Honda C50    een restauratie project... :)

Dit is het nu...

alle foto's: klik voor een groter formaat

...en dit moet het worden

Een echt oud vervoermiddel (auto-motor-brommer) is altijd leuk, zeker als het een min of meer erkende klassieker is. De brommertijd is geheel aan mij voorbij gegaan, een motorrijbewijs is het nog niet van gekomen, maar ik hoor van velen dat gemotoriseerd rijden op twee wielen leuk is ('4 weels move the body, 2 weels move the soul'). Dus moest het er maar eens van komen. Maar wat? In ieder geval een één cilinder vier-takt. Na uitgebreid oriënteren viel het oog op de Honda C50, ook wel de Cub of Super Cub genoemd. Dat is de laatste jaren een klassieker geworden. Waarom? Omdat er meer exemplaren van zijn gemaakt dan VW-Kevers en T-Ford samen, omdat het origineel (vanwege de helmdraagplicht in 1974) na de eind zeventiger jaren niet meer geleverd wordt in Nederland, omdat motorblok en versnellingsbak onverwoestbaar zijn, omdat in het verre oosten nog steeds miljoenen klonen ervan hét vervoermiddel van de massa is. Een kant-en-klare C50 kopen is in de eerste plaats niet leuk en in de tweede plaats veel te duur, dus kwam er een bouw-project. Na een paar maanden snuffelen ligt er nu een C50 in onderdelen in de garage. Alleen nog even in elkaar zetten, volgens de Marktplaats advertentie... Het is een origineel in Nederland geleverde fiets uit 1971. De kleur is 'olifant grijs'. Er ontbreken nog wel wat onderdelen, 'hier en daar' moet wat plaatwerk worden opgeknapt, het houd me van de straat de komende maanden. Gelukkig is er veel informatie beschikbaar (link, link).

Dag 0

  
  

Zo ziet het er uit als alle onderdelen voor het eerst uitgespreid op een grote tafel liggen. Heel indrukwekkend... Maar als je sommige delen van het frame wat nader bekijkt dan begrijp je waarom het achterspatbord altijd roestig is. Dat is voor een deel dubbelwandig uitgevoerd, daar gaat dus altijd vocht tussen zitten en dat rot door na de nodige jaren. Ook bij deze C50 dus. De komende dagen moet ik grondig nadenken wat ik daar mee wil: of de bestaande glasvezel reparaties behouden en glad maken, of kaal halen 'tot op het bot'. De wielen zijn redelijk, maar niet meer dan dat.

Dag 3

In een onbezonnen ogenblik toch besloten alles kaal te maken. Oef, daar kwam 'centimeters dik' glasvezel onderuit. Twee volle dagen krabben en hakken om alles er af te krijgen, en dat alleen nog van het achterspatbord. En wat daar weer onderuit kwam werd ik ook niet echt vrolijk van. Maar ja, wie 'a' zegt moet ook de 'b' van bikken zeggen. Dan maar echt grondig het plaatwerk herstellen en basaal stukken er uit snijden, nieuwe inzetstukjes maken en erin lassen. Ik had nog steeds de vage hoop de C50 met een week of 3-4 rijdend te krijgen, maar alleen al met het achterspatbord zal ik wel 1-2 weken bezig zijn. Het staartstuk van het achterspatbord was echt helemaal niks meer, dus daar is al een andere voor gescoord. 'Alleen nog even' lassen, schuren, plamuren, primer, bodykit, egaliseren en lakken.

  
  

Dag 7

←  je houd wel eens iets over...




maar uiteindelijk wordt het wel weer een achterspatbord  →

  
  

Dag 19

En dan is het schuren, schuren, schuren, hoesten, polijsten, polijsten, egaliseren, en opnieuw egaliseren, en weer schuren en polijsten tot je er helemaal gallisch van wordt. En eindelijk komt dan het moment dat het glad genoeg naar je zin is om te spuiten. Natuurlijk in de originele Nederlandse kleur 'olifant grijs'. Heel langzaam kan ik er nu aan gaan denken om onderdelen in elkaar te zetten in plaats van alleen maar te slopen en te schuren. Op de foto's is de eerste verflaag te zien, een hoopvol moment. Maar nu ga ik weer polijsten, egaliseren, enz. enz. en dan de tweede laag verf aanbrengen.

Dag 27

  

Pas na meerdere dagen (en een aantal keren opnieuw beginnen) was ik tevreden over het spuitwerk. En langzaam, heel langzaam, inclusief twee volle weekeinden (ja schat ik kom zo binnen om te eten; ja schat, ga jij maar vast naar bed...) begint het weer op een bromfiets te lijken. Nog steeds duurt het veel langer dan ik van te voren had voorzien. Ik kan slecht wennen aan een ebay-verkoper die iets toezegt en de gekochte spullen pas twee weken later levert, maar het schijnt er bij te horen. Er zitten weer wielen onder en dan lijkt het al heel wat. Die wielen moeten nog wel grondig worden opgeknapt trouwens (polijsten, nieuwe spaken, nieuwe banden...).

 

Dag 45


Trompetgeschal !

Alles is geschuurd, gepolijst, gemenied, gegrondverfd, geverfd, gemonteerd, geolied, geschroefd, nieuwe wielen met nieuwe spaken, kickstarter anders gemonteerd. En eindelijk: hij rijdt ! Motorisch nog niet 100% naar mijn zin (houdt een beetje in bij vol gas), maar ik moet wat te prutsen hebben de komende vijf weken, want zolang nog moet ik mijn ziel in lijdzaamheid bezitten voordat de RDW eindelijk tijd heeft om dit magnifieke vehikel goed te keuren. Ik heb ook een ouderwetse pothelm op marktplaats gevonden, maar het duurt nog even voor ik me daarmee in de openbaarheid durf te vertonen...

 Afkomstig uit magazine 52, winter 2003

Na het ongelooflijke succes van de C100 en de C102 Super Cub, het stoterstangenmodel uit 1958 dat goed was voor een miljoenenproductie, werd het tijd voor een nieuw model. In 1966 werd de op de C65 gebaseerde C50 gepresenteerd. De basis van de step through ("doorstap") Super Cub werd niet verlaten, het buisframe, de soepele schommel voorvork en de tank onder de comfortabele buddyseat bleven behouden. Zo lang zelfs dat in 1992 de 20 miljoenste step-trough van de band rolde. In februari 1967 presenteerde Honda United Kingdom vol trots in acht grote steden de nieuwe C50. In Nederland reden we nog steeds rond op de wat verouderde C310s, opvolger van de C310a. De Super Cub had het nooit gemaakt in Nederland omdat hij hier als motorfiets werd verkocht. Er zaten geen trappers op, en dat moest hier in Nederland helaas wel. De C50 voldeed wel aan alle voorwaarden van de Nederlandse overheid en mocht dan ook in 1971 de weg op. Honda N.V. stelde in haar folders de C50-H voor als: De meest beproefde bromfiets uit de Honda range. Een echte doordouwer en windgaander. Een bromfiets voor lange reizen, een steun voor de dagelijkse tochten. Betrouwbaar en sterk. En toch o zo makkelijk te berijden. Kijk die comfortabele buddyseat. Zit heerlijk ontspannen en vermoeit niet. Relaxt stapt u weer af, terug van het werk, na het boodschappen doen en na de langste tocht. "En dit alles voor maar fl. 1183,-" (1973). Belangrijkste verschillen met andere en engelse en belgische modellen waren: het gele bromfietsplaatje, de aangepaste achterbrug met trapsysteem met bij behorend aangepast vliegwielkapje, het lagere vermogen veroorzaakt door de begrenzer, het wit gespoten kontje met achter(rem)licht-unit, een verzekeringsplaatjeshouder, de afwezigheid van de claxon die werd vervangen voor een "ding-dong"-bel, een egaal zwarte buddyseat in plaats van een two-tone exemplaar en een NL- goedkeuringsplaatje. Het Nederlandse model had ook vroeger dan de engelse modellen chromen knipperbollen voor en achter, en inklapbare achterstepjes. Het chromen achterrekje was niet standaard maar werd als accessoire geleverd. Een verdere beperking was het kleurenprogramma. In Nederland waren er slechts 2 kleuren beschikbaar: mosgroen en olifantgrijs. In Engeland waren ook de kleuren rood en blauw leverbaar. Het C-plezier was helaas maar van korte duur. De opbrengsten waren niet opgewassen tegen de kostbare productie in Japan. Toen in 1974 de helmdraagplicht van kracht ging betekende dit het doodvonnis voor de C50-H.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 04 augustus 2009.