp
SEH = Spoedeisende Eerste Hulp
SEH = spoedeisende hulp
SEH = subepyndimale hemorragie
SEM = spinale epidurale metastase
SEM = standard error of the mean
SEN = specialized emergency nurse
SEO = structureel echoscopisch onderzoek
SERM = selectieve oestrogeen receptor modulator
SFD = small for date (klein voor de lftd, bij neonaten)
SFG = Sint Franciscus Gasthuis, thans Franciscus Gasthuis & Vlietland, een ziekenhuis met vestigingen in Rotterdam en Schiedam
SFG = Sint Franciscus Gasthuis
SFN = Small fiber Neuropathie
SGA = small for gestational age/dysmaturiteit
SGA = small for gestational age
SGH = Stichting Goodwillfonds Huisartsen, een voormalige instelling met betrekking tot goodwillvergoeding bij praktijkoverdracht
SGOT = serum glutamaat oxaalacetaat transaminase (tegenwoordig ASAT)
SGOT = serum glutamic oxaloacetic transaminase
SGP = Schapen- en geitenpokken, een virusziekte bij hoefdieren, veroorzaakt door een pokkenvirus
SGPT = serum glutamaat pyruvaat transaminase (tegenwoordig ALAT)
SGRC = Sociaal Geneeskundigen Registratie Commissie
SHB = Slow Heart Beat
SHBG = sex-hormone-binding globulin
SHBG = sexhormoonbindend globuline
SHMH = Stichting Huisartsenpost Maastricht & Heuvelland
SI = Sacro-Iliacaal. SI-gewricht. Dit is het gewricht (SI-gewricht) waarmee de wervelkolom vastzit op het bekken.
SI = syncytium inducerend (celklontering veroorzakend)
SIADH = Syndrome of Inappropriate Antidiuretic Hormone
sIBM = sporadic Inclusion Body Myositis
SIDS = Sudden infant death syndrome (Wiegendood)
SIDS = sudden infant death syndrome
SIG = sacro-iliacale gewricht, het SI-gewricht, een gewricht (links en rechts) in het bekken, de verbinding tussen de rug en de benen; voorheen Samenwerkende Instellingen voor Geestelijk Gehandicapten, thans de merknaam van een zorgorganisatie in Kennemerland voor mensen met een beperking
SIJ = sacroiliac joint (> SI joint), SI-gewricht
SILS = Single Incision Laparoscopic Surgery
SIMV = synchronized intermittent mandatory ventilation
SIP = Stuurgroep Integratie Patiëntenbewegingen
SIP = sickness impact profile
SIRS = Systemic inflammatory response syndrome
SIRVA = Shoulder injury related to vaccine administration
SIS = Saline infusion sono(hystero)graphy
SIV = simian immuundeficiëntievirus, een retrovirus bij apen, verwant aan het humaan immunodeficiëntievirus (hiv) dat aids veroorzaakt
SIVD = subcorticale ischemische vasculaire dementie
SJS = Stevens Johnson syndroom
SJS = Stevens–Johnson syndrome (Syndroom van Stevens-Johnson), een aandoening van de huid en de slijmvliezen
sk = sputumkweek
SKB = Streekziekenhuis Koningin Beatrix (Winterswijk)
SKGE = Stichting klachten en geschillen eerstelijnszorg
SKGZ = Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen
SKILZ = Stichting Kwaliteitsimpuls voor de Langdurige Zorg
SKION = Stichting Kinderoncologie Nederland, een stichting voor de bevordering van de kwaliteit van zorg in de kinderoncologie
SL = Sublinguaal
SLAP = Superior Labrum Anterior to Posterior (schouderletsel)
SLE = systemische lupus erythematodes, een auto-immuunziekte, met synoniem: lupus erythematodes disseminatus (LED)
SLE = systemische lupus erythematosus
SLH = supracervicale laparoscopische hysterectomie
SLNB = Sentinel Lymph Node Biopsy
SLO = syndroom van Smith-Lemli-Opitz
SLR = straight-leg raising (-test)
SM = set up margin
SMA = Superior Mesenteric Artery
SMA = spinale musculaire atrofie, verzamelnaam voor een groep progressieve spierziekten
SMA = spinale musculaire atrofie
SMA = sportmedisch adviescentrum
SMEDTS = spondylometa-epifysaire dysplasie, type Strudwick
SMEI = severe myoclonic epilepsy in infancy
SMH = spoedeisende medische hulpverlening
SMN = survival motor neurone
SMR = sensorimotorisch ritme
SMR = standardized mortality ratio
SMUR = Service Mobile d'Urgence et de Réanimation, een traumateam (België)
SN = sentinel node
SNAQrc = Short Nutritional Assessment Questionnaire for Residential Care (SNAQrc)
SNc = substantia nigra pars compacta
SNDRA = Serotonin–norepinephrine–dopamine releasing agent
SNHZ = (voormalige) Stichting Nederlandse Herstellingsoorden en Zorghotels
SNIP = Stichting Nederlands Instituut voor Pigmentstoornissen (Amsterdam UMC)
SNM = sacrale neuromodulatie (synoniem: sacrale neurostimulatie (SNS))
SNP = sentinel node procedure (schildwachtklierprocedure)
SNP = single nucleotide polymorphism (variatie in het DNA)
SNP = single-nucleotide polymorphism (enkel-nucleotide-polymorfie), een variatie in het DNA
SNr = substantia nigra pars reticulata
SNRA = serotonin-norepinephrine releasing agent
SNRI = selective serotonin and noradrenalin reuptake inhibitor (SNRI), selectieve serotonine-en-noradrenaline-heropnameremmer
snRNP = small nuclear ribonucleoprotein, biomoleculair complex uit de celkern
SNS = sacrale neurostimulatie (synoniem van sacrale neuromodulatie (SNM))
Sntb = Souffles niet te beoordelen
so vo = sonde voeding
SO2 = saturatie zuurstof
SO = Specialist Ouderengeneeskunde.
SO = schedelomtrek
SOA = seksueel overdraagbare aandoening (geslachtsziekte)
SOA = seksueel overdraagbare aandoening
SOD = septo-optische dysplasie
SOD = superoxide dismutase
SOEP = Subjectief, Objectief, Evaluatie en Plan
SOG = specialist ouderengeneeskunde, voorheen verpleeghuisarts
SOI = seksueel overdraagbare infectie (zie ook SOA)
sol. = solutio, oplossing (recept)
SOLK = somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten, ook: somatisch onverklaarde lichamelijke klachten
SON = Schildklier Organisatie Nederland, een patiëntenvereniging
SOPP = stabiele (gepasteuriseerde) oplossingen van plasmaproteïnen
SP = sonore percussie
SPA = Single Photon Absorptiometry
SPC-cell = sickleform-particle containing cel
SPC = supra pubis catheter
SPECT = single photon emission computed tomography (SPECT), (> SPECT-scan)
SPECT = single-photon emission computerized tomography
SPF = sun protection factor, een maat voor de doeltreffendheid van middelen tegen zonnebrand
SPL = sound-pressure level
SPM-test = Sperma penetratie en migratie test
SpO2 = Zuurstofsaturatie
SpO2 = perifere zuurstofsaturatie, bepaald met behulp van een zuurstofsaturatiemeter
SPO = Stichting Patiëntenbelangen Orthopaedie, een patiëntenvereniging
SPOA = Stichting Pensioenfonds Openbare Apothekers
SPOR = Spoedeisende Psychiatrische Onderzoeksruimte
SPP = Spontane Partus. Spontane bevalling.
SPRM = selective progesterone receptor modulator
SPSS = Statistical package for social sciences (statistieken software)
SPUTOVAMO = Soort letsel, Plaats van het letsel, Uiterlijk van het letsel, Tijdstip van oplopen, Oorzaak, Veroorzaker, Anderen/getuigen, te nemen Maatregelen en mogelijke Oude letsels
SPV = sociaal psychiatrisch verpleegkundige
sqa = status quo ante
SR = sarcoplasmatisch reticulum
SR = sinusritme
SRA = serotonin releasing agent
SRBA = selective relaxant binding agent
SRC = Specialisten Registratie Commissie (1932-1998), thans Medisch Specialisten Registratie Commissie (MSRC)
SRH = somatotropin-releasing hormone
SRI = serotonin reuptake inhibitor
SRIF = somatotropin release inhibiting factor
SROM = spontaneous rupture of membranes
SRS = stereotactic radiosurgery
SRT = stereotactic radiotherapy
SSAH = Stichting Samenwerkende Apotheken Haarlemmermeer (Hoofddorp)
SSC ivm CIF = Secondaire Sectio Caesarea ivm Caput In Fundo
ssDNA = Single-stranded (enkelstrengs) DNA
SSEP = Somato Sensibele Evoked Potentials
ssf = sacrospinale fixatie
ssg = split skin graft
SSP = supraspinatus pees
SSP = symmetrisch sonore percussie
SSPE = subacute scleroserende panencefalitis
SSRA = selective serotonin releasing agent
SSRI = selective serotonin reuptake inhibitor (selectieve serotonine-heropnameremmer)
SSRI = selective serotonin-reuptake inhibitor
SSSS = Society for the Scientific Study of Sexuality
SSSS = staphylococcal scalded skin syndrome
SST = somatostatin
ST-toxine = heat-stable toxins
St = Stagnatie
STAP = Stichting Alcoholpreventie (thans Stichting Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP)
StAr = Stichting Audicienregister
STD = sexual transmitted disease
STEMI = ST Elevation Myocardial Infarction
STEMI = ST-Elevation Myocardial Infarction
STH = somatotroop hormoon (groeihormoon)
STI = sexually transmitted infection (seksueel overdraagbare aandoening (SOA))
Stimezo = Stichting Medisch Verantwoorde Zwangerschapsonderbreking (1969-1998), stichter van de eerste abortusklinieken in Nederland
Stipezo = Stichting Pedicure in de Zorg
STN = subthalamic nucleus
STOVIA = School tot Opleiding van Inlandsche Artsen (1899-1927), een school voor Indische artsen in Batavia, thans Jakarta
STS = side to side
SU = Spreekuur
SUA = single umbilical artery
SUDEP = sudden unexplained death in epilepsy
SUI = Stress urine-incontinentie
SUPP = Suppositorium. Een medicatie voorschrift.
SUVmax = Maximum Standardized Uptake Value
SUZI = subzonale injectie
SV (1) = Sondevoeding
SV (2) = Supervisor
SV = slagvolume
SV = sondevoeding
Sv = sievert
sv = slijmvliezen
SVD = Swine vesicular disease, Blaasjesziekte, een (voor mensen weinig) besmettelijke virusziekte bij varkens
SVOZ = Stichting Voortgezette Opleiding Ziekenverzorgenden, een particulier opleidingsinstituut voor de zorg
SVP = Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige
SVP = synovitis villonodularis pigmentosa
SVT = supraventriculaire tachycardie
SVUE = Supra vaginale uterus extirpatie
SWAB = Stichting Werkgroep Antibioticabeleid
SWK = schildwachtklier
symm = symmetrisch
syst = systole

T-ALL = T-cel acute lymfatische leukemie
T-NHL = T-cel non-Hodgkin's lymfoom
t.i. = totaal ingesloten
T1/2 = halfwaardetijd
T3 = tri-jodothyronine (liothyronine)
T3 = tri-joodthyronine
T4 = tetra-jodothyronine (thyroxine)
T4 = thyroxine
TA-GVHD = Transfusie Geassocieerde Graft Versus Host Disease
TA = Terminologia Anatomica, een internationale standaard van terminologie van de menselijke anatomie
TAA = Thoracale Aortae Aneurysma
TAA = thoracaal aorta-aneurysma, een aneurysma van de aorta ter hoogte van de thorax (de borstkas)
TAA = tumor-associated antigen
TACO = transfusion-associated circulatory overload
TAE = trans abdominale echo
TAF = Tumor Angiogenesis Factor
TAG = triacylglyceride
TAH = totale abdominale hysterectomie
TAO = Twentse Apothekers Organisatie, een samenwerkingsverband van apothekers (Hengelo)
TAPP = transabdominale preperitoneale techniek
TAPSE = Tricuspid Annular Plane Systolic Excursion
TAR = Thrombocytenaggregatieremmers
TAVI = Transcatheter Aortic Valve Implantation
TAVI = transcatheter aortic valve implantation, een percutane aortaklepimplantatie
TB = tb, tuberculose
TB = Tuberculose
TBC = tbc, tuberculose
TBC = Total Body Check
TBC = tuberculose
TBEV = Tick-borne encephalitis virus
TBEV = tickborne encephalitis virus
TBG = Thyroxine bindend globuline
TBI = total body irradiation
TBI = traumatic brain injury, (traumatisch hersenletsel (THL))
tbl = tablet
TBPA = Thyroxine-binding PreAlbumin
TBS = terbeschikkingstelling
TBV = Totaal Bloedverlies
TC = Telefonisch Consult. Dit betekent een telefonische afspraak.
TC = telefonisch consult
TC = totaal cholesterol
TCD = transcranieel doppleronderzoek, een onderzoek naar de aanwezigheid van hersendoorbloeding ten behoeve van een hersendooddiagnose
tcd = trans craniële doppler
tcmr = trans cervicale myoom resectie
TCN = Turner Contact Nederland, een Nederlandse patiëntenvereniging
TCR = T-Cell Receptor
TCRM = trans cervicale resectie myoom
TCRP = Trans cervicale resectie poliep
TD = Toxic Dose
TD = tractus digestivus, het maag-darmstelsel; tardieve yskinesie, een neurologische aandoening
TDD = Temper Dysregulation Disorder with Dysphoria
TDF = testis determining factor (-gen)
TDI = toelaatbare dagelijkse inname, de hoeveelheid van een stof die men levenslang dagelijks mag binnen krijgen zonder noemenswaardige gezondheidseffecten
TDI = tolereerbare dagelijkse inname
TdP = Torsades de pointes ('twisting of the spikes' bij ECG)
TE mmc = trabeculectomie met gebruik van mitomycine
TE = Tonsillectomie, het verwijderen van de amandelen.
TE = tissue expander
TE = tonsillectomie
TE = trabeculectomie
TEA = trombo-endarteriëctomie
TEACCH = Treatment and Education of Autistic and related Communication Handicapped Children (TEACCH)
TED = thromboembolic disease
TEE = Trans Esofagale Echocardiogram. Hierbij wordt de echo in de slokdarm gebracht, om zo het hart te bekijken.
TEE = TransEsophagal ECG
TEK = Therapeutische Elastische Kousen (steunkousen)
TEK = therapeutische elastische kous
TEM = transanale endoscopische microchirurgie
temp = temperatuur
TEN = Toxische epidermale necrolyse
TENS = transcuteanous electrical nerve stimulation
TEP-techniek = totaal extraperitoneale techniek
TEP = Totaal Extraperitoneale Plastiek
TEP = tissue-engineered product (product van weefseltechnologie)
TEQ = toxic equivalent
TESA = Testiculaire sperma aspiratie
TESE = testiculaire sperma-extractie
TEVAR = Thoracic endovasculair aneurysm repair
TF = Tissue factor
TFCC = Triangulaire Fibrocartilagineuze ('meniscus vd pols')
TFL = tensor fascia lata
TFT = triple faeces test
TG = triglyceride
Tg = thyreoglobuline
TGA = transiente globale amnesie
TGA = transpositie van de grote vaten
TGV = thoracaal gasvolume
THA = totale heuparthroplastiek
THC = Tetrahydrocannabinol (cannabis)
THC = tetrahydrocannabinol (werkzame stof in hennepproducten)
THD = transanal hemorrhoidal dearterialisation (dopplergeleide ligering van hemorroïdale arteriën (DG-HAL))
THF = tetrahydrofoliumzuur
THI = Tinnitus Handicap Inventory, een vragenlijst om de ernst van tinnitus (oorsuizen) te beoordelen
THL = transvaginale hydrolaparoscopie
THL = traumatisch hersenletsel
THOCR = trans hiatale oesophagus cardia resectie
THP = Totale Heup Prothese. Dit is een veelvoorkomende operatie waarbij het hele heupgewricht wordt vervangen door een prothese.
THP = totale heup prothese
THZ = technische hygiënezorg
TI = Tricuspidalisklep Insufficiëntie. Een afwijking aan één van de hartkleppen.
TI = therapeutische index
TI = tricuspidalisinsufficiëntie
TIA = transient ischemic attack (TIA)
TIA = transient ischemic attack
tiff index = Tiffeneau-index
TIFT = Transcervical Intra Fallopian Transfer (plaatsing zygoten in eileider)
TIJBC = totale ijzerbindingscapaciteit
TIN = tubulo-interstitiële nefritis
TIPS = Transjugulaire Intrahepatische Porto systemische Shunt
TIPS = Transjugulaire Intrahepatische Portosystemische Shunt
TIPS = transjugulaire intrahepatische portosystemische shunt, een verbinding tussen poortader en leverader
TISS = therapeutic intervention scoring system
TKP = Tijdschrift Klinische Psychologie
TKP = Totale Knie Prothese. Dit is een veelvoorkomende operatie waarbij het hele kniegewricht wordt vervangen door een prothese.
TKP = totale knie prothese
TLC = Tender Loving Care
TLC = Tender, Love and Care
TLC = Totale Long Capaciteit
TLH = Totale laparoscopische hysterectomie
TLoC = transient loss of consciousness
TLS = tumorlysissyndroom
TMA = trombotische microangiopathie
TMD = temporomandibulaire disfunctie, het disfunctioneren van het kaakcomplex (zie ook: CMD)
TMD = temporomandibulaire dysfunctie
TME = total mesorectal excision
TMG = temporomandibulair gewricht
TMGN = Trefpunt Medische Geschiedenis Nederland
TMI = toelaatbare maandelijkse inname van een geneesmiddel of een additief
TMS = transcraniële magnetische stimulatie
TNA = transient neurological attack
TNF = tumor necrosis factor
TNO = tot nader order
TNP = (Vinger)Top-Neus Proef
TNP = top neus proef
TOA = Tuba Ovariëel Abces
TOF = Tetralogie van Fallot
TOF = tetralogy of Fallot
TOL = trial of labour
TORCHES = toxoplasmose, rubella, cytomegalievirus, herpes simplex, syfilis
TOS tensie = oogdruk van het linker oog
TOS = thoracic-outlet syndroom
total = ody irradiation (totale lichaamsbestraling)
tPA = tissue-plasminogen activator
TPHA = Treponema Pallidum Haemagglutination Assay (syfilis)
TPI = Treponema pallidum immobilization (syfilistest)
TPO = thyroid peroxidase
TPPA = Treponema Pallidum Particle Agglutination test (syfilistest)
TPR = temperature, pulse, respiration (temperatuur, polsslag, ademhaling), een protocol bij eerste hulp; true positive rate, het percentage juist-positieven (de trefkans)
TPR = tricepspeesreflex
TPV = totale parenterale voeding
TRALI = transfusion related acute lung injury
TRALI = transfusion-induced acute lung injury
TRAM-flap = transverse rectus abdominus muscle
TRAPS = TNF-receptor associated periodic syndrome (TNF= tumor necrosis factor)
TRH = thyreotropin-releasing hormone
TRIC = Trachoma Inclusion Conjunctivitis
TRITC = Tetramethyl Rhodamine Iso-ThioCyanate (kleuring bij fluorescentiemicroscopie)
tRNA = transfer RNA
tRNA = transfer-RNA, een katalysator bij de synthese van eiwitten
Trombo = Trombocyt. Dit is de medische term voor bloedplaatje.
TRUS = Transrectal ultraSonography (Echo rectum)
TS = Tentamen Suicidii. Een poging tot zelfmoord.
TS = Tentamen Suïcide
TS = Tricuspid Stenosis
TSC = Tubereuze sclerose complex (Ziekte van Bourneville)
TSH = Thyroïd Stimulerend Hormoon
TSI = thyroid stimulating immunoglobulin
TSN = Trombosestichting Nederland
TSS = Toxic shock syndrome
TSTA = tumor specific transplantation antigens
TSV = Toestemmingsverklaring
TT = trombinetijd
TT = tuba testen
TTA = transient tumour attacks
TTBI = Transfusion Transmitted Bacterial Infection
TTC = threshold of toxicological concern
TTE = Trans Thoracaal Echocardiografie. Dit is een echo van het hart, door de echo bovenop de borstkas (thoracaal) te zetten.
TTE = trans thoracale echo
TTOCR = trans thoracale oesophagus cardia resectie
TTP = trombotische trombocytopenische purpura
TTS = Tweelingtransfusiesyndroom
TTT = thymol turbidity (troebelheid) test
TTT = tilt-table test (kiepproef)
TTTS = tonisch tensor tympani syndroom, een aandoening van het middenoor
TTTS = twin-to-twin transfusion syndrome
TTX = tetrodotoxine, een sterk neurotoxine
TUC = TransUrethrale Catheter
TUG = timed up and go-test
TULIP = transurethral laser-induced prostatectomy
TUMT = transurethrale microgolf-thermotherapie
TUR-BT = Trans-urethrale resectie van blaas tumor
TUR-P = Trans Urethrale Resectie Prostaat
TUR-T = Trans Urethrale Resectie Tumor
TURP = Trans-Urethrale Resectie Prostaat
TURP = transurethrale resectie (vd) prostaat
TURP = transurethrale resectie van de prostaat
TV = totaal vocht
TV = totale voeding
TV = transfer verpleegkundige
TV = trommelvlies
TVB = trommelvliesbuisjes
TVE = Transvaginale echo
TVE = transvaginale echoscopie
TVLO = Totaal Verbrand Lichaams Oppervlak
TVP = Tricuspid Valve Prolapse
TVP = totale parenterale voeding
TVS = tendovaginitis stenosans
TVS = transvaginal sonography
TVT = Tension-free Vaginaal Tape
TWAR = Taiwan acute respiratory disease
TWI = tolerable weekly intake
TWK = Thoracale Wervel Kolom. Dit zijn de ruggenwervels in het midden en bovenin de rug.
TWK = thoracale wervelkolom
Tx = Therapie
Tx = Transplantatie
Tx = transfusie
Tx = tromboxaan (door tromocyten aangemaakt)
tymp = tympaan
TYON = tijdelijk ontslag
TZ = Thuiszorg

UA = Uitsluitend Apotheek (met betrekking tot de verkoop van geneesmiddelen)
UA = uitsluitend apotheek (-geneesmiddel)
UAD = Uitsluitend Apotheek en Drogist (met betrekking tot de verkoop van geneesmiddelen)
UC = ulcerative colitis, (colitis ulcerosa)
UCB = Union Chimique Belge (Belgische farmaceutische multinational)
UCL = ulnaire collaterale ligament (de gewichtsband die moet voorkomen dat de duim te ver opzij/ naar achteren kan buigen)
UCP = Universitair Centrum Psychiatrie
UCS = Urethra-CystoScopie
UCV = ulcus cruris venosum
UD = ulcus duodeni
UDO = urodynamisch onderzoek
UE = uterus extirpatie
UFN = unreamed femur nail
UG = Urogenitaal
uia = unruptured intracranial aneurysm
UK = Urinekweken. Deze urine wordt onderzocht op bacteriën.
UK = urinekweek
UL = Universiteit Leiden
ULTT = Upper Limb Tension Test
UM = Universiteit Maastricht
UMC+ = Universitair Medisch Centrum Plus, Maastricht UMC+, Maastricht Universitair Medisch Centrum Plus
UMC = Universitair Medisch Centrum
UMCG = Universitair Medisch Centrum Groningen
UMCN = Universitair Medisch Centrum Nijmegen, thans Radboudumc
UMCN = Universitair Medisch Centrum Nijmegen
UO = uitwendig onderzoek
UP = Urineproductie
UP = ureter praeternaturalis
up = urine productie
UPJ = Ureteropelvic junction (-obstruction)
UPPCF = Union Professionnelle des Psychologues Cliniciens Francophones (België)
UPPP = Uvulo-palato-pharyngo-plastiek
UPPP = uvulopalatopharyngoplasty (uvulopalatofaryngoplastiek of uvulopalatofaryngoplastie)
UPSV = Utrechtse Pharmaceutische Studenten Vereniging
UR = Uitsluitend Recept (verkoop geneesmiddelen)
UR = uitsluitend (op) recept
URO = Urologie
URS = Ureterorenoscopie
US (1) = Ultrasound. Het Engelse woord voor een echo.
US (2) = Urinesediment. Een onderzoek van de urine.
US = ultrasonografie
US = urinesediment
used = urinesediment
USG = ultrasonografie
UTDOL = uptodate online (de website)
UU = Universiteit Utrecht
UUI = Urge urine-incontinentie
UV = ulcus ventriculi
UV = ultraviolet (straling)
UvA = Universiteit van Amsterdam
UWI = Urineweginfectie. Dit is een blaasontsteking.
UWI = urineweginfectie
UWV = Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, een Nederlandse overheidsinstelling voor de uitvoering van sociale verzekeringen
UZA = Universitair Ziekenhuis Antwerpen
UZI(-pas) = Unieke ZorgverlenersIdentificatie
UZI = Unieke Zorgverlener Identificatienummer
UZOVI = Unieke ZOrgVerzekeraarsIdentificatie

v. = vena
V = Vomitus/Braken
v = vene
V (1) = Vene. Ader
V (2) = Vomitus. Braken.
V (3) = Visus. Gezichtsscherpte.
V&V = verpleging en verzorging, een zorgindicatie
V&VN = Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland, een beroepsvereniging
VA = voor achter (transversale diameter thorax)
va = volgens afspraak
VAB = Vacuum assisted biopsy
VAC = vacuum-assisted closure
VACTREL (syndroom) = Afwijkingen van Vertebrae, Anus, Cardiac, Trachea, Esophageal, Renal, Limbs
VAD = Vereniging van Apothekers in Dienstverband, een werknemersvereniging; Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs
VaD = vasculaire dementie
VAG = Vesiculair Ademgeruis. Zie het artikel over crepitaties.
VAG = vesiculair ademgeruis (verouderde term, is nu NAG)
VAGH = Vereniging van Assistent-Geneeskundigen in de Heelkunde, een beroepsvereniging van chirurgen in opleiding
VaIN = vaginale intra-epitheliale neoplasie
VAL = voorste axillaire lijn
VAP = venous acces port, een (semi)permanente toegang tot een ader
vap = veneus acces point
VARD = videoendoscopic Assisted Retropeitoneal Debridgement/Drainage
VAS = Visueel Analoge Schaal. Dit betekent dat de patiënt een score tussen 1 en 10 geeft aan zijn pijnklachten.
VAS = visueel analoge schaal (pijnscore meten)
VATER (syndroom) = Afwijkingen van Vertebrae, Anus, Trachea, Esophageal, Renal
VATS = Video-Assisted Thoracic Surgery
VATS = video-assisted thoracoscopy
VAW = Voor- en achterwandplastiek (cysctocèle en rectocèle)
VAZ = Vereniging Academische Ziekenhuizen
VB = Vocht Balans
VB = Vochtbalans
VBB = volledig bloedbeeld
VBOK = Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind (thans Siriz)
VBP = vers bevroren plasma
VBS = Verbond der Belgische Beroepsverenigingen van Artsen-Specialisten
VBV = vaginaal bloedverlies
VBVD = Vlaamse Beroepsvereniging van Diëtisten
VC = vitale capaciteit (vd long)
VCAM = Vascular cell adhesion molecule
VCE = videocapsule-endoscopie
VCF = Velo-Cardio-Faciaal (syndroom)
VCFS = velocardiofaciaal syndroom
VCI = Vena Cava Inferior. De onderste holle ader.
VCI = vena cava inferior
vCJD = variant Creutzfeldt-Jakob Disease
VCS = Vena Cava Superior. De bovenste holle ader.
VCS = vena cava superior
VCSS = Vena Cava Superior Syndroom
VCV = Vlaamse Coeliakievereniging
VD = venereal disease (SOA)
VDRL = Venereal Disease Research Laboratory (syfilistest)
VDSA = Venous Digital Subtraction Angiography
VE = vacuümextractie
VE = verlengd expirium
VECOZO = VEilige COmmunicatie in de ZOrg (databank met verzekeringsgegevens)
VECOZO = Veilige Communicatie in de Zorg
VeDa = Verenigde Dierenartsen, een beroepsvereniging van dierenartsen in Vlaanderen
VEGF = vasculair endotheliale groeifactor (vascular endothelial growth factor)
VEGF = vasculaire endotheelcel-groeifactor
VEP = visual evoked potentials
VER = visual evoked response
Verenso = Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde en Sociaal Geriaters
VES = Ventriculaire Extra Systole
VF = Ventrikelfibrilleren.
VF = ventrikelfibrilleren
VG (1) = Voorgeschiedenis. Een onderdeel van de anamnese.
VG (2) = Verstandelijk Gehandicapten
VG = voorgeschiedenis
VGCN = (Coöperatieve) Vereniging Gezondheidszorg Centrum Nederland, een voormalige zorgverzekering, opgegaan in Achmea
VGCt = Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën (1966), een beroepsvereniging op het gebied van cognitieve gedragstherapie
VGV = vrouwelijke genitale verminking
VGZ = VGZ, voorheen (Stichting) Volksgezondheidszorg, thans een handelsmerk van Coöperatie VGZ UA
VHL = von Hippel-Lindau (syndroom)
VIDO = Vrouwen In De Overgang (een website over menopauze)
VIG = Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen
VIM = Veilig Incident Melden, een systeem van meldingen van incidenten binnen een zorginstelling; zie ook MIP
VIN = vulvaire intra-epitheliale neoplasie
VIOS = Verpleegkundige In Opleiding tot Specialist
VIP = vasoactive intestinal polypeptide
VIS = vulvacarcinoma in situ
VJA = Vereniging van Jonge Apothekers
VK = Verloskamer
VKA = Vitamine K Antagonist
VKA = Vitamine K-antagonisten
VKA = Vitamine-K Antagonisten. Dit is een type bloedverdunner.
VKB = Voorste Kruisband
VKB = voorste kruisbanden
VKF = Voorkamerfibrillatie
VKGL = Vereniging Klinisch Genetische Laboratoriumdiagnostiek
VKGN = Vereniging Klinische Genetica Nederland
VKH = Vogt-Koyanagi-Harada syndroom
VKJP = Vereniging voor Kinder- en Jeugdpsychotherapie
VKO = verkeersongeval
VL = vastus lateralis
VLAP = visual laser ablation of the prostate
VLDL = very-low-density lipoprotein
VLDL = very-low-density-lipoproteïn
VLP-vaccin = virus-like particles vaccin
VLP = virus like particles
VM = Voorlopige Machtiging
VM = vastus medialis
VMA = vanillylmandelic acid (afbraakproduct (nor)adrenaline en dopamine in urine)
VMBI = Vereniging voor Medische en Biologische Informatieverwerking (Vereniging voor informatieverwerking in de zorg)
VMCE = Vereniging voor Mensen met Constitutioneel Eczeem
VMI = Voorkomen Medicatie-incidenten, een programma van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik
VNN = Verslavingszorg Noord Nederland (VNN)
VNO = vomeronasaal orgaan
VNVA = Vereniging van Nederlandse Vrouwelijke Artsen
VNZ = Vereniging van Nederlandse Ziekenfondsen, per 1 januari 1995 opgegaan in belangenorganisatie Zorgverzekeraars Nederland
VO = volledige ontsluiting
VOA = Vereeniging van Onderwijzers en Artsen, werkzaam aan Inrichtingen voor Onderwijs aan Achterlijke en Zenuwzwakke Kinderen (1903)
VOC = Variant of Concern
VOCAP = Vereniging van Organisatie-, Consumenten- en Arbeidspsychologie (België)
VOD = Voorlopige ontslag datum
VOD = visus oculus dexter
VOGG = Vereniging van Ouders van Geestelijk Gehandicapten
VOI = Variant of Interest
VOK = voorste oogkamer
VOKK = Vereniging Ouders, Kinderen en Kanker (1987), sinds 2021 Vereniging Kinderkanker Nederland
VOR = vestibulo-oculaire reflex
VOS = visus oculus sinister
VOSM = verwijderen osteosynthese materiaal
VP = venapunctie
VPB = ventricular premature beats
VPD = ventriculo-peritoneale drain
VPD = ventriculoperitoneale drain
VPH = Verpleeghuis
VPhD = Vakgroep Praktijkhoudende Dierenartsen, een beroepsvereniging van dierenartsen
vpk = verpleegkundige
VPL = Vlaamse Parkinson Liga, een patiëntenvereniging
VPT = Volledig Pakket Thuis
VPTZ = Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg Nederland, een koepelorganisatie van vrijwilligers
VR = voorwaardelijke reflex (conditionering volgens Ivan Pavlov)
VRA = (Nederlandse) Vereniging van Revalidatieartsen
VRE = vancomycine resistente Enterococcus (faecium/faecalis)
VRE = vancomycineresistente enterokok
VRET = Virtual Reality Exposure Therapy
VS = verpleegkundig specialist
VS = vesiculaire stomatitus, een virusziekte bij dieren en een zoönose zonder ernstige gevolgen voor mensen
VSD = Ventrikel Septum Defect. Een gaatje tussen de hartkamers.
VSD = ventrikelseptumdefect
Vsim = virtuele simulator
VSL = voorste schuiflade (test)
VSM = Vasomotore
VSM = vena saphena magna
VSN = Vereniging Spierziekten Nederland
VSOP = Vereniging Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties op het gebied van aangeboren en erfelijke aandoeningen
vsp = vena saphena parva
VT (1) = Ventrikeltachycardie.
VT (2) = Vaginaal Toucher
VT = vaginaal toucher
VT = ventriculaire tachycardie
VtdK = Vereniging tegen de Kwakzalverij
Vtg = Volume (of) thoracic gas
VTNP = vingertop neus proef
VU = Vrije Universiteit Amsterdam
VU = Vrije Universiteit
VUDO = Video-urodynamisch onderzoek
VUE = vagina uterus extirpatie
VUmc = Vrije Universiteit Medisch Centrum
VUR = vesico-ureterale reflux
vv. = venae (meervoud van vena)
VvAA = Vereniging van Artsen Automobilisten (VvAA)
VVI pacemaker = ventricular inhibated
VVK = Vlaamse Vereniging voor Kindergeneeskunde
VVKP = Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen
VVOC = Vereniging Verpleegkundig Overgangsconsulenten
VvOCM = Vereniging van Oefentherapeuten Caesar en Mensendieck
VVP = vervoerspijn
VVR = Vasculair Verhoogd Risico
VVS = Vulvair Vestibulitis Syndroom
VVSP = Vlaamse Vereniging voor Schoolpsychologie, een vereniging van psychologen in de onderwijssector
VVT = Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg
VVT = Verpleging, Verzorging en Thuiszorg
VW+ = positief voorspellende waarde
VW- = negatief voorspellende waarde
vw = vanwege
vw = vruchtwater
VWD = Von Willebrand Disease
vWF = von Willebrand factor
VWI = Voorwandinfarct
VWM = vanishing white matter (disease)
vwp = voorwandplastiek
VWS = Volksgezondheid, Welzijn en Sport, een Nederlands ministerie sinds 1994
VZR = voetzoolreflex
VZV = varicella zoster virus

WA = weeënactiviteit
Wabvpz = Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg
WAD = whiplash-associated disorders
WADA = World Anti-Doping Agency (Wereldantidopingagentschap)
WAIS = Wechsler Adult Intelligence Scale (individuele intelligentietest)
Wajong = 015 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Wajong = Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (1998), thans Wajong 2015
WAKZ = Willem-Alexander Kinderziekenhuis, een kinderziekenhuis te Leiden, verbonden aan het LUMC
WAME = World Association of Medical Editors, een internationale vereniging van redacteuren van peer-reviewed tijdschriften op medisch gebied
WAO = Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (1966) (WAO)
WAV = Wet ambulancevervoer (1971-2012), per 1 januari 2013 vervangen door de Tijdelijke Wet Ambulancezorg
Waz = Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (1997) (Waz)
Wazo = Wet arbeid en zorg (2001)
WBC = witte bloedcellen
WBMV = Wet Bijzondere medische verrichtingen
WBO = Wet op het bevolkingsonderzoek
Wbsn-z = Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg (2016-2017), vervangen door Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg
WCO = World Council of Optometry
WCPV = Wet Collectieve preventie volksgezondheid
WD = Werkdiagnose. Dit is een voorlopige diagnose, maar die kan nog veranderen nadat er meer onderzoek wordt gedaan.
WD = werkdiagnose
WEA = waking erectile assessment (-onderzoek)
Wet = opz Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (1994-2019)
WFME = World Federation for Medical Education
WG = Wilhelmina Gasthuis (1891-1981), een voormalig ziekenhuis in Amsterdam, in 1981 samen met BG opgegaan in het AMC Amsterdam, thans Amsterdam UMC
WGBO = Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst
WGBO = Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst
WGS = Whole genome sequensing
WHO = World Health Organization (Wereldgezondheidsorganisatie)
WHO = World Health Organization
WI = wondinspectie
WIA = Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (2005), opvolger van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
WIN = Whiplash Instituut Nederland
WIP = Stichting Werkgroep Infectie Preventie (1980-2017); World Institute of Pain
WKCZ = Wet klachtrecht cliënten zorgsector (1995)
Wkkgz = Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg
WKOF = Wereld Kanker Onderzoek Fonds
WKZ = Wilhelmina Kinderziekenhuis, een ziekenhuis in Utrecht
WL = Werklengte
WLZ = Wet langdurige zorg
Wlz = Wet langdurige zorg, vervangt sinds 1 januari 2015 de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)
WMA = World Medical Association, een internationale vereniging van nationale beroepsorganisaties van artsen
WMD = weighted mean difference (gewogen gemiddelde verschil)
WMG = Wet marktordening gezondheidszorg
WMO = Wet Maatschappelijke ondersteuning
WMO = Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (1998)
Wmo = Wet maatschappelijke ondersteuning (2015)
WMS = Wyoming Medical Society
WMSR = Werkgroep Medisch Specialistische Rapportage (thans NVMSR)
wndv = wondverband
WNU = wiel niet uitgevonden
WNV = West Nile virus
WO = Wandonregelmatigheden
WOAH = World Organisation for Animal Health, Wereldorganisatie voor diergezondheid, voorheen Office International des Epizooties (OIE)
WOCZ = Werkverband Organisaties van Chronisch Zieken (in 2001 opgegaan in de CG-Raad)
WOG = Wet op de geneesmiddelenvoorziening (1963), vervangen door de Geneesmiddelenwet (2007)
WOG = Wet op de geneesmiddelenvoorziening
WOP = wacht op plek (bijv in verpleeghuis)
Wpr = Wet persoonsregistraties
WPW = Wolff-Parkinson-White (> syndroom van Wolff-Parkinson-White, ook wel WPW-syndroom)
WPW = Wolff-Parkinson-White (hartaandoening)
WSA = witte stof afwijking
WSB = ware stembanden
wsdb = waarschijnlijk doodgeboren
WSN = Whiplash Stichting Nederland, een belangenorganisatie
WT = WisselTransfusie
WT = Wisselende tympanie. Een onderdeel van het buikonderzoek. Zie het artikel over abdomen.
WT = wisselende tympanie
Wtg = Wet tarieven gezondheidszorg, een Nederlandse zorgwet, in werking tot 1 oktober 2006
Wtg = Wet tarieven gezondheidszorg
Wtl = Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding
WTZi = Wet toelating zorginstellingen
wv = waarvoor
WVC = Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, een Nederlands ministerie 1982-1994
Wvg = Wet voorzieningen gehandicapten (1999-2006), op 1 januari 2007 vervangen door de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Wvggz = Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (2020)
WVP = wondverband poli
ww = weeën
wwhn = wij weten het niet
WWS = Walker-Warburg syndroom
wwsp = wegwerpspuit
WZA = Wilhelmina Ziekenhuis Assen
WZC = woon- en zorgcentrum (België)
Wzd = Wet zorg en dwang (2020)
WZH = Woonzorgcentra Haaglanden
WZOA = Werkgeversvereniging Zelfstandige Openbare Apothekers
WZV = Wet ziekenhuisvoorzieningen

X-BOZ = Een röntgenfoto van de buik (X betekent röntgen, BOZ betekent Buikoverzicht).
X-BOZ = rontgen (X-ray) buikoverzicht
X-CWK = Röntgenfoto van de CWK. Cervicale Wervel Kolom. Dit zijn de wervels in de nek.
X-DDP = rontgen (X-ray) Dunne Darm Passage
X-ECG = Inspannings ECG
X-LWK = Röntgenfoto van de LWK. Lumbale Wervel Kolom. Dit zijn de ruggenwervels in het onderin de rug.
X-ray = röntgenstraling
X-sinus = Röntgenfoto van de neusbijholten
X-Th = Zie X-Thorax
X-Thorax = Röntgenfoto van de borstkas. Longfoto.
X-TWK = Röntgenfoto van de TWK. Thoracale Wervel Kolom. Dit zijn de ruggenwervels in het midden en bovenin de rug.
X = röntgen
XCI = X chromosome inactivation (X-inactivatie)
XCL = Expertisecentrum Leptospirose (Amsterdam UMC)
XDR-tbc = Extensively Drug Resistant Tuberculosis
Xe = xenon
XHC = hartcatheterisatie onder rontgen

Y = infuus
yGT = Gamma Glutamyl Transpeptidase
Z = Pyrazinamide

ZAS = Ziekenhuis aan de Stroom, een ziekenhuisgroep in Antwerpen
ZBC = zelfstandig behandelcentrum
ZD = ZorgDomein (> ZD-nummer, Zorgdomein verwijsnummer)
ZEHG = (Stichting) Zwangerschapsmisselijkheid en Hyperemesis Gravidarum
ZEVMB = zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen
ZGT = Ziekenhuis Groep Twente
ZGV = Ziekenhuis Gelderse Vallei
ZH = Ziekenhuis
ZIFT = zygote intra fallopian transfer (plaatsing zygoten in eileider)
ZIM = Zorginformatiemakelaar, onderdeel van de basisinfrastructuur in de zorg waarlangs alle aangesloten GBZ'en veilig patiëntgegevens kunnen uitwisselen.
ZIP = Zorginnovatieplatform
ZIS = Ziekenhuisinformatiesysteem
ZKH = Ziekenhuis
ZKN = Zelfstandige Klinieken Nederland
ZLA = Zonlichtallergie
ZMC = Zaans Medisch Centrum; Zuyderland Medisch Centrum (Heerlen, Kerkrade, Brunssum, Sittard-Geleen)
ZMF = zygomaticomaxillary fractures
ZN (preparaat) = Ziehl Nielsen (preparaat)
ZN = Zo Nodig. Een medicatie voorschrift.
ZNA = Ziekenhuis Netwerk Antwerpen, een fusieziekenhuis in Antwerpen, per 1 januari 2024 Ziekenhuis aan de Stroom (ZAS))
ZOG = Zuidelijk Oogheelkundig Gezelschap, een regionale afdeling van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG)
ZOL = Ziekenhuis Oost-Limburg (België)
Zora = Zorg ouderen revalidatie en animatie (een humanoïde zorgrobot)
ZOS = Ziekenomroep Schiedam
ZOT = Ziekenomroep Tiel
ZSP = Zorgserviceprovider, netwerkdienstverlener die namens LSP zorgaanbieders met hun GBZ mag aansluiten op de ZIM.
Zvw = Zorgverzekeringswet
ZZBI = Zorgzwaartebekostiging intramuraal, vergoedingssysteem onder de voormalige Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
ZZF = Zeldzame Ziekten Fonds
ZZG = Zorg Zwaarte Groep
ZZP = ZorgZwaartePakket
ZZP = zorgzwaartepakket, thans zorgprofiel
ø = macrofaag
ø = ontsluiting

Colofon  Disclaimer  Privacy  Zoeken  Copyright © 2002- G. Speek

  Einde van de pagina