Vergelijking geluidskwaliteit   LangspeelPlaat, cassette, MiniDisc, CD.  bron
In volgorde van kwaliteit is de CD nummer één, de MD met minimaal verschil nummer twee, dan een groot gat, cassette nummer drie en langspeelplaat nummer vier. Maar die volgorde verdient nuancering. De MiniDisc kan de vergelijking met de CD-speler, wat betreft eigenschappen (jank, vervorming, ruisafstand, kanaalscheiding), technische gegevens en gebruikersgemak, glansrijk doorstaan. De kwaliteit van MiniDisc ligt zó dicht bij die van de CD en is regelmatig nog in het voordeel omdat de scherpe kantjes er vaak af zijn, dat het verschil voor 99% van de gebruikers niet eens bestaat. Met dank aan de vakpers die de MiniDisc om zeep heeft geholpen. De cassette is nummer drie als je in aanmerking neemt dat de vervorming, over de hele cassette gelijk is, waar deze bij de LP ernstig toeneemt naarmate de plaat vordert. Ook zijn beide, LP en cassette, zeer afhankelijk van de mechanische staat waarin ze verkeren en uiteraard de persing van de plaat, de rumble van de draaitafel, de constructie van de cassette en de kwaliteit van de band die er in zit. Een zware climax aan het einde van de muziek wordt door een cassette veel beter verwerkt dan door een LP; ook de CD en MD hebben daar geen enkele moeite mee.
  Eigenschappen     LP     Cassette     MiniDisc     CD  
  Jank   Matig   Slecht   0   0
  Vervorming   Zeer matig     Redelijk     Uitstekend     Uitstekend  
  Kwetsbaarheid   Hoog   Hoog   Niet   Beperkt
  Prijs / Kwaliteit     Slecht   Slecht   Hoog   Hoog
  Prijs   Hoog   Hoog   Laag   Laag
  Levensduur   Beperkt   Beperkt   Lang   Lang
  Technische gegevens   LP   Cassette     MiniDisc     CD  
  Jank 0.2%   0.5 - 0.5%   0   0  
  Vervorming   3 - 10%   3% 0.1%   0.1%  
  Ruisafstand 50 dB 60 dB 96 dB   96 dB  
  Kanaalscheiding   25 dB 35 dB 90 dB   90 dB  

Colofon  Disclaimer  Privacy  Zoeken  Copyright © 2002- G. Speek

  Einde van de pagina